Verzorgingshuizen ‘oude stijl’ bestaan niet meer sinds de overheid wonen en zorg van elkaar heeft gescheiden. Mensen kunnen en willen langer zelfstandig wonen. De nieuwe generatie 65-plussers is namelijk mondig, autonoom en gewend om de touwtjes in handen te hebben. Ze beslissen zelf hoe ze hun leven inrichten en willen dat blijven doen zolang het kan. Dit stelt zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, mantelzorgers én ouderen zelf voor de vraag: hoe ondersteunen we mensen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen? Behalve bijvoorbeeld voorzieningen in de wijk, sociale netwerken en aanpassingen aan de woningen, vormen technologische innovaties ook een deel van het antwoord.

Ruim aanbod

Er zijn duizenden initiatieven, projecten en pilots in Nederland op het gebied van thuiszorgtechnologie. Daarbij horen allerlei producten, waaronder personenalarmering, dwaaldetectie, leefstijlmonitoring, medicijndispensers, communicatie-apps en beeldbellen. Voor zorgorganisaties en individuele ouderen is het lastig om daaruit wijs te worden. Welke producten zijn betrouwbaar , veilig en betaalbaar?
Hoe ervaren anderen dit apparaat of de app? Kunnen verschillende hulpmiddelen met elkaar ‘communiceren’? Kan ik mijn eigen smartphone of tablet ervoor gebruiken of moet ik andere spullen aanschaffen.

Thuiszorgtechnologiemarkt ontsnipperen

Om bij deze keuzes te helpen, is de stichting VitaValley het programma Vitaal Thuis begonnen. In dit samenwerkingsverband van 60 partijen – waarin patiënten, mantelzorgers, zorgverzekeraars en leveranciers van thuiszorgtechnologie zijn vertegenwoordigd – wordt geïnventariseerd welke hulpmiddelen er zijn en aan welke eisen moeten voldoen.
Om deze partijen te ondersteunen maakt VitaValley zich hard voor gezonde, duurzame businessmodellen. Daarnaast wil zij ‘digivaardigheden’ van zorgprofessionals opschroeven en wordt gewerkt aan een online catalogus van goedgekeurde thuiszorghulpmiddelen.
De grote uitdaging is de brede inzet van betrouwbare en betaalbare zorgtechnologie in de thuissituatie, benadrukt Pim Ketelaar van VitaValley.

“Grote volumes maken innovaties betaalbaar.” De markt voor thuiszorgtechnologie is nu nog heel versnipperd en dit proberen we te verbeteren. Tegelijkertijd wordt de markt groter door de vergrijzing en de alomtegenwoordigheid van technologie. “E-health had lang de sfeer van ‘veelbelovend’, maar kon dit nog niet waarmaken. Nu zien we dat innovaties echt worden geïmplementeerd en dat het wél gebeurt. Dat moet ook wel, want ouderen die voorheen met een bepaalde indicatie naar verzorgingshuizen gingen, blijven nu thuis wonen.”

De rol van gemeenten

Hetzelfde vraagstuk van opschaling speelt ook bij de Nederlandse gemeente. Die zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning bij het langer zelfstandig thuis wonen en matelzorg. In het innovatieprogramma Digitale Steden Agenda (DSA) werken gemeenten in een zogenaamde ‘eHealth Steden Estafette’ samen om hun rol te definiëren en om goede voorbeelden met elkaar te delen. “Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de gezondheid van hun inwoners en kunnen een politieke invloed gebruiken om bijvoorbeeld partijen bij elkaar te brengen”, vertelt programmamanager Hans Haveman. De rol van gemeenten is vooral facilitair.

Implementeren thuiszorgtechnologie

Een belangrijke voorwaarde voor het implementeren van thuiszorgtechnologie is de veiligheid en betrouwbaarheid van internetverbindingen. Ketelaar: “Als je de omstandigheden in een verzorgingshuis of ziekenhuis wilt reproduceren, moet je wel kunnen vertrouwen op de infrastructuur die je gebruikt.
Zeker als je er middelen aan koppelt die letterlijk van levensbelang zijn, zoals een hartmonitor.” Haveman heeft er vertrouwen in dat systemen steeds stabieler worden én dat burgers steeds vaker zelf met innovatieve oplossingen komen.
” Mensen nemen meer de regie. En dat is goed, want het belangrijkste is dat mensen de technologie opnemen in hun dagelijkse ritme. Zelf weten ze het beste wat bij ze past.”