Zelfverwondend gedrag bij mensen met een verstandelijke beperking komt vaker en in ergere mate voor bij het Cornelia de Lange syndroom als zij een afwijking hebben in een specifieke gen: het NIPBL-gen. Dit blijkt uit onderzoek van Sylvia Huisman in samenwerking met Prinsenstichting en het Academisch Medisch Centrum (AMC).

Cornelia de Lange Syndroom

Het onderzoek naar zelfverwondend gedrag bij verstandelijk gehandicapten werd uitgevoerd onder mensen met het Cornelia de Lange Syndroom (CdLS), omdat bij dit syndroom zelfverwondend gedrag relatief vaak voorkomt (55-60% bij CdLS versus 25-30% bij mensen met een verstandelijke beperking zonder bekende oorzaak). CdLS kan veroorzaakt worden door afwijkingen in zes verschillende genen, zoals het NIPBL-gen en het SMC1A-gen. Dit onderzoek werd gehouden onder 51 mensen met een verandering in het SMC1A-gen en 67 mensen met een verandering in het NIPBL-gen. Van deze mensen werden de fysieke-, genetische- en gedragskenmerken vergeleken.

Zelfverwondend gedrag en genen

Het literatuuronderzoek laat zien dat er verschillende verschijningsvormen van zelfverwondend gedrag zijn tussen syndromen onderling, wat genetische invloeden impliceert. Dat wordt door dit onderzoek bevestigd: Bestudering van DNA-verandering laat zien dat zelfverwondend gedrag vaker en in ergere mate voorkomt bij mensen met CdLS met een verandering in het NIPBL-gen, dan bij mensen met een verandering in het SMC1A-gen. Daarnaast wijst het DNA-onderzoek uit dat de verandering niet altijd in alle lichaamscellen voorkomt. Bij 75% van de mensen bij wie geen DNA-verandering met bloedonderzoek kon worden aangetoond, werd met wangslijmvliesonderzoek alsnog een DNA-verandering aangetoond. De wangslijmvliesmethode is voor CdLS meer accuraat dan bloedonderzoek en wordt vanaf nu internationaal toegepast voor CdLS-diagnostiek.

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de achterliggende oorzaak van zelfverwondend gedrag een goed behandelbaar medisch probleem kan zijn. Een toekomstige geïntegreerde aanpak van gedragswetenschappers en medici is nodig om zelfverwondend gedrag in kaart te brengen. Dit vormt de basis voor moleculair onderzoek, waarmee in de toekomst behandelingen gepersonaliseerd kunnen worden.

Oorzaken

Sylvia Huisman: ‘Zelfverwondend gedrag komt regelmatig voor bij mensen met een verstandelijke beperking en bij mensen met het Cornelia de Lange Syndroom in het bijzonder. De lichamelijke beschadiging kan een ernstig en soms levensbedreigend probleem zijn. Omdat mensen met een – al dan niet ernstige- verstandelijke beperking vaak niet in staat zijn om pijn en klachten onder woorden te brengen, is het belangrijk om goed na te gaan of er medische problemen spelen of dat de oorzaak meer in de verstandelijke beperking, het aanpassingsvermogen of omgevingsfactoren is gelegen.’

‘Inzicht in karakteristieken van zelfverwondend gedrag (zoals prevalentie, verschijningvormen, ontstaanswijze en genetische factoren) tussen verschillende genetische syndromen is van belang om de oorzaak en ontstaanswijzen te ontrafelen en oplossingen te bieden. Dit behoeft samenwerking tussen medisch-, gedrags- en genetisch wetenschappelijk onderzoek. Zowel het genetische als het medische aspect bleven in onderzoek naar zelfverwondend gedrag tot nu toe onderbelicht,’ aldus Huisman.

Bron: de Prinsenstichting