Pieken en dalen horen bij het leven. Soms bruis je van de energie, terwijl je de andere keer niets voor elkaar kunt krijgen. Gelukkig gaan dit soort fasen vaak weer snel voorbij. Maar voor mensen met een bipolaire stoornis is dit een ander verhaal. Zij kunnen zich zo somber en wanhopig voelen dat ze zelfs aan zelfmoord beginnen te denken. Of ervaren zo veel optimisme en kracht dat ze ervan overtuigd zijn de hele wereld aan te kunnen. Hoe ontstaan dit soort extreem wisselende stemmingen en wat is er aan te doen? Wij vroegen het Ralph Kupka, hoogleraar Bipolaire Stoornissen aan het VU Medisch Centrum.

1. Wat is een bipolaire stoornis?

“Een bipolaire stoornis is een psychiatrische aandoening waarbij de stemming en activiteit zijn verstoord. Het wordt ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Meer specifiek houdt het in dat mensen een aantal weken of maanden depressief kunnen zijn, waarna ze een periode van extreme energie en optimisme (manie) ervaren. Soms is hun stemming nadien jarenlang stabiel, maar het komt ook voor dat deze episoden zich kort na elkaar afwisselen.

Daarbij is opvallend dat deze depressieve en manische fasen erg verschillen van hoe mensen zich normaal voelen en gedragen. Over het algemeen functioneren zij zoals iedereen, alleen kan een stressfactor tot extreme stemmingswisselingen leiden. Soms ontstaan de episoden ook zonder enige aanleiding.

Bovendien kunnen de manische en depressieve fasen zich in verschillende gradaties voordoen. De ene keer verlopen ze heel licht, maar een andere keer kan het zelfs tot psychotisch gedrag en waanbeelden leiden. Dit maakt de bipolaire stoornis dan ook een zeer ingewikkelde aandoening.”

2. Hoe vaak komt het naar schatting voor?

“Een bipolaire stoornis komt voor bij ongeveer anderhalf procent van de Nederlandse volwassen bevolking. Wereldwijd zijn deze cijfers ongeveer hetzelfde, namelijk tussen de 1 en 2 procent. Daarentegen heeft ongeveer 20 procent van de bevolking ooit een ‘gewone’ depressie meegemaakt. Het is dus een vrij zeldzame aandoening.”

3. Is er iets bekend over de onderliggende oorzaken?

“Onderzoeken bij families en tweelingen hebben aangetoond dat er een sterke erfelijke component aanwezig is bij mensen met een bipolaire stoornis. Het wordt dus voor een deel genetisch bepaald. Maar de precieze, achterliggende oorzaak weten we niet. Dit valt vooralsnog ook niet met hersenscans of bloedtesten af te lezen.

Daarnaast kunnen ook omgevingsfactoren een rol spelen. Mensen die een genetische aanleg hebben om een bipolaire stoornis te ontwikkelen, kunnen als gevolg van stressvolle of traumatische gebeurtenissen een episode krijgen. Bij een depressie gaat het vaak om een verlies en bij een manische episode om doelgerichte zaken, zoals een nieuwe baan of nieuwe relatie. Deze gebeurtenissen roepen veel activiteit op, waar de persoon vervolgens in kan doorslaan.”

4. Wat zijn de consequenties van een bipolaire stoornis?

“Wanneer iemand depressief is, komt diegene tot niets. In het ergste geval kan een depressie leiden tot suïcide. Bij een manische episode kan iemand zo ontremd raken dat hij of zij grote brokken maakt. Voorbeelden zijn vreemdgaan, ruzie maken op het werk of impulsieve dure aankopen doen. Er is vaak sprake van roekeloos gedrag.

In feite doet de persoon dingen die wij misschien allemaal wel zouden willen doen, maar laten vanwege de mogelijke gevolgen. De ongeremde manische patiënt kan dit niet meer inschatten. Uiteindelijk kan dit grote schade tot gevolg hebben, zoals relatiebreuk, ontslag of financiële schulden.”

5. Bestaan er stigma’s over de bipolaire stoornis?

“Ja, deze zijn er zeker. Ze worden met name opgeroepen door mensen die manisch zijn en chaos veroorzaken. Als je bijvoorbeeld op het werk manisch wordt en even haarfijn gaat uitleggen hoe slecht het allemaal in elkaar steekt, kan je in serieuze problemen komen. Je wordt dan al gauw als ‘gek’ bestempeld en moet met een wel heel sterk verhaal komen om je gedrag later uit te leggen. We noemen dat reputatieschade.

