Ieder jaar krijgen zo’n 15.000 Nederlandse vrouwen borstkanker, één op de tien van deze patiënten ontwikkelt soms jaren daarna nog hartklachten. Deze vrouwen zijn gebaat bij kennisuitwisseling tussen cardiologen en oncologen. Hoog tijd voor de cardio-oncologie, vinden Angela Maas en Floor van Leeuwen.

“Ieder zichzelf respecterend oncologiecentrum moet ook kennis hebben van cardiologie, en vice versa,” meent prof. dr. cardioloog Angela Maas. “De disciplines in de gezondheidszorg zijn netjes afgebakend, maar zo werkt het lichaam natuurlijk niet. Het ene lichamelijke proces heeft invloed op het andere. Dit moeten wij ons realiseren en ernaar handelen: werk samen.” Maas pleit dan ook voor een veel nauwere samenwerking tussen cardiologie en oncologie. Hiervoor is al een nieuwe discipline gekomen: de cardio-oncologie. De gecombineerde kennis maakt het mogelijk om patiënten met een verhoogd risico op hartschade van de oncologische behandeling sneller te vinden. Maas is gespecialiseerd in cardiologie voor vrouwen en ziet jaarlijks veel vrouwen die vroeger aan borstkanker leden. Soms komen ze een jaar, vijf jaar, zelfs tien jaar na hun behandeling voor kanker bij Maas terecht. Hun hartklachten zijn vaak het resultaat van de behandeling die zij ooit tegen borstkanker kregen.

Schadelijke behandeling

Maas vindt steun voor haar oproep bij prof. dr. Floor van Leeuwen. Ook Van Leeuwen merkt op dat juist borstkankerpatiënten later hartklachten kunnen ontwikkelen. “Bij borstkanker gebruiken wij vaak een combinatie van behandelingen, hoofdzakelijk radiotherapie en chemotherapie,” vertelt Van Leeuwen. “Van radiotherapie weten we dat artherosclerose kan ontstaan wanneer het hart of vaten in het bestraalde gebied liggen. Deze plaques kunnen de aderen verstoppen en zo hartinfarcten veroorzaken. Ook beschadigt de straling de hartkleppen door bindweefselvorming en verkalking.” “Bovendien gebruiken we voor borstkanker vaak anthracyclines omdat deze zo goed werken voor deze kankersoort”, vertelt Van Leeuwen. “Voor veel soorten van borstkanker is er geen gelijkwaardig alternatief. En juist anthracyclines kunnen de hartspier aantasten.

Vroege opsporing

Voor zowel Maas als Van Leeuwen is het een belangrijke doelstelling om kankerpatiënten al tijdens hun behandeling te behoeden voor hartschade. Het speerpunt van deze aanpak is de vroege opsporing van hartschade en het wegnemen van risicofactoren, zoals een hoge bloeddruk. “Dit komt nu eenmaal vaker voor bij vrouwen die ouder zijn dan zestig”, vertelt Maas. “Omdat deze doelgroep een groot deel van de borstkankerpatiënten uitmaakt, is het extra belangrijk dat we bij hen aandacht hebben voor latere hartklachten.”

Screening

Maar hoe kan men voorkomen dat patiënten hartklachten ontwikkelen tijdens de behandeling? Yvonne Koop is verplegingswetenschapper en net als Maas verbonden aan het Radboudumc. Zij onderzoekt sinds september hoe medici kankerpatiënten al tijdens de behandeling kunnen beschermen tegen hartklachten. “Hoewel het nog te vroeg is voor harde resultaten, hebben we al wel een aantal ideeën,” zegt Koop. “Zo geven wij medicijnen die het hart beschermen aan kankerpatiënten. Deze medicijnen bevorderen vooral het herstel van het hart. Bovendien moeten we inzetten op screening: heeft de patiënt bijvoorbeeld al een te hoge bloeddruk? Dan moeten we hier maatregelen tegen nemen. Dit gebeurt nu niet altijd, oncologen en cardiologen weten nu nog weleens te weinig van elkaars vakgebied.” Maas merkt dat de beoogde samenwerking langzaam op gang komt, maar benadrukt dat ze er nog niet zijn. “De afgelopen vijf jaar is de hoeveelheid publicaties over hartklachten na kanker als een speer omhoog gegaan. Maar er is toch een cultuurverschil. Je wil als cardioloog niet voor de voeten lopen van de oncoloog. We moeten elkaar meer opzoeken en van elkaar leren.” Ook Van Leeuwen merkt op dat er nog ruimte is voor verbetering. “Het idee dat behandelingen tegen kanker hartschade kunnen veroorzaken is nu wel algemeen bekend, maar er is nog te weinig kruisbestuiving tussen beide disciplines om er echt werk van te kunnen maken.”