Sinds de invulling van jeugdhulp met de komst van de nieuwe Jeugdwet (2015) bij gemeenten ligt, kunnen sociaal werkers en jeugdartsen in een vroeg stadium veel betekenen.

Wat doen sociale werkers en jeugdartsen?

Sociaal werkers sluiten aan bij wat gezinnen zelf kunnen en ondersteunen waar nodig, legt Lisbeth Verharen, lector Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief, uit. “Die ondersteuning moet in de eigen leefomgeving van gezinnen geboden worden.” Sociaal werkers bekijken in alle leefdomeinen van een gezin wat nodig is om goed te functioneren. Dat kan opvoedingsondersteuning zijn, maar ook hulp bij financiële problemen. Een jeugdarts bekijkt ook het medische aspect en zoekt naar samenwerking tussen jeugdhulpverleners, vertelt Mascha Kamphuis, jeugdarts en onderzoeker bij JGZ Zuid-Holland West. “Bij wijkteams is veel expertise, maar wordt soms de medische kant vergeten. Wat een opvoedkundig- of gedragsprobleem lijkt, kan een medische oorzaak hebben.” Om te voorkomen dat klachten verergeren of alsnog gedragsproblemen optreden, moet tijdig een specialist ingeschakeld worden.

Zichtbaarheid van jeugdhulp

Jeugdartsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg zijn bij jonge kinderen via consultatiebureau en school nauw betrokken, maar vanaf de puberteit vermindert de zichtbaarheid. Daarom wordt gewerkt aan het vergroten daarvan, vertelt Kamphuis. Hoe meer momenten waarop de jeugdarts bezocht kan worden (bijvoorbeeld op scholen), hoe meer aanwas van gezinnen en kinderen met problemen, blijkt uit onderzoek. Gemeenten en huisartsen realiseren zich niet altijd de toegevoegde waarde van jeugdartsen, vindt Catelijne van der Hoeven, stafarts jeugdgezondheidszorg en vertrouwensarts bij Veilig Thuis. Op lokaal niveau kan dit verbeterd worden – ook door jeugdartsen zelf, door langs huisartsen, scholen en ziekenhuizen te gaan en te laten zien wat ze te bieden hebben. De belangrijkste taken van de jeugdarts liggen in preventie van ziekte, signaleren van problemen en bieden van advies en begeleiding aan kinderen en gezinnen, leggen Kamphuis en Van der Hoeven uit. Zij doen dit binnen de jeugdgezondheidszorg samen met jeugdverpleegkundigen. De drie taken richten zich op een breed scala aan onderwerpen, waarbij de keuze voor wel of niet inschakelen van anderen heel belangrijk is. Dus ook normaliseren en de-medicaliseren; ouders geruststellen wanneer het kan. Sociaal werkers zijn werkzaam op plekken waar jeugdigen en gezinnen zijn, zoals in de wijk of op school, en weten daardoor wat er in de omgeving speelt. Zij leggen verbindingen met bijvoorbeeld vrijwilligers en leerkrachten, die ook iets voor het gezin kunnen betekenen.

Nieuwe wet, samenwerking en toekomst

Sinds de nieuwe Jeugdwet hebben jeugdartsen en sociaal werkers in diverse gemeenten een belangrijke rol gekregen. Goed doorverwijzen behoort tot de basistaken van de jeugdarts, stellen Kamphuis en Van der Hoeven. Waar dat eerder via de huisarts moest, kunnen jeugdartsen nu direct doorverwijzen naar zowel medisch specialist als andere jeugdhulp. Dit scheelt een extra gang naar de huisarts. Kamphuis: “Huisartsen vinden het nu prettig dat wij direct doorverwijzen.” De focus is met de nieuwe wet komen te liggen op het enerzijds tijdig opmerken en behandelen van problemen en anderzijds voorkomen dat alledaagse problemen onnodig bij zware specialistische zorg terechtkomen. “Dit is wel een spanningsveld”, zegt Verharen. “Sociaal werkers moeten vertrouwen op de eigen krachten van gezinnen maar tegelijkertijd de veiligheid van kinderen borgen.”

De jeugdartsen zien positieve gevolgen van de wet, doordat zorgverleners elkaar beter weten te vinden. Van der Hoeven: “Jeugdartsen worden meer gezien en gehoord, ook doordat we in de wet explicieter genoemd worden.” De verhouding tussen verschillende zorgprofessionals verschilt per gemeente. Er zijn veel varianten en modellen van gemeentelijke jeugdhulp; de vraag is welke het beste is. Een voorbeeldmodel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek lijkt Kamphuis daarom een mooi idee.
Sinds de nieuwe wet wordt het belang van preventie steeds meer onderschreven. Een totale verlaging van maatschappelijke kosten is hierbij een doel. Meer verantwoordelijkheid ligt in het ‘voorveld’, vertelt Van der Hoeven; wijkteams, sociaal werk en jeugdarts met jeugdgezondheidszorg. Wat door hen wordt opgevangen, is goed voor gezinnen omdat er meer uit de mensen zelf gehaald wordt en de hulp laagdrempelig is.