Medicatie voor pulmonale hypertensie is gericht op verbetering van kwaliteit van leven. Er zijn verschillende mogelijkheden.

Pulmonale Hypertensie (PH) is een ongeneeslijke, progressieve ziekte waarbij de bloeddruk in de longslagader te hoog is.

Toch zijn er medicijnen voor PH-patiënten, die de kwaliteit van leven kunnen verhogen. De ziekte wordt onderverdeeld in vijf grote groepen, die worden geclassificeerd volgens de Dana Point Classificatie. “Er schijnt een nieuwe classificatie aan te komen; ik heb hem echter nog niet gezien”, licht dr. Yvonne Heijdra, longarts in het Radboudumc toe. “Deze manier van indelen geeft ook aan voor welke groepen behandelindicaties zijn.”

De vijf grote groepen zijn:

  1. Pulmonale Arteriële Hypertensie.
  2. Pulmonale Hypertensie als gevolg van linkerhartziekte
  3. Pulmonale Hypertensie als gevolg van longziekte en/of zuurstofgebrek
  4. Pulmonale Hypertensie als gevolg van trombo-embolische processen, ook wel CTEPH genoemd
  5. Pulmonale Hypertensie met overige oorzaken, waaronder sarcoidose.

Subgroepen

Dr. Heijdra: “Groep 1 wordt weer onderverdeeld in een aantal subgroepen, uitgaande van de oorzaak. Dat kan zijn idiopatisch (door een onbekende oorzaak), erfelijkheid , als gevolg van het gebruik van medicijnen (waaronder eetlustremmers) en groepen die geassocieerd is met andere ziekten, bijvoorbeeld reumatische aandoeningen, HIV en levercirrose.”
Momenteel wordt de PH-medicatie gegeven voor de groepen 1 en 4. De onderverdeling in groepen en subgroepen is voor behandelaars van groot belang. “Op het moment dat je een patiënt ziet, heb je deze indeling in je hoofd en krijg je soms al een idee welke kant het opgaat en welke behandeling mogelijk van toepassing is.”

Pillen

Als PH-patiënten vallen in groep 1 of 4 en daarnaast in de NYHA klasse II, III of IV (zogenoemde kortademigheidsklasse) wordt voor de behandeling gestart met pillen. “Dat zijn de endotheline antagonisten of fosfodiesterase V-remmers. Deze middelen doen iets op vaatverwijding.” De middelen grijpen in op de processen die een rol spelen bij de vernauwing en/of verwijding van vaten. “En ze remmen de afwijkende groei van cellen in de vaatwand. Het acute vaatverwijdende effect van de middelen gaat vrij snel. Het effect om de afwijkende groei van cellen te bestrijden duurt veel langer. Een therapie moet dan ook langer worden gevolgd, tot 12 weken, om een eventueel effect vast te kunnen stellen.” Medicijnen van het type prostacycline agonisten worden intraveneus (in een bloedvat) of subcutaan (onder de huid) ingespoten of geïnhaleerd.

Voordelen inhalatietherapie

De inhalatietherapie heeft een aantal voordelen. De patiënt hoeft niet geprikt te worden en ervaart minder lokale bijwerkingen dan bij de subcutane vorm. “Je moet het wel om de drie uur, zes keer per dag doen. Een patiënt die inhalatietherapie krijgt moet er dus om denken dat er regelmatig geïnhaleerd moet worden. Het kost tijd. Maar vooral oudere mensen vinden deze manier van toediening van medicijnen vaak makkelijker. We laten de patiënten tegenwoordig zelf kiezen. Ik neig ertoe om de inhalatietherapie meer te gebruiken bij oudere patiënten. Vooral omdat zij vaak opzien tegen de apparatuur (pompen) die nodig zijn voor de intraveneuze of subcutane toediening.