Van de patiënten met een chronische ziekte heeft 20 tot 30% ook een psychisch probleem. Het kan toeval zijn. Het één kan ook het gevolg van het ander zijn. Maar het meest waarschijnlijke is, dat sommige chronische lichamelijke ziekten op dezelfde manier ontstaan als bepaalde psychische problemen.

Bijzonder hoogleraar Ziekenhuispsychiatrie Adriaan Honig aan het VUmc onderzoekt dit verband al jaren. Honig legt uit: “Chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten ontstaan doordat het immuunsysteem wordt opgejaagd. Bij psychische problemen zoals angst en depressie is dat eveneens het geval. Ook het stresshormoon cortisol speelt bij beide ziekten een rol.”

Hoog sterftecijfer bij een chronische ziekte

Psychiatrische stoornissen blijken een risicofactor te zijn voor de ontwikkeling van lichamelijke ziekten. Zo hebben mensen met een hartinfarct en een depressie drie keer zoveel kans om te overlijden dan niet-depressieve mensen met een hartinfarct. Bij hen blijken hartmedicijnen bovendien minder goed te werken en is de kans op heropname in het ziekenhuis aanzienlijk groter.

De invloed andersom is zelfs nog indrukwekkender: patiënten met chronisch psychiatrische problemen leven gemiddeld twintig jaar korter dan de gemiddelde Nederlander. Dit hoge sterftecijfer komt vooral door de chronische lichamelijke ziekte. “Dit getal is al twintig jaar hetzelfde. Het heeft deels met onze veranderde levensstijl en leefgewoonten te maken, maar ook met de stoornis zelf, de medicatie en het feit dat we als psychiaters te weinig medisch lichamelijke zorg leveren.”

Intensieve samenwerking door specialisten

Honig wil dat specialisten op beide gebieden intensiever met elkaar gaan samenwerken. Zo kunnen patiënten met een chronische ziekte én psychische problemen beter herkend en behandeld worden. “Psychiaters zouden veel moeten bijleren over wat wij somatische problematiek noemen. Maar centra voor geestelijke gezondheid staan momenteel flink onder druk door bezuinigingen, dus dat wringt.” Andersom zouden behandelaars van chronische lichamelijke ziekten hun patiënten moeten screenen op psychische problemen zoals angsten en depressie.

Bovendien moeten zij worden getraind om patiënten tools aan te reiken waarmee zij de stress kunnen verminderen die met hun chronische ziekte te maken heeft. “Het is niet aangetoond dat hierdoor de overleving van deze mensen verbetert, maar hun kwaliteit van leven verbetert wél en deze mensen worden minder snel opgenomen”, vertelt Honig. Momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is om in te grijpen op het proces waardoor beide soorten ziekten ontstaan. Het moment waarop één medicijn alles zal genezen, lijkt echter nog ver weg.