‘Pijn op de borst’ is een vrij algemene omschrijving, een klacht met veel mogelijk verschillende oorzaken. Dat werd ook onderkend door Zorginstituut Nederland, een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van VWS, dat binnen het programma Zinnige Zorg startte met onderzoek naar de zorg rondom pijn op de borst.

Verbetering van de zorg

Binnen het programma Zinnige Zorg wordt van allerlei aandoeningen bekeken of zorg daadwerkelijk zinnig en doelmatig is. Hans Paalvast is programmaleider Zorginstituut Nederland. Pijn op de borst is een van de verdiepende onderwerpen binnen het segment ‘Hart en Vaat’, dat door het instituut wordt onderzocht. “De zorg rondom pijn op de borst bevat veel aspecten waarvan we niet weten of ze goed worden aangepakt”, stelt hij.

Na gesprekken met patiëntenorganisaties, artsen en verzekeraars worden nu de onderzoeksopdrachten uitgezet. Het doel: inzichtelijk maken hoe de zorg in de praktijk geleverd wordt. “We praten met alle zorgpartijen en doen data- en literatuuronderzoek. Op basis daarvan komen we met verbetervoorstellen voor de zorg.”

De rol van De Hart&Vaatgroep

Namens de patiënten is De Hart&Vaatgroep deelnemer in dit programma. Beleidsadviseur Hans van Laarhoven: “Pijn op de borst kan veel oorzaken hebben. De diagnostiek kan verbeterd worden, ook als het gaat om het verschil tussen mannen en vrouwen. Het idee is om het hele terrein in kaart te brengen. Voor ons is het vooral interessant om te kijken hoe je behandeling en zorg moet organiseren.” Uiteindelijk moet een en ander leiden tot een aantal mooie adviezen om de zorg op dit punt inderdaad voor patiënten beter te maken.

Organisatie van de ketenzorg

Makkelijker gezegd dan gedaan, want juist de diversiteit maakt het lastig om de ketenzorg goed te organiseren. Komt bij dat de organisatie van de Nederlandse zorg over het algemeen niet eenvoudig te veranderen is. Hans van Laarhoven: “Voor ons is het zaak om te kijken welke stappen een patiënt zet en wat iedereen daaromheen doet. Het is goed om de patiënt centraal te stellen in de zorg.” Zo krijg je inzicht in hoe de zorg werkt en bijvoorbeeld de samenwerking tussen huisarts en cardioloog eruitziet. In de hele organisatie valt nog veel winst te boeken. Bijvoorbeeld als het gaat om de uitwisseling van informatie. Dat moet goed geregeld worden en de bereidheid daartoe is gelukkig aanwezig, maar het is ingewikkeld. Het vraagt om wederzijds vertrouwen en deskundigheid.

Het probleem van de financiering

Het probleem is de financiering: voor een cardioloog naargelang het aantal patiënten en verrichtingen, voor huisartsen is dat anders. Het is echt zoeken naar een goede financiering die recht doet aan een ieders inzet. Idealiter wordt een keten zo kleinschalig mogelijk ingericht, als het kan op regionaal niveau. “Het hangt af van de mensen die het moeten doen, hoe zij het regelen. Kleinschaligheid betekent geen overhead en geen dure structuren. En voor het thema pijn op de borst is het groot genoeg. Belangrijk is ook dat je laat zien wat je doet en presteert, zodat je als patiënt een keuze kunt maken.”

Pijn op de borst: een blik op de toekomst

Meer concreet: de onderzoeken naar ‘pijn op de borst’ gaan volgend jaar van start. Naar verwachting zijn de eerste resultaten dan voor de zomer bekend. Het Zorginstituut gaat dan samen met partijen kijken welke conclusies er aan kunnen worden verbonden. Hoe meer de partijen samen optrekken, hoe beter het eindresultaat zal zijn. Dat kost natuurlijk meer tijd, maar leidt wel tot verbeteringen waar draagvlak voor is en die echt uitvoerbaar zijn. Want uiteindelijk zijn het de partijen in de zorg zélf die de verbeteringen moeten realiseren.