Depressie is daarentegen een stuk minder gestigmatiseerd. De reden hiervoor is dat het inmiddels een bekender ziektebeeld is. Ook zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het iedereen kan overkomen.

Ten slotte is er ook nog het zogenoemde zelfstigma. Mensen met een bipolaire stoornis gaan dan twijfelen aan hun eigen gemoedstoestand. Wanneer ze zich bijvoorbeeld opgewekt voelen, vragen ze zichzelf af of dit een gezonde blijdschap is of dat ze beginnend manisch aan het worden zijn. Dit goed inschatten kan erg lastig zijn. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving. Je kunt niet meer helemaal op jezelf vertrouwen.”

6. Gaat een bipolaire stoornis weleens gepaard met andere aandoeningen?

“Uit Amerikaanse studies is gebleken dat bijna 95 procent van de mensen met een bipolaire stoornis ook nog een andere diagnose heeft. Dit kunnen bijvoorbeeld angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen zijn, maar verslavingen staan stipt op één. Soms gebruiken patiënten drugs en alcohol om minder somberheid te voelen. Deze middelen worden dan een manier om met de extreme stemmingswisselingen om te gaan.”

7. Hoe wordt een bipolaire stoornis vastgesteld?

“Dit gebeurt, net als bij elke andere psychiatrische aandoening, via een gesprek met de persoon over zijn of haar stemming en activiteit van de afgelopen tijd. Maar ook een gesprek met een naastbetrokkene is belangrijk voor een diagnose.

In het geval iemand zich depressief voelt, zal hij of zij hier zelf mee naar de dokter of een psycholoog gaan. Er is dan sprake van lijden. Maar wanneer een persoon manisch is, lijdt hij of zij hier in eerste instantie niet onder. Er is juist sprake van optimisme, veel energie en je heel goed voelen. Mensen om deze persoon heen zullen dit echter als afwijkend herkennen en het als teken zien dat het niet goed gaat met hem of haar.”

8. Wat zijn de behandelmethoden?

“Ten eerste dient de diagnose zorgvuldig te worden vastgesteld. Hierbij is het belangrijk dat de patiënt voldoende uitleg krijgt en voorlichting over de behandeling. Vaak gebeurt dit in groepen en wordt ook wel psycho-educatie genoemd. Daarnaast is er een stuk zelfmanagement. Hierbij leren mensen om zelf aan te voelen wanneer ze zich in een beginnende episode bevinden en maatregelen te nemen om deze binnen de perken te houden. Vaak is dit een proces van voortschrijdend inzicht.

Daarnaast krijgt bijna iedereen medicatie. Meestal wordt hier in de acute fase mee gestart, en gaat iemand er enige tijd mee door om het herstel te bestendigen. Sommige mensen slikken de medicijnen gedurende zeer lange tijd om een nieuwe episode te voorkomen.

Ten slotte zullen patiënten een vorm van psychotherapie krijgen. Hierbij leren ze manieren om met angst en somberheid om te gaan. Daarnaast kunnen gesprekken helpend zijn bij dagelijkse problemen en stressfactoren.”

9. Valt er goed met een bipolaire stoornis te leven?

“Ja hoor, indien mensen een goede behandeling en passende medicatie gevonden hebben, valt er in de meeste gevallen goed met de aandoening te leven. Zij werken, hebben een relatie, net als iedereen.

Maar er zijn ook mensen bij wie dit minder goed lukt. Een deel van hen heeft zo’n ernstige vorm dat de episoden vaak terugkeren. Het is dan vaak lastig om goede medicatie te vinden. Zij hebben een intensievere behandeling nodig en zijn vaak niet goed in staat om te werken of een opleiding te volgen.”

10. Wat kan je zelf doen in het geval je een bipolaire stoornis vermoedt?

“Meestal zullen deze vermoedens beginnen met symptomen van een depressie. Je kunt dan samen met een behandelaar uitzoeken van wat voor depressie sprake is. Vervolgens kun je bekijken of je ook weleens manische verschijnselen ervaart. Maar het herkennen van deze patronen kan soms wel enkele jaren in beslag nemen.

Daarnaast bestaan er online zelftesten, maar deze moet je altijd met een korrel zout nemen. Scoor je negatief, dan ben je er vrij zeker van dat je de aandoening niet hebt. En in het geval van een positieve uitslag, hoeft dit nog niet direct te betekenen dat je een bipolaire stoornis hebt. Wel zou je kunnen overwegen een psychiater of psycholoog te raadplegen om een zorgvuldige diagnose te laten stellen. De aandoening is echt te complex om in een simpele vragenlijst te vangen.”