De Forensisch Ambulante Zorg (FAZ) biedt behandel- en reclasserings-programma’s voor volwassenen met problemen op psychiatrisch-, verslavings-en forensisch gebied. Jeroen Lambriks, directeur bedrijfsvoering en Rogier van Bemmelen, psychiater en manager behandelzaken FAZ bij Inforsa, vertellen over hun aanpak.

Waarom is ambulantiseren van de forensische psychiatrie belangrijk?

Lambriks: “Ook in de forensische zorg worden poliklinische en outreachende behandelingen opgebouwd en klinische behandelingen afgebouwd. We willen outreachend behandelen, dat wil zeggen zoveel mogelijk bij cliënten thuis, in hun eigen omgeving. Dit omdat crimineel gedrag vaak z’n oorsprong vindt in het dagelijks leven van cliënten. Een agressieregulatietraining was voorheen in klinieken, in een gecontroleerde, bijna steriele omgeving. Maar om effectief te behandelen zul je dat moeten doen in de setting waar mensen de prikkels die criminogeen gedrag uitlokken ervaren. Daarom gaan wij met cliënten letterlijk de stad in. Daardoor leren ze stapsgewijs omgaan met die prikkels. We doen dit al in Amsterdam en Hilversum en vanaf januari ook in Utrecht, Amersfoort, Veenendaal en Almere.”

Wat houdt jullie programma voor risicovermindering in?

Lambriks: “We behandelen niet alleen vanuit het medisch handboek van de ggz (DSM) gericht op een stoornis. Leidend is risicoreductie, dus: wat is er nodig om het risico op herhaling te voorkomen? We gebruiken hiervoor wetenschappelijk getoetste scorelijsten.” Van Bemmelen: “We behandelen door tot het risico aantoonbaar sterk verminderd is; het liefst tot het nul is. Wij gaan door waar andere hulpverleningsinstanties ophouden. Dit zorgt natuurlijk niet altijd voor succes, maar iedereen die je wél op het rechte pad krijgt, is winst. We zorgen ook dat mensen die uit de gevangenis komen snel een woonplek en uitkering krijgen. Of dat iemand die meewerkt aan agressieregulatietherapie of medicatie inneemt, woonruimte krijgt via de gemeente. Ook dat vermindert het risico doordat de aanleiding voor crimineel gedrag wordt weggenomen.”

Onderscheidend is ook jullie nazorg-programma. Wat houdt dat in?

Lambriks: “Als onze cliënten klaar zijn in onze klinieken en niet meer door Inforsa behandeld worden, gaan onze behandelaren toch nog langs in andere instellingen, of bij de Regionale Instelling voor Beschermd Wonen. Door deze persoonlijke aandacht laat je zien dat wat je tijdens de behandeling samen hebt opgebouwd een waardevolle relatie is. We organiseren ook jaarlijks een festival waarbij ex-cliënten komen vertellen hoe het met ze gaat. En als iemand jarig is sturen we een kaartje. Dat geeft mensen een extra prikkel om hun leven op orde te houden. Het lijkt klein, maar is van grote betekenis.”

Wat levert deze nazorg op?

Van Bemmelen: “Dat er iemand nog steeds geïnteresseerd in ze is, terwijl dat niet hoeft, geeft mensen het gevoel: ik doe ertoe. Dat is vooral belangrijk voor de groep met een grote kans op terugval. Om op het rechte pad te blijven, hebben onze cliënten echt iemand nodig die naast hen staat, want ze hebben vaak weinig connecties meer met de maatschappij.” Lambriks: “Uit interviews blijkt dat cliënten de nazorg als zeer prettig ervaren. Er loopt wetenschappelijk onderzoek of het ook aantoonbaar leidt tot minder recidieven. De resultaten daarvan zijn pas in april bekend, maar het ziet er positief uit.”