Voor het voorkomen van een zwangerschap bestaan verschillende anticonceptiemiddelen. Elk voorbehoedsmiddel heeft zijn eigen voor- en nadelen. De keuze voor de meest geschikte vorm is dan ook heel persoonlijk en hangt af van diverse factoren.

Zoektocht naar de beste vorm van anticonceptie

Wie op zoek is naar de beste anticonceptievorm doet er goed aan zichzelf een aantal vragen te stellen. “De eerste is of je alleen nú geen kinderen wilt, of helemáál niet”, vertelt Rob Beerthuizen, directeur van de Stichting Anticonceptie Nederland.

“Met andere woorden: wil je een definitieve vorm van anticonceptie of niet? In het eerste geval is sterilisatie een optie, dat kan zowel bij de man als de vrouw.” Bij een tijdelijke vorm van anticonceptie is de vraag relevant of je anticonceptie met of zonder hormonen wenst. “Hormonen zorgen ervoor dat er vanuit de eierstokken geen eitje vrijkomt en het dus ook niet bevrucht kan worden”, legt Beerthuizen uit.

“Voordelen van deze middelen zijn het gemak en de hoge mate van betrouwbaarheid. Er is een tijd geleden wat commotie geweest over een mogelijk verhoogd risico op borstkanker bij gebruik van middelen met hormonen. Maar dat verband heeft men via studies nooit hard kunnen maken. Wie overigens een zeer betrouwbaar middel wenst zonder hormonen, kan kiezen voor het koperspiraal.”

Anticonceptie | Mijn Gezondheidsgids

Hoe vaak wil je eraan denken?

Een andere vraag die van invloed kan zijn op de keuze is hoe vaak je aan je anticonceptie wilt denken: elke dag, elke week, een keer per maand of ieder kwartaal? “Je komt dan respectievelijk uit op de pil, anticonceptiepleister, anticonceptiering en de prikpil. Het hormoonimplantaat blijft drie jaar zitten en hormoonspiraal vijf jaar”, somt Beerthuizen op.

“Deze laatste twee dienen te worden aangebracht door een getrainde arts; het hormoonspiraal in de baarmoeder en het staafje onderhuids in je arm.” Wie liever geen hormonen gebruikt komt uit op barrièremiddelen zoals het condoom, het vrouwencondoom, een pessarium, de FemCap of de Caya – een relatief nieuw middel. “Ook periodieke onthouding kan een optie zijn, maar dat vraagt veel nauwkeurigheid en discipline”, vertelt Beerthuizen. “Daardoor blijkt deze methode in de praktijk minder betrouwbaar.”

De betrouwbaarheid van anticonceptie

Er zijn nog meer anticonceptiemiddelen, maar deze zijn niet 100% betrouwbaar. “Sommige komen wel heel dicht in de buurt, zelfs tot 99,9%”, stelt Beerthuizen. “Middelen als de pil, de anticonceptie-ring of de anticonceptie-pleister kunnen echter nog zo betrouwbaar zijn, maar als je ze niet op tijd of op de juiste manier gebruikt kun je alsnog zwanger worden.

Als timing niet je sterkste kant is, kun je beter kiezen voor een langdurige methode zoals een (hormoon)spiraal, de prikpil of hormoonimplantaat; daar hoef je niet meer aan te denken als je er eenmaal mee begonnen bent. De belangrijkste factor voor de betrouwbaarheid is en blijft niet het middel, maar de gebruiker.”