De vergrijzing in Nederland heeft ook gevolgen op de weg. Ouderen willen mobiel blijven: een groeiende groep behoudt het rijbewijs en blijft de auto en fiets gebruiken. Statistieken tonen aan dat het aantal oudere voetgangers, fi etsers en automobilisten dat betrokken is bij verkeersongevallen toeneemt. Een deel van hen ondervindt problemen in het verkeer vanwege verminderde functiestoornissen, zoals zicht of gehoor.

Verlengen van rijbewijs

“De zintuigen worden nu eenmaal minder naarmate je ouder wordt”, stelt Karel Brookhuis, emeritushoogleraar Verkeer en Transport aan de TU Delft en hoogleraar Verkeerspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zowel de visuele als auditieve functies gaan op hogere leeftijd achteruit. Op dit moment wordt dit vooral ondervangen met een verplichte medische keuring na het 70e jaar, waar een ogentest onderdeel vanuit maakt.

Verlengen van het rijbewijs kan daarna alleen nadat een bewijs overlegd kan worden van de visuele test. Erg zwaar is die test volgens Brookhuis echter niet. Bovendien is ook het gehoor in het verkeer belangrijk. Daar wordt niet op getest. “Er zijn ook dove mensen die deelnemen aan het verkeer, het is dus niet onmogelijk, maar mensen die al langere tijd doof zijn, zijn het gewend.” Wanneer wel geluid verwacht wordt, maar niet gehoord, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden. Zo bestaat er discussie over de ‘stilte’ van elektrische voertuigen en is zelfs overwogen om artificieel geluid toe te voegen om veiligheid te vergroten.

Ouderen in het verkeer

De afgelopen decennia is het aantal 65-plussers in Nederland geleidelijk toegenomen. Volgens een prognose van het CBS zal dat verder gaan stijgen, tot 26 procent van de bevolking rond 2040. In absolute aantallen gaat het dan om 4,8 miljoen mensen. De komende decennia is bovendien sprake van dubbele vergrijzing. Binnen de groep 65-plussers neemt het aandeel 80-plussers vanaf 2025 sterk toe. Het percentage mensen dat in het verkeer problemen ondervindt vanwege functiestoornissen, is in die laatste groep ouderen duidelijk groter dan in de jongere groep ouderen.

Daarbij gaat het niet slechts om voetgangers en fietsers, maar ook om automobilisten. Het rijbewijsbezit onder ouderen neemt namelijk toe. Van de 65-plussers had in 1985 53 procent van de mannen en 13 procent van de vrouwen een rijbewijs. In 2014 was dat respectievelijk 89 procent en 58 procent. Omdat de groep ouderen steeds groter wordt, ligt het voor de hand om in het verkeersveiligheidsbeleid meer rekening te houden met hun mogelijkheden en beperkingen, stelt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

Meer geduld op de weg

Ouderen wier gehoor langzaam achteruitgaat, zijn zich veel minder bewust van hun tekortkomingen. Zij begeven zich in het verkeer zoals ze altijd deden en passen hun gedrag niet aan, of doen dat pas na een voorval. Het zou volgens Brookhuis een goede zaak zijn als er meer bewustwording ontstaat. “Je zou bij instellingen voor ouderenzorg trainingen kunnen verzorgen over verkeersdeelname.”

Probleem is dat veel ouderen zich hier niet graag mee identificeren. Verplichte training kan stigmatiserend werken. Toch denkt hij dat een uitgebreidere, landelijke training of test omtrent verkeersgedrag op hoge leeftijd zou bijdragen aan de veiligheid op de weg. Gezien de kosten daarvan zal zoiets echter niet binnen korte tijd bestaan. “Het zou al enorm helpen als mensen doordrongen zijn van het besef dat ook hún gehoor en zicht achteruitgaat.”

Met 25 kilometer per uur op de e-bike

Een groot verschil met decennia geleden, is dat ouderen veel langer blijven fietsen en autorijden, mede doordat ze langer thuis wonen. Aangezien de overheid dit stimuleert, zal zij ook moeten nadenken over de gevolgen hiervan op de weg, vindt Brookhuis. Verkeersveiligheid is een prangend onderwerp, nog versterkt door de groeiende populariteit van de e-bike. “Sommige mensen rijden daarop plotseling 25 kilometer per uur of nog harder; dat is echt niet verstandig. Bovendien is juist het zelf blijven trappen zo belangrijk voor de beweging.”

Naast de 65-plusser zelf, zullen ook de overige verkeersdeelnemers moeten wennen aan het idee dat zij steeds meer ouderen in het verkeer zullen treffen. De jongere deelnemers moeten leren om wat meer geduld te hebben, ook voor andere kwetsbare groepen in het verkeer. “We worden met z’n allen ouder; het verkeer gaat hierdoor veranderen.” Mobiliteit onder ouderen is een groot goed, en zal in de toekomst een belangrijk punt blijven. Het moet een gezamenlijk streven zijn om het verkeer voor iedereen goed te laten verlopen, besluit Brookhuis.