Een nieuw onderzoek toont aan dat een zoutrijk dieet dorst vermindert en het hongergevoel juist versterkt. De bevindingen werden in The Journal of Clinical Investigation gepubliceerd.

Onderzoek naar zoutrijk dieet en drinkgewoontes

We hebben het allemaal weleens gehoord: van zout eten krijg je dorst. Maar wat compleet logisch lijkt is dit niet altijd. Uit een onderzoek dat een ruimtevaart naar Mars simuleerde, kwam een tegenovergestelde conclusie. De “ruimtevaarders” die meer zout aten, hielden meer water vast en waren niet zo dorstig als de andere groep. Ze hadden daarentegen wel meer energie nodig.

Er is nooit eerder langdurig onderzoek gedaan naar de relatie tussen het zoutgehalte in voeding en daaropvolgende drinkgewoontes. Wetenschappers wisten al dat een verhoogde zoutinname de productie van urine stimuleert, maar namen daarbij aan dat dit puur alleen door drinken kwam.

De onderzoekers van o.a. het German Aerospace Center en het Max Delbrück Center for Molecular Medicine maakten gebruik van een gesimuleerde missie naar Mars om de proef op de som te nemen. Binnen deze testomgeving konden ze namelijk alle aspecten van de voedingsconsumptie van de testpersonen reguleren en controleren.

De onderzoeken werden verricht onder twee groepen van 10 mannelijke vrijwilligers. De eerste groep werd 105 dagen onderzocht, de tweede groep 205 dagen. Ze hadden identieke diëten op een periode van enkele weken na. Hierin kregen ze drie verschillende niveaus van zout in hun voeding.

De bevindingen

De bevindingen bevestigden dat het consumeren van meer zout tot een hoger zoutgehalte in urine leidt. Ook was er een correlatie tussen het zoutgehalte en de kwantiteit van urine, maar dit bleek niet te komen doordat de testpersonen meer dronken. Een zoutrijk dieet zorgde er juist voor dat de testpersonen minder vloeistof tot zich namen. Zout stimuleert namelijk een mechanisme dat water conserveert in de nieren.

Voor het onderzoek was de heersende hypothese dat zoutdeeltjes watermoleculen naar de urine vervoeren, maar de nieuwe resultaten lieten iets anders zien. Zout bleef in de urine terwijl de watermoleculen naar de nieren en andere plaatsen van het lichaam gingen. Dit kwam als een complete verrassing voor onderzoeker Jens Titze. Hij vroeg zich af welke alternatieve drijvende kracht watermoleculen terug kon vervoeren.

Experimenten bij muizen wezen op de mogelijke invloed van ureum. Dit is een substantie die gevormd wordt door de spieren en de lever om stikstof af te scheiden. Bij de proefmuizen werd ureum in de nieren verzameld, waar het de trekkracht van watermoleculen naar zoutdeeltjes tegenging. Maar er is veel energie nodig om ureum te maken, waardoor de muizen hongeriger werden. Het hogere zoutgehalte maakten de muizen dus niet dorstiger, maar hongeriger. En dit was ook bij de testpersonen het geval.

Nieuw perspectief

Het onderzoek werpt nieuw licht op de functie van ureum in ons lichaam. “Het is niet alleen een afvalproduct, zoals eerder is aangenomen,” zegt onderzoeker Friedrich C. Luft. “In plaats daarvan lijkt het een belangrijke osmoliet te zijn. Dit is een verbinding die helpt bij het transport van water in het lichaam. De functie daarvan is het vasthouden van water wanneer onze lichamen zout afvoeren.”

De bevindingen veranderen hoe we het waterpeil van het lichaam (waterhomeostase) moeten benaderen. “We moeten dit proces nu zien als een gezamenlijke activiteit van de lever, spieren en nieren,” stelt Titze.

“Hoewel we de bloeddruk en andere aspecten van het cardiovasculaire systeem niet behandeld hebben, is het ook duidelijk geworden dat de functies nauw verbonden zijn aan waterhomeostase en energiegebruik.”