Huisarts Mehrzad Nasseri komt het af en toe tegen in zijn praktijk; een patiënt met etalagebenen. Sommige patiënten stuurt hij door naar de specialist, waarna de behandeling in het ziekenhuis wordt vervolgd. Zodra dit deel van de behandeling is voltooid, dan verwijst de vaatchirurg je weer terug naar de huisarts. Want écht klaar ben je dan eigenlijk niet… Wat kan je verwachten als je, na een behandeling in het ziekenhuis, weer terugkomt bij je huisarts?

“Iemand met klachten die wijzen op perifeer arterieel vaatlijden (PAV), oftewel etalagebenen, stel ik meestal veel vragen,” legt dokter Nasseri uit. “Want ik moet goed uitzoeken wat precies de oorzaak van de klachten is. Niet altijd heb je te maken met etalagebenen. Soms is het een bijwerking van een medicijn, een andere keer een spatader-, spier- of zenuwprobleem. Ik moet dus goed luisteren naar de patiënt en natuurlijk doe ik ook een lichamelijk onderzoek. Als alles dan wijst op etalagebenen, stuur ik niet zomaar iedereen door naar de specialist. Want als er verder niks aan de hand is, kan ik als huisarts prima zelf de patiënt begeleiden. Dan komt het vooral neer op wandeltraining en medicatie.”

Wanneer naar het ziekenhuis?

Dokter Nasseri: “Toch stuur ik best wat patiënten met etalagebenen door naar het ziekenhuis. Als een patiënt bijvoorbeeld ook nog een andere ziekte zoals diabetes heeft of wanneer een voet door de slagadervernauwing in het been te lang te weinig bloed heeft gekregen. Op dat moment is het wenselijk dat er snel gehandeld wordt om erger te voorkomen. Patiënten worden dan door de vaatchirurg behandeld, wat meestal inhoudt dat er een operatie plaatsvindt. Enige tijd later verwijst de specialist een patiënt weer terug naar de huisarts voor verdere behandeling.”

Terug bij de huisarts

“Ik ontvang dan een brief van de vaatchirurg waarin de behandeling en het advies over de patiënt wordt toegelicht,” vervolgt dokter Nasseri. “Meestal start ik cardiovasculair risicomanagement (CVRM); het voorkomen van (het ontstaan of verergeren) van hart- en vaatziekten bij mensen die daar een verhoogd risico op lopen. De eerste tijd na de diagnose laat ik iemand geregeld op controle komen. We nemen dan door of alles duidelijk is wat de vaatchirurg heeft uitgelegd. Begrijpt iemand die rookt bijvoorbeeld waarom er echt met roken gestopt moet worden? Wordt de medicatie goed ingenomen? Daarnaast begeleid ik een patiënt met looptraining. Ik zie iemand dan de eerste tijd zo’n twee keer per jaar terug en als alles goed gaat één keer per jaar.”

 

Dit artikel is financieel mogelijk gemaakt door Bayer. De hierin besproken meningen en ervaringen zijn afkomstig van de geïnterviewde personen, Bayer heeft geen invloed op de inhoud gehad.

PP-XAR-NL-0319-1