Nederland doet het relatief gezien goed op het gebied van hiv-bestrijding. Van de naar schatting 22.900 mensen die hier leven met hiv, worden er 19.035 (83 procent) behandeld. Bij een vroegtijdige en succesvolle behandeling hebben zij dezelfde levensverwachting als mensen zonder hiv. In Nederland en andere westerse landen wordt hiv in principe dan ook niet langer beschouwd als een dodelijke ziekte, maar als een chronische. Dit in scherpe tegenstelling tot de situatie in de jaren 80 en begin jaren 90, toen angst en onzekerheid de overhand hadden. De geboekte vooruitgang in de strijd tegen hiv en aids mag bewonderenswaardig zijn, maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.

“De wereldwijde aidsbestrijding bevindt zich op een kritiek punt – gedeeltelijk succes bij het redden van levens en het voorkomen van nieuwe hiv-infecties maakt de weg vrij voor zelfgenoegzaamheid.” Met die zin opent het meest recente rapport van Unaids, het VN-programma voor de strijd tegen hiv en aids. Met het uitbrengen van het rapport in juli 2018 hoopte de organisatie landen wereldwijd opnieuw wakker te schudden en te motiveren om de bestrijding van hiv en aids hoog op de agenda te laten staan. Dat is nodig, stelt Unaids-directeur Michel Sidibé in het voorwoord, omdat de strijd nog niet gestreden is.

Want hoewel wereldwijde financiering voor aidsbestrijding toenam in 2017, ligt het totaalbedrag nog 20 procent onder het benodigde bedrag. Daarnaast daalt het aantal nieuwe hiv-infecties niet snel genoeg om de Unaids-doestellingen voor 2020 te halen. In 1996 kwamen er jaarlijks nog 3,4 miljoen mensen met hiv bij. In 2010 was dat teruggebracht tot 2,2 miljoen en vorig jaar stond de teller op 1,8 miljoen wereldwijd. De afname van 18 procent in zeven jaar is onvoldoende: in 2020 zou het aantal nieuwe infecties wereldwijd niet boven de 500.000 mogen uitkomen.

Prognose en zorg

Nederland behoort volgens het rapport tot een van de landen waar het aantal nieuwe infecties bij volwassenen per jaar tussen 2010 en 2017 met 25 tot 50 procent is afgenomen. Sinds de opkomst van aids en hiv heeft het land grote stappen weten te zetten op het gebied van bestrijding en behandeling. Ten tijde van de ontdekking van aids en hiv in de jaren 80 was de prognose slecht, zo is terug te lezen op de website van het Aidsfonds. De gemiddelde ziekteduur zonder behandeling vanaf het moment dat symptomen optraden, was slechts een tot twee jaar voordat iemand kwam te overlijden. In 1995 was aids in Amsterdam zelfs de belangrijkste doodsoorzaak van mannen tussen de dertig en vijfenveertig jaar.

Momenteel is de prognose aanzienlijk beter, vertelt Silke David, senior beleidsadviseur bij het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM en coauteur van het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid 2017-2022. “Als iemand een zorgverzekering heeft, kan hij of zij gewoon naar een hiv-behandelaar in een specialistisch centrum. Zodra het lukt om het virus volledig te onderdrukken met behulp van medicatie, dan geldt in veel gevallen dezelfde levensverwachting. Hierbij geldt: hoe eerder in behandeling, hoe beter de prognose.”

Dat in Nederland zo’n 83 procent van de mensen met hiv behandeld wordt, is mede te danken aan de goede organisatie van de zorg, meent David. Door het hele land verspreid bevinden zich hiv-behandelcentra waar mensen terecht kunnen voor alle medische zorg en advies omtrent hun hiv. Naast een goede bereikbaarheid, benoemt ze ook de geboden zorg zelf als zeer effectief in het beperken van de effecten van hiv. “Mensen kunnen altijd terecht met vragen en worden heel goed begeleid bij het omgaan met hun ziekte. Dit alles met het doel om mensen met hiv langdurig aan de medicatie te houden.”

Medicatie van levensbelang

Voor mensen met hiv is medicatie van levensbelang. Tot 1996 had men grote moeite om het virus te behandelen en lukte het slechts om het ziekteproces iets te vertragen. In dat jaar werd combinatietherapie ontdekt, een combinatie van hiv-remmers waarmee het virus zodanig onderdrukt kan worden dat het geen kans krijgt zich te ontwikkelen tot aids. De hiv-remmers doen hun werk goed, zolang iemand ze heel consequent, soms meerdere malen per dag, inneemt. Vandaar dat therapietrouw – het trouw innemen van de medicatie – een van de hoofddoelen is van hiv-behandelaren, legt David uit.

