Darmkanker kan aangepakt worden met EGRF-remmers, die de groei van de tumorcellen kunnen stoppen. Deze vlieger gaat echter niet altijd op. Een zogenoemde RAS-test is het beste middel om te bepalen of de behandeling zin heeft.

Wel of geen EGRF-remmers?

Kankercellen groeien door een signaal dat door EGRF-receptoren wordt doorgegeven. Het kan echter zijn dat in het RAS-gen een mutatie zit, dat voor een continue signaal zorgt. In dit geval heeft geen zin om EGRF-remmers te geven, om de simpele reden dat het signaal, dat nu immers van binnenuit komt, niet door deze EGRF-remmers tegengehouden kan worden. “Daarom is het slim om voor de behandeling van een patiënt met darmkanker een RAS-test te doen, om te bepalen of dit gen gemuteerd is of niet”, stelt patholoog Han van Krieken van het Radboudumc. “Anders geef je een geneesmiddel aan iemand die daar geen baat bij heeft en dat is financieel en medisch gezien niet te verantwoorden. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het met deze patiënten slechter gaat.”

Onderzoek naar de RAS-test

Van Krieken heeft in Europees verband veel onderzoek gedaan naar de RAS-test. Laboratoria door heel Europa worden op hun kwaliteit onderzocht: zij krijgen een sample toegestuurd waarvan bekend is of er een gemuteerd RAS in zit of niet. “Het blijkt dat 10 tot 15% van de laboratoria te veel fouten maakt. We weten meestal ook waardoor de fout gemaakt is, zodat deze labs zich kunnen verbeteren. Voor Nederland ligt het percentage fouten iets lager.”

Laboratorium voor pathologie

In Nederland kan niet elk ziekenhuis een dergelijke RAS-test doen, daarvoor is een speciaal lab voor pathologie nodig, dat niet in elk ziekenhuis aanwezig is. Sommige laboratoria bedienen daardoor meerdere ziekenhuizen en ook niet ieder laboratorium voor pathologie kan deze test doen. Van de ongeveer 70 Nederlandse ziekenhuizen hebben 50 een pathologie afdeling; 20 kunnen de test uitvoeren.

Artsen hoeven geen drempel te ervaren om de test aan te vragen: iedere arts die de test wil laten doen, krijgt snel een uitslag. “In Nederland is het netwerk zodanig, dat er goede contacten zijn. Logistiek en financieel is er geen drempel.” Pathologen kunnen deze test gewoon in rekening brengen bij de zorgverzekeraars.

Wanneer is een RAS-test nodig?

Er is wat verschil van mening over het moment om een RAS-test te doen. “Je kunt het doen zo gauw bij iemand darmkanker wordt geconstateerd, zodat je de informatie direct beschikbaar hebt als het nodig is. Dat betekent wel dat de test in de helft van de gevallen voor niets wordt gedaan omdat de patiënt al genezen is door de operatie”, licht Van Krieken toe.

De tweede insteek is dat je de test pas doet als de arts overweegt om een behandeling met EGRF-remmers te gaan doen. Studies hebben aangetoond dat deze middelen in bepaalde situaties een betere overleving geven. Door de patiëntengroep beter te selecteren is deze overleving gestegen naar meer dan dertig maanden.

Zoektocht naar de juiste benadering

Overigens is vrij goed bekend hoeveel patiënten het gemuteerde gen hebben. Van Krieken: “Voor darmkanker spelen de soorten K-RAS en N-RAS een rol. Zo’n 45% heeft een KRAS-mutatie, 15% een NRAS-mutatie. Je zou moeten kijken naar alle mutaties in dit gen. Dat maakt de test iets complexer en duurder, maar iedere patiënt heeft recht op een compleet beeld. Dit is precisie geneeskunde: we kunnen heel precies aangeven wat het probleem is. Bij personalized treatment kijk je naar de patiënt als geheel, waarbij ook zaken als leeftijd en comorbiditeit een rol spelen. Voor iedere patiënt zoek je naar de juiste benadering. De RAS-test is daarbij zeker van belang.”