We willen graag dat onze ouderen kwalitatief goede zorg krijgen. Maar daarnaast spelen zaken als waardigheid en trots (zelfs een landelijk programma!) een steeds grotere rol: zorg die aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt en geleverd met betrokkenheid door zorgprofessionals die hun werk met plezier en trots doen. Pieter de Jong, directeur Intramurale Dienstverlening en Marlène Lantman, Verzorgende IG, van ActiVite gaan op dit thema in.

Het belang voor het gevoel van welbevinden onder ouderen verandert. Hoe merkt u dat?

De Jong: “Allereerst geldt dat voor ouderen die in verzorgingscentra worden opgenomen, de gezondheid is afgenomen. Ze hebben meer zorg en hulp nodig en daardoor wordt het meer zoeken naar het welbevinden, om ze een zo prettige mogelijke tijd te geven die aansluit bij hun eigen interesses. Daarnaast zien we een verandering bij de familie van deze ouderen. Uiteraard kijken zij naar de kwaliteit van de zorg, maar ook naar voldoende aandacht voor hun ouders. Hoe staan ze in het leven en hoe worden ze door ons, de hulpverleners, benaderd?”

Maar ‘welbevinden’ is een subjectief begrip. Hoe zorg je er dan voor dat deze zorg goed aansluit bij de behoeftes?

De Jong: “Dat is inderdaad moeilijk. Voorheen spraken we over ‘een zinvolle dagbesteding’. Maar wat is zinvol? Tegenwoordig zien we dat in kleinschalige zorg ook dagelijkse zaken als aardappels schillen bewoners het gevoel geven iets bij te dragen. Voor mensen met dementie zijn dit vaak bekende handelingen en het geeft ze rust. Tegelijkertijd is het zaak om te kijken hoe deze mensen in het leven staan. En hebben ze de ruimte om daar in het tehuis over te praten. Dat vraagt om tijd en aandacht en dat is soms lastig. Ook bewoners zien dat verzorgend personeel druk is en met een pieper rondloopt. Dat vereist een andere invulling.” Lantman: “Het vraagt een andere manier van kijken naar de bewoner. Is hij blij? Krijgt hij visite en hoe vindt hij dat? Wat waren vroeger de hobby’s? Ging hij naar de kerk? Dat kan allemaal aansluiten bij het welbevinden van nu.”

Maar hoe krijg je nu een goed beeld van het welbevinden?

De Jong: “We zijn dit jaar een project begonnen, ‘Van gastvrijheid naar welbevinden’. In een aantal locaties hielden we groepsbesprekingen met als tussenstap een gesprek met enkele bewoners. Tot onze verbazing gaven de bewoners aan dat alleen het feit dat ze een individueel gesprek met een verzorgende hielden, eigenlijk al welbevinden was. Zo simpel kan het dus zijn. We laten ook bewoners interviewen over hun gevoel van welbevinden en zijn bezig om een scholingsplan over meerdere jaren op te zetten. Het vraagt nu eenmaal om een cultuuromslag en een ander besef van zorg.” Lantman: “Zo veel mogelijk een thuisgevoel creëren is ook kwaliteit leveren. Ja, het kost tijd voor ons als verzorgenden. Je kan zeggen dat er meer personeel nodig is, maar je kunt ook de uitdaging aangaan en zien wat je zelf kunt doen om de bewoners echt centraal te zetten.”