Teruglopend aantal aanvullende verzekeringen zet solidariteit onder druk.

Aanvullende verzekeringen bieden extra dekking voor zorgkosten die niet of slechts gedeeltelijk onder de basisverzekering vallen. Dit jaar heeft ruim 85 procent van de polishouders een aanvullende verzekering(AV). Iets minder dan 15 procent heeft dat dus níet. Daarmee zet de trend door dat steeds minder mensen kiezen voor een AV. Hoe komt dat en wat zijn de consequenties? In de Zorgthermometer, een jaarlijkse publicatie van Vektis, een centrum voor informatie en standaardisatie, dat is ontstaan op initiatief van de zorgverzekeraars, valt te lezen dat het percentage verzekerden zonder aanvullende verzekering relatief snel stijgt: van zo’n 6,5 procent in 2006 tot ruim 14 procent nu.

Een belangrijke oorzaak van de daling van de AV-graad laat zich raden: de financiële crisis van de afgelopen jaren dwingt het overgrote deel van de huishoudens om kritischer naar de vaste lasten te kijken. Ook de media, die het nut van aanvullende verzekeringen nogal eens in twijfel trekken, en de opkomst van laagdrempelige vergelijkingssites hebben hier wellicht een rol in gespeeld.

Verzekerden die kiezen voor een AV hebben vaak relatief hoge zorgkosten, laat het landelijke onderzoek van Vektis zien. De afgelopen jaren heeft de overheid regelmatig de vergoeding van bepaalde zorgkosten uit het basispakket gehaald. Vaak bieden verzekeraars deze dekking dan aan via een aanvullend pakket. Vooral degenen die verwachten dat ze daar daadwerkelijk gebruik van gaan maken, sluiten zo’n aanvullende polis af. De versobering van het basispakket heeft daardoor slechts een licht dempend effect gehad op de terugloop in het aantal polishouders met een AV.

Groeiende kloof

Al met al leidt het teruglopend aantal verzekerden met een AV er toe dat de solidariteit van het zorgstelsel onder druk komt te staan, voorziet Walter Kien, managing consultant bij IG&H Consulting & Interim: “De afstand tussen niet-zorggebruikers en zorggebruikers is in de afgelopen jaren steeds groter geworden. Verzekerden met een AV hebben dit gemerkt aan de premieverhogingen, het aftoppen van ruime dekkingen en de invoering van leeftijdgebonden premies. Deze scheefgroei zou niet veel verder moeten toenemen, anders is het solidariteitsmodel niet langer houdbaar.”

De uitdaging voor verzekeraars is nu om in te spelen op de veranderende marktomgeving. Tegelijkertijd moeten zij gaan nadenken over innovatieve oplossingen die inspelen op alternatieve zorgfinanciering en een nieuwe betekenis geven aan solidariteit. Ook intermediairs, vergelijkers en overige partners kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Kien verwacht overigens dat de AV-graad de komende jaren slechts marginaal verder zal dalen, zelfs wanneer de consument geconfronteerd wordt met aanhoudende prijsstijgingen. “Het economisch herstel lijkt in zicht, het basispakket wordt verder versoberd en de verhoging van de basispremie als gevolg van AWBZ overheveling wordt getemporiseerd. Dat zorgt voor afvlakking van de trend die we de laatste jaren zagen.”