De moderne consument is bewust met voedsel bezig. Men wil niet alleen lekker eten, maar ook weten wat er in zit om een gezonde keuze te kunnen maken. Daarbij is de gedachte vaak: hoe natuurlijker hoe beter. Een denkfout, meent dr. ir. Ralf Hartemink, opleidingsdirecteur Food programma’s van Wageningen University & Research. “Biochemisch gezien is een natuurlijke stof niet per definitie beter dan een synthetische.”

Bij veel consumenten heerst de opvatting dat kunstmatige toevoegingen een product minder gezond maken. Is dat onterecht?

“Vanuit een biochemisch perspectief is het onzin om te zeggen dat een natuurlijke stof beter is dan een synthetische. Het lichaam reageert op moleculaire structuren en weet niet of die onderdeel zijn van een natuurlijke of kunstmatige stof. De lever – de chemische fabriek van het lichaam – kan een stof afbreken of niet. Hoe die stof tot stand is gekomen, maakt niet uit.”

Hoe zit het met de veiligheid rondom kunstmatige stoffen die aan voedsel worden toegevoegd?

“Het is interessant dat men zich bij kunstmatige stoffen zorgen maakt om de veiligheid, terwijl we als mensheid nog geen component hebben kunnen bedenken dat zo giftig is als sommige stoffen uit de natuur. Uiteraard zijn lang niet alle kunstmatige stoffen geschikt voor consumptie. Maar voordat een synthetische stof op de markt wordt gebracht met een bepaalde functie, bijvoorbeeld als kleurstof of smaakversterker, moet die stof eerst uitgebreid op veiligheid getest worden. Dat is een voordeel van kunstmatige stoffen, de regelgeving eromheen is ontzettend streng.”

Zijn kunstmatige stoffen in bepaalde situaties een betere keuze dan natuurlijke?

“Dat kan in specifieke gevallen zo zijn, zoals bij de keuze tussen suiker en kunstmatige zoetstoffen. Wanneer iemand diabetes heeft en zijn of haar bloedsuikerspiegel stabiel wil houden, dan kunnen zoetstoffen hierbij helpen. Ze hebben geen of een zeer beperkte invloed op de bloedsuikerspiegel, maar geven wel een zoete smaak. Ook mensen die hun gewicht onder controle willen houden, kunnen hun voordeel ermee doen. Zoetstoffen bevatten immers geen of een verwaarloosbare hoeveelheid calorieën. Als iemand dus iets zoets wil eten of frisdrank wil drinken zonder de effecten van suiker, dan zijn zoetstoffen een goed alternatief.”

Sommige studies suggereren een verband tussen zoetstoffen en kanker of overgewicht.

“Als er enig bewijs was dat zoetstoffen kankerverwekkend zijn, dan zouden ze niet op de markt zijn. Het verband tussen de zoetstof aspartaam en kanker is ooit gelegd in een studie waarvan de methoden en resultaten sindsdien volledig ontkracht en weerlegd zijn. Het onderzoek was zo slecht opgezet, dat het tegenwoordig als lesmateriaal wordt gebruikt hoe niet om te gaan met dierproeven en statistiek. De theorie dat de consumptie van zoetstoffen zou leiden tot een hongergevoel en daarmee overgewicht in de kaart speelt, is omstreden. Het idee is dat je lichaam de smaak zoet associeert met de inname van energie. Bij het consumeren van producten met zoetstoffen verwacht de maag een dosis energie, maar blijft deze in sommige gevallen uit vanwege het gebrek aan calorieën. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat je een hongergevoel ervaart. Hierover is echter nog geen eenduidige uitspraak, mede omdat het een lastig onderzoeksonderwerp is. Want hoe bewijs je dat iemand honger heeft?”

Wat is uw advies met betrekking tot het gebruik van zoetstoffen?

“Maak je geen zorgen. Kies zelf of je een product met of zonder suiker wil nuttigen op basis van smaak, calorieën en eventuele invloed op je bloedsuiker. Wil je liever geen suiker, dan bieden zoetstoffen uitkomst.”

Meer informatie
www.zoetstoffen.nl