Een aangenaam levenseinde is een vanzelfsprekende wens van iedereen. Toch is het een gespreksonderwerp dat mensen het liefst uit de weg gaan. Praten over de dood is immers iets dat men bij voorkeur zo lang mogelijk uitstelt. Desondanks neemt de vraag naar palliatieve zorg – dat wordt aangeboden bij patiënten thuis, in hospices en zorginstellingen – gestaag toe door vergrijzing en meer chronisch zieken. Om deze reden benadrukt directeur Fleur Imming van Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg Nederland, de koepelorganisatie voor de gelijknamige sector met ruim 11.000 vrijwilligers, het belang van een dialoog over het onderwerp.

Wat betekent een grotere vraag naar palliatieve zorg voor de maatschappij?

“Meer dan een derde van de VPTZorganisaties – hospices en organisaties die vrijwilligers thuis inzetten – hebben te maken met een tekort in de financiering. In combinatie met een dubbele vergrijzing is het voor hen lastig de continuïteit te waarborgen en is er een grotere vraag naar vrijwilligers. Binnen deze groep vindt echter logischerwijs ook een vergrijzing plaats. Daardoor wordt de branche geconfronteerd met een paar lastige vragen: hoe zorgen we dat we genoeg vrijwilligers hebben om mensen te begeleiden in hun laatste levensfase? En hoe regelen we de verbinding met de formele zorg? Het zijn moeilijke kwesties, die de komende jaren aandacht behoeven.”

Hoe belangrijk zijn vrijwilligers binnen de palliatieve zorg?

“Vrijwilligers willen samen met de betrokken zorgverleners en mantelzorgers realiseren dat mensen kunnen overlijden op hun plek van voorkeur. In veel gevallen is dit thuis, in een hospice of verpleeghuizen. Een vrijwilliger kan aanvoelen wat iemand nodig heeft en een luisterend oor bieden. Dat is belangrijk als je bedenkt dat eenzaamheid binnen palliatieve zorg vaak een rol speelt, bijvoorbeeld als de familie van een patiënt niet in de buurt woont. Het werk van vrijwilligers brengt de familie bovendien een hoop verlichting. Ook zij kunnen zich eenzaam voelen als hun sociaal leven ondergesneeuwd raakt door de zorgdruk. Het werk van vrijwilligers is dus cruciaal, maar vraagt tegelijkertijd veel van hen. Want niet alleen worden zij voortdurend geconfronteerd met de dood, ook moeten zij op meerdere niveaus kunnen acteren. Zij moeten in staat zijn om op een fijngevoelige wijze met de patiënt om te gaan, maar ook met zijn of haar directe omgeving. Bovendien is ook een goede afstemming met artsen en specialisten van belang gedurende iemands laatste levensfase.”

Welke rol spelen jullie hierin?

“Goede zorg in deze fase vraagt om een goed samenspel tussen beroepsmatige zorg, vrijwilligers en mantelzorgers. Om dit te stimuleren organiseren we onder meer dialooggesprekken tussen verschillende lokale partijen. Hier brengen we beroepskrachten en vrijwilligers bij elkaar, zodat zij samen kunnen uitvinden wat zij elkaar kunnen bieden. Als je elkaar kent, doe je namelijk makkelijker een beroep op elkaar. Bovendien bieden we een groot landelijk aanbod aan trainingen, zodat de vrijwilligers goed opgeleid zijn. Zo leren zij bijvoorbeeld af te stemmen op de wensen van een patiënt en krijgen zij training in het herkennen van ziektebeelden. De vrijwilligers voeren geen medische handelingen uit, maar het is goed om over deze basiskennis te beschikken. De trainingen geven de vrijwilligers bovendien een beeld van wat zij kunnen verwachten. Veel van hen halen hun motivatie uit een eigen rouwproces, dat goed of juist minder prettig is verlopen. Maar het is natuurlijk belangrijk dat zij goed kunnen omgaan met de wensen en emoties van anderen. De dood is immers geen makkelijk onderwerp.”

(fotografie: Clemens Rikken)

Meer informatie?
www.vptz.nl/