Niet iedereen die borstkanker heeft, is gebaat bij chemotherapie. Uit onderzoek blijkt dat sommige tumoren ook zonder chemotherapie niet terugkomen, vertelt René Bernards onderzoeker van het Nederlands Kanker Instituut en medeoprichter van Agendia. Om uit te zoeken bij wie chemotherapie nodig is, kan analyseren van de activiteit van de genen in de tumor (het genprofiel) van toegevoegde waarde zijn.

Niet alle borstkankertumoren zijn gebaat bij chemotherapie, kunt u dat toelichten?

“Dat klopt. Bij een groot deel van de vrouwen, ongeveer drie op de vier, wordt onder het motto better safe than sorry, chemotherapie voorgeschreven. Uit onderzoek blijkt echter dat slechts één op de vier vrouwen met een vroeg stadium van borstkanker baat heeft bij een aanvullende chemotherapiekuur om te voorkomen dat de tumor terugkomt. Een simpele rekensom leert dat de helft van de vrouwen die chemotherapie krijgen dit niet nodig hebben.

Als gevolg hiervan worden zij ten onrechte blootgesteld aan mogelijke schadelijke effecten van chemotherapie. Op de korte termijn zijn dit bijvoorbeeld haarverlies, misselijkheid en vermoeidheid. Bij langeretermijneffecten gaat het om cognitieve en concentratie-verliesstoornissen, een zogenaamd chemobrain, hartproblemen en zelfs secundaire tumoren, zoals leukemie. Het is daarom belangrijk om te weten wie de vrouwen zijn die géén chemotherapie nodig hebben, zodat ‘overbehandelen’ kan worden voorkomen.”

Hoe kun je bepalen of chemotherapie de juiste behandeling is?

“Door te kijken naar het tumorprofiel aan de hand van klinische- in combinatie met genetische factoren. Je kunt dit niet voorspellen aan de hand van statistieken, want de ene patiënt is de andere niet. Bij een groep is de kans dat de kanker terugkomt bijvoorbeeld 20 procent, terwijl het bij de individuele patiënt ‘ja’ of ‘nee’ is. Je moet dit dus echt per persoon onderzoeken, waarbij je niet alleen kijkt naar de patiënteigenschappen, maar ook naar de tumoreigenschappen. Meer specifiek; naar de gen-activiteit van de tumorcellen.”

En dit kan dus via een genexpressietest?

“Dat klopt. Bij de MammaPrint wordt aan de hand van een stukje tumor gekeken naar de activiteit van 70 specifieke genen om te voorspellen of de tumor terugkomt, en of chemotherapie noodzakelijk is. Bij de klassieke risicobepaling kijkt de patholoog via de microscoop naar de tumor en diens karakteristieken, bij de genexpressietest wordt gekeken naar de moleculaire activiteit van de tumor. Elk van de 70 genen krijgt een ‘stem’ die vertelt of het risico op uitzaaiingen hoog of laag is.

Aan de hand daarvan wordt met een algoritme bepaald wat het risico is. Bij een hoog risico is het mogelijk verstandig om over te gaan op chemotherapie, bij een laag risico kan chemotherapie achterwege gelaten worden, ook als de pathologische analyse van de tumor aangeeft dat het om een ‘hoog risico’ tumor gaat.”

Is het voor iedereen nuttig om een test gebaseerd op de genen uit te voeren?

“Nee, bij bepaalde vormen van borstkanker is het niet nuttig. De groep patiënten voor wie het wel van belang is, bestaat uit patiënten die zich bevinden in een vroeg stadium van borstkanker en die een tumor hebben die hormoongevoelig is. Bij ruim 70 procent van de vrouwen is de kanker hormoongevoelig. Wanneer dit niet het geval is, wordt er veelal overgegaan op chemotherapie.”

Wat zijn de voordelen van een genexpressietest voor borstkanker?

“Het gebruik van MammaPrint kan helpen bij het kiezen voor wel of geen chemotherapie. Het verminderen van gebruik van chemotherapie heeft meerdere voordelen. Allereerst heeft het een positieve invloed op de kwaliteit van leven: een vrouw die geen chemotherapie krijgt, krijgt ook geen vroege of late effecten van deze behandeling van borstkanker. Daarnaast zal het voorkomen van onnodige chemotherapie ook een positieve invloed hebben op de (zorg)kosten voor de maatschappij omdat chemotherapie ervoor zorgt dat iemand o.a. langer uit de running is. De kosten van de test wegen daarom zeker op tegen de baten voor zowel de vrouwen als de maatschappij.”