Dranken met een laag alcoholpercentage klinken op papier als een goed initiatief om te stimuleren tot minder consumptie. Een biertje met 1% alcohol zou immers minder schadelijk moeten zijn dan een van 5% en helemaal dan een van 10%. Maar wat als iemand besluit om na dat 1%-biertje er nog een paar te nemen? Dan wordt in eerste instantie geprobeerd om de alcoholinname terug te dringen, maar tegelijkertijd spoort het mogelijk aan tot hogere consumptie van een laag-in-alcoholproduct.

Onderzoekers van de University of Cambridge en Behaviour and Health Research Unit waren benieuwd in hoeverre dit het geval was. Ze voerden een experiment uit in een labsetting die het kroeggevoel moest nabootsen. Het onderzoek is gepubliceerd in British Journal of Health Psychology.

Testdrankjes

De groep deelnemers aan het experiment bestond uit 264 personen die allen doorgaans op wekelijkse basis bier of wijn drinken. Zij werden verdeeld onder drie groepen en gevraagd om ‘drankjes te testen’. Er waren drankjes waar het label ‘zeer laag in alcohol’ en het percentage op vermeld werd, drankjes met de tekst ‘laag in alcohol’ en het bijbehorende percentage en drankjes waar enkel het percentage op werd vermeld. Voor de laatstgenoemde ging het om een percentage (4 – 12%) dat doorgaans in drankjes zit.

Wel of niet gelabelde dranken

Uit het experiment bleek dat deelnemers meer dronken als er op het label van het drankje stond dat deze laag in alcohol is. Voor drankjes met ‘zeer laag in alcohol’ gold dat hiervan gemiddeld 214 milliliter werden gedronken. Dit in vergelijking met dranken met een regulier alcoholpercentage. Van die werden gemiddeld 177 milliliter gedronken. Het resultaat bleef ook hetzelfde nadat deelnemers werden gevraagd of ze hun drinkpatronen veranderden in de gecreëerde setting.

Lager alcoholpercentage, meer drinken

Volgens onderzoeker Theresa Marteau (Behaviour and Health Research Unit) bewijzen de resultaten van de studie dat labels op laag-in-alcoholdranken er mogelijk voor zorgen dat deze eerder gekozen worden. Maar tegelijkertijd zetten ze aan tot meer drinken. Of het dan gaat om specifiek laag-in-alcoholdranken of alcohol in het algemeen is nog niet duidelijk. Daar moet nog meer onderzoek naar worden gedaan. Voor een vervolgexperiment is het dan ook belangrijk dat deze plaatsvindt in een real-life-setting. Hierin kan nog beter achterhaald worden wat de impact van gelabelde laag-in-alcoholdranken is. In een labsetting kan het namelijk toch zo zijn dat mensen zich anders gedragen dan ze aangeven.

Nadenken over de effecten van interventies

Onderzoeker Milica Vasiljevic (University of Cambridge) zegt dat deze studie stof tot nadenken geeft. Dit geldt met name voor alcoholfabrikanten en beleidsmakers. Alcoholconsumptie behoort wereldwijd tot een van de grootste oorzaken voor ziekte en vroegtijdig overlijden. En hoewel er al verschillende interventies zijn om consumptie te verminderen, zoals in het geval van fabrikanten met het aanbieden van laag-in-alcoholdranken, is het belangrijk om na te denken over de effecten van dergelijke interventies.