De afgelopen jaren hebben veel veranderingen gekend op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Er zijn voor mensen met een zorgvraag verschillende opties, variërend van thuis wonen met hulp van wijkverpleging of mantelzorg tot verhuizen naar een vorm van beschermd of begeleid wonen. Wat betekent de woonvorm voor een cliënt?

Kiezen van een woonvorm

Wonen in een verkeerde woonvorm kan onwenselijke of zelfs onveilige situaties opleveren, stelt Sonja Engelaar. Zij werkt bij een zorginstelling waar mensen met dementie in kleinschalige complexen beschermd wonen. In een verkeerde woonvorm krijgen deze mensen te weinig of juist te veel prikkels, waardoor ze onrustig of angstig kunnen worden. Daarbij is een goed dag- en nachtritme en persoonlijke verzorging voor deze doelgroep vaak lastig om zelf vol te houden. In een zorginstelling wordt daar goed op gelet.

Een veelvoorkomend probleem bij het kiezen van de woonvorm is een gebrek aan inzicht in de eigen gezondheidstoestand. Mensen hebben vaak niet in de gaten welke risico’s ze lopen. Betere medische signalering, door praktijkondersteuners van huisartsen bijvoorbeeld, zou hierbij kunnen helpen, denkt Engelaar.

Dit ondervond ook Mieke Geerling. Haar moeder (nu 97) is fysiek nog kerngezond maar werd steeds vergeetachtiger en Mieke en haar zus waren vaak ongerust over haar veiligheid. Zij ontving de laatste twee jaar dat zij thuis woonde thuiszorg en bezocht eens per week een dagbesteding. “Uiteindelijk kwam er driemaal daags iemand langs, maar zelf vond ze het niet nodig.”

Accepteren van hulp bleef een heikel onderwerp, net als de mogelijkheid van begeleid wonen. Tot Mieke’s moeder vorig jaar plotseling een blindedarmontsteking kreeg. De ziekenhuisopname die volgde zette de zaken in gang en eind augustus betrok zij een tijdelijk appartement in een kleinschalige beschermd wonen-locatie in Nijmegen, die Mieke al eerder bezocht ter oriëntatie.

Bijdragen aan zorgproces

“Een passende woonvorm draagt bij aan het herstel maar ook het welbevinden van cliënten”, zegt Engelaar. Veel moderne woonvormen zijn gericht op een specifieke doelgroep, waar specialisten met ervaring met de doelgroep werken. Er wordt goed gegeten en gezorgd voor een regelmatig ritme. Mensen moeten zich veilig voelen, het gevoel hebben weer mee te tellen: zo wordt de eigenwaarde versterkt. Tot slot kan de saamhorigheid van wonen in groepsverband bijdragen aan het welbevinden.

Rekening houden met het verleden

Het kiezen van een woonvorm is heel persoonlijk, denkt Engelaar. “Het begint met rondkijken en informeren naar de mogelijkheden. Vaak weten mensen niet hoeveel opties er zijn.” Het helpt om met personeel te spreken, de sfeer te proeven. En vooral: rekening houden met de leefwereld, de persoonlijkheid en het verleden van de cliënt. Díe moet er tenslotte wonen. Houdt iemand van een stedelijke omgeving of is de cliënt echt een buitenmens? Kinderen houden soms van luxe en design, terwijl hun vader of moeder dat niets interesseert.

Voor de moeder van Mieke was naast veiligheid vooral behoud van autonomie belangrijk. “Zelf beslissen waar en wanneer ze eet, of ze deelneemt aan gezamenlijke activiteiten en wanneer ze bezoek ontvangt.” Het is essentieel dat mensen bij een verhuizing het ‘thuis’- gevoel behouden, denkt Engelaar. Familie moet graag op bezoek komen en gebruik kunnen maken van gemeenschappelijke ruimten.

Het personeel moet uitdragen dat het niet hun huis is, maar dat van de bewoners. Het bevalt Mieke dat de woonbegeleiders vaste krachten zijn, die de bewoners goed kennen en regelmatig contact hebben met de families. Haar moeder voelt zich inmiddels steeds meer thuis op de verdieping. Dat komt waarschijnlijk ook door de nieuwe liefde die ze daar heeft ontmoet.