Dat kan een uitdaging zijn in verband met de hoeveelheid pillen en slikmomenten op een dag. “Vooral patiëntenverenigingen proberen druk uit te oefenen op fabrikanten om medicatie zo te ontwikkelen dat mensen niet meerdere malen per dag handenvol pillen moeten slikken.” Naast het mogelijk maken van een leven met hiv, zonder aids, draagt medicatie ook op belangrijke wijze bij aan het voorkomen van de verspreiding van het virus. Bij iemand die succesvol behandeld wordt, is het virus niet meer te detecteren in het bloed en kan diegene het ook niet overdragen: niet meetbaar = niet overdraagbaar

Hannesen met een condoom

Deze en andere manieren van het voorkomen van nieuwe infecties zijn zo belangrijk, omdat volledige genezing van hiv nog niet mogelijk is. Niet iedereen staat onder behandeling, en wanneer iemand hiv overdraagt aan iemand anders, heeft ook diegene het voor de rest van zijn of haar leven. Dat besef is bij de jongere generatie Nederlanders wellicht niet altijd aanwezig. Uit het meest recente rapport over het welzijn en de gezondheid van Nederlandse jongeren van 11 tot en met 16 jaar, het HBSC-rapport, blijkt dat het condoomgebruik onder seksueel actieve jongeren sterk is afgenomen. Gaf in 2009 nog 80 procent aan bij de laatste keer een condoom te hebben gebruikt,
in 2017 was dit nog maar 55 procent. David merkt dat het mogelijk oplopen van een seksueel overdraagbare aandoening erg word gebagatelliseerd door de jeugd. “De gedachte lijkt te zijn: krijg je een soa, dan neem je een kuurtje en ben je er zo weer vanaf. Dus waarom zou je hannesen met een condoom?”

Het feit dat jongeren zich minder zorgen lijken te maken over het oplopen van hiv en de gevolgen daarvan, getuigt enerzijds van het succes van hiv- en aidsbestrijding in Nederland. De impact van aids is voor het grootste deel van de bevolking niet of nauwelijks meer zichtbaar. Daarmee is de noodzaak voor preventie echter niet verdwenen: naar schatting 2600 mensen in Nederland weten niet dat ze hiv bij zich dragen, jaarlijks komen er negenhonderd nieuwe hiv-infecties bij en nog steeds overlijden er ieder jaar meer dan honderd mensen aan de gevolgen van hiv en aids.

Online

Om gehoor te geven aan de oproep van Unaids en ook deze aantallen in de toekomst verder terug te dringen, ziet David onder andere heil in initiatieven op het gebied van e-health en online hulpverlening. “Men doet steeds meer online. Dan is het een logische stap om via die weg mensen te bereiken die misschien minder makkelijk naar de huisarts of ggd gaan”, aldus David. Zo is er al jaren een website gericht op mannen die seks hebben met mannen met een daaraan gekoppelde testfaciliteit. De eerste stappen kan iemand zelf online zetten. Mocht een test positief zijn, dan krijgt diegene automatisch een oproep voor behandeling of doorverwijzing. Ook partnerwaarschuwing via een online systeem kan uitkomst bieden. Daarbij geeft iemand met hiv de contactgegevens door van (recente) seksuele partners, die vervolgens een e-mail krijgen over het feit dat bij iemand in zijn of haar omgeving een soa of hiv is geconstateerd. Wat David betreft zouden ook online consulten en het aanbod van kwalitatief goede testen online een goede toevoeging zijn.

Aan dat laatste wordt al gewerkt: “We zijn aan het onderzoeken hoe je zoveel mogelijk mensen makkelijk, snel en betaalbaar toegang kunt verschaffen tot een betrouwbare test.” Wanneer het afnemen van een dergelijke test dan ook nog eens genormaliseerd wordt, is men helemaal op de goede weg, denkt ze. “Hiv wordt geassocieerd met seks, dus dat blijft lastig. Maar als je het over diabetes hebt, kijkt niemand raar op. Dat is ook een chronische ziekte, net als hiv.”