De blaas, darmen en schede liggen dicht tegen elkaar aan. Daarom kunnen tegelijkertijd verschillende bekkenbodemklachten voorkomen. “Veel vrouwen hebben het gevoel dat er weinig aan hun klachten te doen is, terwijl er diverse behandelingen zijn”, zegt hoogleraar Gynaecologie Jan-Paul Roovers van de Universiteit van Amsterdam. “Slechts een op de vier vrouwen gaat naar de huisarts. Het is belangrijk dat je al je klachten met de huisarts of gynaecoloog bespreekt, ook al is dit moeilijk of schaam je je.”

Veelvoorkomende bekkenbodemklachten

De meest voorkomende bekkenbodemklachten zijn problemen met het plassen. Denk aan ongewenst urineverlies, moeten haasten om het toilet te halen, vaak moeten plassen en regelmatig een blaasontsteking hebben. Problemen met het plassen zijn bijna altijd goed te behandelen.

Vrouwen vinden het soms ongemakkelijk om hierover met hun huisarts te praten en zijn vaak onwetend over de mogelijke behandeling van plasklachten. Dit maakt dat er nog steeds veel vrouwen zijn die geen hulp zoeken. Dat is jammer, want het overgrote deel van de blaasklachten is goed te behandelen. Dit betekent niet altijd dat ze voor honderd procent verdwijnen. Wel dat ze flink verminderen en dat de kwaliteit van leven verbetert.

Urine incontinentie

Een op de drie vrouwen boven de dertig jaar heeft in meer of mindere mate last van urineverlies. Er zijn twee vormen: stressincontinentie en aandrangincontinentie. Bij stressincontinentie, ook wel inspanningsincontinentie genoemd, hebben vrouwen bij bijvoorbeeld hoesten of niezen last van druppelen of scheuten urine. “Dit gebeurt vaak na een eerste bevalling en gelukkig wachten vrouwen steeds minder lang om hiervoor hulp te zoeken. De gebruikelijke behandeling was fysiotherapie en, als er onvoldoende verbetering was, te opereren. Recent is aangetoond dat het bij matige of ernstige stressincontinentie beter is direct te opereren. Er wordt dan een zogenaamde TVT-operatie verricht, een kleine ingreep waarbij een kunststof bandje onder de plasbuis geplaatst wordt en de patiënt dezelfde dag het ziekenhuis kan verlaten. De kans dat de patiënt tevreden is over het resultaat van zo’n operatie is 90 tot 95 procent.”

Bij overactieve blaasklachten hebben vrouwen last van hinderlijke aandrang, vaak moeten plassen en bij een op de drie is er aandrangincontinentie. Vaak wordt gedacht dat zo lang een vrouw met overactieve blaasklachten het toilet wel op tijd haalt, het wel meevalt. Maar de kwaliteit van leven is even veel verminderd bij vrouwen met een overactieve blaas die wel op tijd komen en dus niet incontinent zijn, als bij vrouwen die niet op tijd komen. “De behandeling kan zijn medicijnen, eventueel met bekkenfysiotherapie. Als dat niet helpt, botox in de blaasspier of het toepassen van zenuwstimulatie.”

De behandeling van een vaginale verzakking

Ongeveer een kwart van de volwassen vrouwen krijgt te maken met de gevolgen van een bekkenbodemverzakking. Bij een verzakking kan de blaas, het rectum (het laatste deel van de dikke darm), de dunne darm of de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Het gevolg is meestal dat de bekkenbodem niet goed functioneert, waardoor problemen kunnen ontstaan met het plassen, de ontlasting en het seksueel functioneren. “Ook kunnen typische verzakkingsklachten ontstaan zoals het gevoel dat er een ‘bal’ in de vagina zit.” Alleen als een verzakking veel hinder veroorzaakt, is het nodig deze te behandelen.

“Bekkenfysiotherapie helpt niet bij een forse verzakking. Oplossingen zijn de verzakking terugduwen met een pessarium of, meer definitief, een operatie.” Operaties worden door de ontwikkeling van kennis steeds minder belastend. Het verwijderen van de baarmoeder is vrijwel nooit noodzakelijk en de meeste patiënten verlaten binnen een of twee dagen het ziekenhuis. “Welke klacht je ook hebt, ga naar de huisarts. Die kan dan eventueel doorverwijzen naar een gespecialiseerd gynaecoloog.”