De relatie tussen MS en cognitieve stoornissen (problemen met bijvoorbeeld geheugen, aandacht en concentratie) is nog niet zo lang onderwerp van onderzoek. Hanneke Hulst van het VUmc deed uitgebreid research naar deze relatie.

Hersenatrofie en cognitieve klachten

De afgelopen jaren heeft ze met behulp van MRI geprobeerd te begrijpen wat er in de hersenen misgaat als mensen met MS cognitieve problemen krijgen. “Eerder internationaal onderzoek toonde aan dat de mate van hersenatrofie, die met behulp van MRI gemeten kan worden, samenhangt met de mate waarin mensen cognitieve klachten ervaren”, vertelt Hulst.

Hersenatrofie is het verlies van hersenweefsel, in de volksmond ook wel ‘hersenkrimp’ genoemd. Het is een onderdeel van een neurodegeneratief proces waarbij de hersenen geleidelijk in functie achteruit gaan.

Voorspellers van cognitief functioneren

“Om het cognitief functioneren te voorspellen, lijkt met name de hoeveelheid grijze stof een belangrijke rol te spelen. Een zenuwcel (oftewel neuron) heeft een cellichaam en een uitloper. De cellichamen bevinden zich in de grijze stof. Daar ontstaat het zenuwsignaal. In de witte stof bevinden zich de uitlopers van de zenuwcellen. Deze uitlopers vervoeren het zenuwsignaal naar andere delen van de hersenen en het lichaam.

MS en de grijze stof

Lange tijd werd gedacht dat MS zich vooral afspeelde in de witte stof, daar waar de voor de MS-specifieke laesies (ontstekingen) op MRI goed zichtbaar zijn. We weten nu dat er gelijktijdig in de grijze stof ook van alles aan de hand is en dat ook daar verlies van weefsel plaatsvindt (neurodegeneratie in de vorm van atrofie).

Sterker nog: op een bepaald punt in de ziekte neemt de schade aan de grijze stof sterker toe, dan de schade in de witte stof.” In haar eigen onderzoek heeft Hulst zich gericht op specifieke grijzestofgebieden in de hersenen (o.a. de hippocampus (geheugen) en thalamus (aandacht) waarvan bekend is dat ze belangrijk zijn voor het cognitief functioneren. Hulst keek in die gebieden niet alleen naar atrofie, maar ook naar hersenfunctie.

De impact van cognitieve problemen

De cognitieve problemen hebben een grote impact op het leven van een MS-patiënt. MS is hoe dan ook een ingrijpende ziekte, maar lichamelijke problemen zijn tot op zekere hoogte op te vangen met hulpmiddelen. Hulst: “Van alle MS-patiënten die ik de laatste jaren heb gezien, geeft de meerderheid aan de cognitieve problemen vervelender te vinden.”

Uiteindelijk krijgt 70% van de MS-patiënten met cognitieve stoornissen te maken, sommigen hebben het zelfs als eerste symptoom. “Als je bedenkt dat MS vaak de kop opsteekt tussen het 20e en 30e levensjaar, dan kun je je voorstellen dat deze klachten veel impact hebben op de rest van het leven.” Het optreden van de klachten is gedeeltelijk afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de MS om zich heengrijpt.

Behandeling voor Multiple Sclerose?

In wetenschappelijk onderzoek wordt tegenwoordig ook gekeken naar hoe goed medicatie atrofie remt. Interessant is dat bepaalde nieuwe middelen op de markt een effect hebben op het tegengaan van hersenatrofie, al is niet duidelijk wat precies het achterliggende werkingsmechanisme is hiervan. “Een behandeling voor cognitieve achteruitgang bij MS is er momenteel helaas (nog) niet. We kunnen mensen strategieën aanleren: maak boodschappenlijstjes, doe één ding tegelijk, voer geen moeilijke gesprekken als je moe bent. In de toekomst gaan we misschien naar preventieve training, waardoor je voorkomt of uitstelt dat cognitieve klachten bij MS gaan ontstaan.”

De belangrijkste uitkomstmaat voor succes van een behandeling is momenteel het aantal littekens en ontstekingshaarden. “Daarnaast meten we de atrofie: hoeveel hersenkrimp heeft plaatsgevonden? Sommige middelen op de markt hebben een behoorlijk effect op het tegengaan van hersenatrofie, maar het is niet duidelijk wat dan precies de stof is die dat effect geeft. Wat dat betreft is er nog genoeg onderzoek te doen.”