“Niet afhankelijk zijn van anderen om van A naar B te komen is heel belangrijk om in de huidige maatschappij mee te kunnen doen. Of je nou jong of oud bent, rijk of arm en waar je ook woont. Maar als je slechter ziet is dat niet zomaar vanzelfsprekend”, zegt Bart Melis-Dankers, klinisch fysicus bij Koninklijke Visio.

Als je aan mensen vraagt waar ze aan denken bij mobiliteit voor slechtziende mensen, gaat het al snel over een witte blindenstok met rode bandjes of een blindengeleidehond. Maar slechtziende mensen willen het liefst ook gewoon fietsen, een scootmobiel gebruiken of autorijden om op hun werk te komen, naar school te gaan, familie te bezoeken of boodschappen te doen. Gelukkig is daar vaak meer mogelijk dan mensen denken.

Compenseren voor visuele beperking

Elke slechtziende persoon is uniek. Geen twee mensen zien precies hetzelfde. En ieder heeft zijn eigen wensen qua mobiliteit. Dat vraagt om een persoonlijke benadering. Melis-Dankers legt uit: “Grofweg zijn er twee verschillende problemen waar slechtziende mensen mee te maken hebben als het op mobiliteit aankomt: mensen met een lage gezichtsscherpte hebben problemen met het zien van details in het verkeer, zoals het lezen van verkeersborden, en mensen met een verminderd gezichtsveld hebben moeite met het overzicht. Een combinatie kan natuurlijk ook voorkomen. In feite moet elke slechtziende persoon leren compenseren voor de eigen unieke visuele beperking om zo toch veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen. Dat kan bijvoorbeeld door goed gebruik te leren maken van oog- en hoofdbewegingen om zo meer overzicht te krijgen of door het gebruik van de juiste hulpmiddelen om beter details te zien.”

Vanzelfsprekend staat de veiligheid voorop. Niet alleen de veiligheid voor de cliënt zelf, maar ook de algemene verkeersveiligheid. Uit wetenschappelijk onderzoek komt echter duidelijk naar voren dat in heel veel gevallen niet de visuele vermogens bepalend zijn voor de veilige en verantwoorde verkeersdeelname, maar veel meer hoe iemand zich gedraagt in het verkeer en compenseert voor eventueel functieverlies. “Het juiste vervoersmiddel gebruiken, de beste route en het goede moment van de dag kiezen zijn allemaal mogelijke compensatiemethoden.”

Ouderen en mobiliteit

De meeste slechtziende mensen zijn pas op latere leeftijd minder gaan zien. Oudere mensen zijn sowieso minder mobiel en dat vergroot de kans op vereenzaming. Zij hebben echter vaak juist veel ervaring in het verkeer en dat kunnen ze prima gebruiken om voor hun slechtziendheid te compenseren. Het juiste vervoersmiddel gebruiken, de beste route en het goede moment van de dag kiezen zijn allemaal mogelijke compensatiemethoden. Met het juiste hulpmiddel, training en begeleiding kunnen sommige slechtziende mensen zo zelfs nog gewoon autorijden. Samen met de Rijksuniversiteit Groningen en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft Koninklijke Visio daar veel onderzoek naar gedaan. Dat heeft ertoe geleid dat de wetgeving in Nederland is aangepast en het autorijden onder bepaalde voorwaarden voor slechtziende mensen mogelijk is gemaakt. Als een slechtziend iemand bij het CBR kan laten zien dat hij voldoende kan compenseren voor het visueel functieverlies en voldoende veilig autorijdt, dan kan gewoon een rijbewijs behaald worden.

Slechtziend op zeer jonge leeftijd

“Maar veilige mobiliteit begint eigenlijk al in de jongste jeugd. Als je slechtziend geboren wordt, is fietsen, brommer rijden of leren autorijden niet vanzelfsprekend”, zegt Melis-Dankers. Maar als je niet leert fietsen, ben je later echt stukken minder makkelijk mobiel. Dan mis je verkeersinzicht en blijf je veel meer afhankelijk van anderen of het openbaar vervoer. Als ouders van een slechtziend kind is het niet gemakkelijk om erop te vertrouwen dat het kind veilig aan het verkeer kan deelnemen. Ook daarvoor biedt Koninklijke Visio training en begeleiding, zodat ieder kind op verantwoorde wijze de eigen mogelijkheden kan ontdekken en de kans krijgt optimaal mobiel te worden.

Veilig en verantwoord meedoen

Het is dus van belang dat mensen zich goed en tijdig laten informeren over de mogelijkheden. Op individuele basis kan bij Koninklijke Visio worden bekeken wat veilig en verantwoord is en wat de individuele mogelijkheden zijn. Melis-Dankers spreekt van een eigen persoonlijke gereedschapskist met mobiliteitsmogelijkheden waar je op elk moment van de dag de juiste keus uit kunt maken. Jezelf bewust zijn van wat je wel en niet kunt en daar bewust mee omgaan.

Slechtziende ouderen kunnen vaak nog prima een toertocht maken op hun gewone fiets omdat het rijden door bos en weilanden minder visuele eisen stelt dan het fietsen in de stad, waar ze vaak moeten afstappen om goed uit te kijken. Voor het doen van de dagelijkse boodschappen kan een elektrisch ondersteunde driewielfiets uitkomst bieden. Je kan dan rustig stilstaan bij een kruising om goed uit te kijken en als de weg vrij is helpt de elektromotor je snel naar de overkant. Zonder zware boodschappentas aan je stuur, want die staat stevig in de bagagemand achterop. Zo blijf je veilig mobiel in verschillende omstandigheden.

Autorijden bij slechtziendheid

Een mooi voorbeeld om autorijden mogelijk te maken komt in de vorm van het zogeheten BTS-rijbewijs. Een BTS is een Bioptisch Telescoop Systeem. Dat is een bril met een heel klein telescoopje bovenin één van de brillenglazen. Melis-Dankers legt uit dat mensen met een lage gezichtsscherpte deze bijzondere bril kunnen leren gebruiken om toch voldoende details te kunnen waarnemen in het verkeer. Als ze een verkeersbord willen lezen of een kruising in de verte willen zien, kunnen ze hun hoofd even kort naar voren knikken door de kin naar de borst te brengen. Het telescoopje komt daarmee even voor het oog waardoor ze toch goed in de verte kunnen kijken. Dit is zeker niet makkelijk en hiervoor moeten ze een uitgebreide training volgen, rijles nemen en een rijtest doen bij het CBR. Maar als het lukt, kan daarmee in sommige gevallen het rijbewijs behaald of behouden worden, waardoor mensen toch gewoon zelf naar hun werk kunnen blijven rijden en zo volwaardig mee kunnen blijven doen in onze maatschappij.

Meer informatie?
www.auto-mobiliteit.org