Wanneer jongeren voor de eerste keer in aanraking komen met politie, is het heel belangrijk om na te gaan waarom een jongere de fout in is gegaan en of er een achterliggende hulpvraag is. Is dat het geval, dan dient de hulpverlening te worden ingeschakeld om de jongere bij te staan. Een goede verbinding tussen straf en zorg is daarom essentieel, vertellen Janet ten Hoope, directeur- bestuurder van Halt, en Halt-medewerker Sylvana Heutink. “Die afstemming verloopt in sommige gevallen heel mooi, maar in andere gevallen kan het nog beter.”

Waarom is de verbinding tussen straf en zorg zo van belang?

Ten Hoope: “Over het algemeen is het strafrecht weinig blijvend effectief als je er niet voor zorgt dat daarbuiten ook een aantal zaken wordt geregeld, zoals huisvesting of financiën. Natuurlijk is
een overheidsreactie op strafbaar gedrag belangrijk: schade vergoeden, excuus aanbieden aan het slachtoffer, leer- en werkopdrachten. Maar vaak zit er wel een reden achter strafbaar gedrag, zoals problemen op school, thuis, met vrienden of middelengebruik. De meeste jongeren weten wanneer gedrag niet oké is, maar ze doen het toch. Wil je voorkomen dat ze in de toekomst niet opnieuw in de problemen komen, dan moet je begrijpen waarom het is misgegaan en daar passende hulp bij zoeken. Deze gedachte is niet nieuw. Maar nu vanaf 2015 gemeenten een veel grotere verantwoordelijkheid hebben voor zorg en jeugd is de samenwerking tussen gemeentelijke instanties en strafrechtelijke organisaties wel urgenter geworden.”

Op welke punten kan deze samenwerking nog beter?

Ten Hoope: “Je ziet dat de strafrecht- en gemeentelijke wereld elkaar nog niet altijd goed kennen. Een officier van justitie heeft bijvoorbeeld regelmatig contact met de burgemeester, maar wethouders zijn relatief onbekende partners. Andersom zijn wethouders van bijvoorbeeld onderwijs, zorg en jeugd vaak niet bekend met hoe de strafrechtketen werkt, hoe zaken zich aandienen en welke problematiek er speelt. Het zorgen voor korte lijnen binnen een gemeente is essentieel. Het verschilt erg per gemeente hoeveel regie en sturing daarop zit. Sommige gemeenten zijn heel goed bezig met een integrale hands-on aanpak voor jeugd, maar er zijn ook plaatsen waar het nog gefragmenteerd is. Dat maakt het soms lastig om vanuit het strafrecht snel de juiste ingang naar zorg te vinden. Dat is vooral in het nadeel van de jongere, die hierdoor niet altijd in het juiste tempo op de juiste plek terechtkomt.”

Wat is jullie rol hierin?

Heutink: “Jongeren tussen 12 en 18 jaar die voor de eerste of soms tweede keer voor licht strafbare feiten in aanraking komen met de politie, kunnen buiten het strafrecht gehouden worden door naar Halt te gaan. Bij Halt krijgen ze een pedagogische interventie, waarbij zo snel mogelijk wordt gereageerd op grensoverschrijdend gedrag. Hierin zit een strafelement, er is aandacht voor het slachtoffer en daarnaast probeert Halt jongeren te laten inzien dat zij zelf invloed kunnen uitoefenen op hun gedrag. Een belangrijke pijler is ouderbetrokkenheid. In het eerste gesprek, met ouders erbij, bespreken we de verschillende leefgebieden om te kijken of ergens zorgen zitten. Bij zorgsignalen zoeken wij actief contact met hulpverlenersorganisaties.”

Ten Hoope: “Halt vervult van oudsher een schakelfunctie tussen straf en zorg. We hebben altijd met gemeenten samengewerkt, maar ook met de justitiekolom. Hierdoor weten we lokaal de hulpverlening goed te vinden. Ons doel is om de jongeren zo goed mogelijk over te dragen, het liefst middels een warme overdracht. Hiervoor nodigen we als het kan een hulpverlener uit voor het laatste gesprek binnen de Halt-straf, zodat wij alle informatie zo goed mogelijk kunnen delen en er voor jongeren en hun ouders een naadloze overgang is van straf naar zorg.”

Meer informatie?
www.halt.nl