Kinderarts Eric de Groot concludeert in zijn proefschrift dat astma in meer dan 97% van de gevallen goed te behandelen is. Wanneer dat niet het geval is, komt dat meestal door het niet vaak of trouw genoeg gebruiken van medicijnen (37%) en het minst vaak omdat het gaat om een vorm van astma die resistent is voor therapie (3%).

Verder stelt De Groot vast dat maar liefst 76% van de kinderen in zijn onderzoeksgroep ook hooikoorts blijkt te hebben en dat dit bij 44% van deze kinderen niet opgemerkt was. Door deze en andere bijkomende ziekten adequaat aan te pakken kunnen astmaklachten volgens hem zoveel mogelijk beperkt worden.

Astmacontrole

Astma is de meest voorkomende chronische ziekte op kinderleeftijd met een behoorlijke impact op het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven van deze kinderen. Om ervoor te zorgen dat kinderen met astma net als hun leeftijdsgenoten een normaal, actief leven kunnen hebben, wordt in de behandeling geprobeerd om astmaklachten zoveel mogelijk te beperken en astma-aanvallen te voorkomen, het liefst met zo weinig mogelijk medicijnen. Deskundigen noemen dat ‘astmacontrole’. De Groot onderzocht welke rol andere aandoeningen spelen, naast astma, in de astmacontrole van deze kinderen. Hier was nog amper onderzoek naar gedaan.

Conclusies van het onderzoek

Allergische rhinitis bleek in een onderzoeksgroep van 203 kinderen het vaakst voor te komen, namelijk bij 157 (76%) kinderen. Het was slechts bij 88 kinderen vastgesteld. De Groot concludeert ook dat het gebruik van een anti-allergie neusspray tegen de hooikoorts helpt om de astma beter onder controle te krijgen. Ook stelt hij dat een verkeerde ademhalingstechniek niet vaak een oorzaak is van slechte astmacontrole (5% van de onderzoeksgroep), maar dat het wel een behoorlijke impact heeft op de astmacontrole bij deze kinderen.

Oorzaken van ongecontroleerd astma

Tot slot zocht De Groot naar mogelijke oorzaken voor het niet onder controle zijn van astma bij kinderen. Hij bestudeerde daarvoor de dossiers van 147 kinderen met de diagnose ‘ongecontroleerd astma’, en concludeert dat er in de overgrote meerderheid van de gevallen (97%) een verklaring gevonden kan worden, zoals slechte therapietrouw (37%), blijvende blootstelling aan omgevingsprikkels zoals sigarettenrook (28%) en andere aandoeningen (20%, bijna allemaal hooikoorts of verkeerd ademhalen). Dat maakt dat het bij kinderen volgens hem goed te behandelen is, zelfs wanneer kinderen niet klachtenvrij zijn.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen.