Het RIVM verwacht dat de zorguitgaven tot 2040 verdubbelen. Deze zorg zal vooral door ouderen worden gebruikt. Toch groeien de collectieve kosten voor ouderenzorg niet vanzelfsprekend in dezelfde mate mee met de hoeveelheid ouderen, vertelt gezondheidseconoom Xander Koolman. Hier zijn twee verklaringen voor. Desondanks waarschuwt hij dat de ouderenzorg wel degelijk financieel in de knel gaat komen. Koolman deelt zijn visie om de ouderenzorg betaalbaar te houden.

De eerste verklaring is dat ouderen steeds gezonder oud lijken te worden. Dit is ook het uitgangspunt waar de politiek zich op baseert. Zo komen hart- en vaatziekten tegenwoordig minder voor bij ouderen dan vijftien jaar geleden, vertelt Koolman. Als gevolg worden ze ouder, en blijven ze langer gezond. “Het is opvallend dat de meeste mensen vooral in de laatste twee jaar van hun leven de meeste ziekenhuiskosten hebben.” Omdat men steeds ouder wordt, breekt het moment dat ze deze hoge kosten hebben later aan. De gevolgen voor de zorguitgaven zijn dan beperkt omdat het aantal ouderen veel sneller toeneemt dan de sterfte.

Voor de langdurige ouderenzorg is het verhaal anders. Ouderdom komt met gebreken en die chronische aandoeningen nemen wel snel toe. Toch blijkt dat vaak niet uit onderzoek omdat een toename van de vergrijzing gepaard gaat met een bezuiniging van de uitgaven per patiënt. Het reduceren van de langdurige zorgkosten per oudere was dan ook de opdracht die staatssecretaris Van Rijn kreeg in kabinet Rutte II. Ondanks dat er per hoofd minder wordt uitgegeven, zullen de totale kosten door de snelle vergrijzing alsnog stijgen. “En hier zit een knelpunt”, vertelt Koolman. “Uiteindelijk wordt het lastig om ouderen in de toekomst de zorg te blijven geven die ouderen nu ontvangen.”

Tijd

Gezondheidseconomen zijn er nog niet uit hoeveel geld we nodig hebben om de ouderenzorg te laten meegroeien met de wensen van de nieuwe generatie ouderen. Sommigen onderschrijven de stelling dat men gezonder oud wordt, anderen verwachten dat daling van de kosten per oudere vooral het resultaat zijn van bezuinigingen. Als de eerste stelling klopt, dan heeft Nederland wat meer tijd voordat de situatie nijpend wordt. Koolman vindt dat er meer onderzoek gedaan moet worden welke stelling juist is, omdat dit veel zegt over hoe lang het gaat duren voordat er problemen ontstaan. “Maar dat het zal gaan wringen, daar zijn beide modellen het over eens. De vraag is wanneer. Ik vermoed aan het eind van de volgende kabinetsperiode, dus dat is over ongeveer zeven jaar. Wanneer men uitgaat van de eerste stelling, dan hebben we nog enkele jaren meer respijt. Als we niets doen, tenminste.”

Belasting

Wat kan men doen om dezelfde kwaliteit te garanderen in de toekomst? De zorg wordt grotendeels betaald door collectieve lasten, maar de premies verhogen is volgens Koolman lastig. Een snelle verhoging van deze premies gaat ten koste van de koopkracht en die is tussen 2001 en 2015 gemiddeld niet gestegen, en voor grote groepen zelfs gedaald. Ook leidt een verhoging van de verplichte afdrachten zoals premies en belastingen tot een afname van de beloning om te werken. Dit kan ten koste gaan van de economische groei. Men zou in plaats daarvan op andere posten kunnen korten, zoals op sociale zekerheid en onderwijs. “Dat zal niet eenvoudig zijn. Hier is namelijk al veel op bezuinigd.”

Oplossing

Koolman ziet wel een andere oplossing. Door schaarste op de woningmarkt en een aantrekkende economie zijn de huizenprijzen gestegen. Dit doen ze al tientallen jaren. Onder invloed van overheidsbeleid hebben mensen hun huizenprijzen met tienduizenden, soms zelfs met honderdduizenden euro’s zien stijgen. Dit is vermogen dat zij hebben opgebouwd zonder er iets voor te doen, anders dan een huis te bezitten. Het is zogeheten windfall profit, legt Koolman uit: winst die dankzij gunstige omstandigheden iemand is toe komen vallen. Dit kapitaal is vooral toegevallen aan de generatie die de komende jaren veel zorgkosten zal maken. “Het is mijn stelling dat dit opgebouwde kapitaal aangesproken kan worden om de toekomstige ouderenzorg mee te financieren”, zegt Koolman. Nu is dit geld natuurlijk niet direct beschikbaar: het zit in de stenen.

In feite zijn vele ouderen dan ook “steenrijk, maar straatarm”, zoals Koolman het verwoordt: ze zijn vermogend, maar kunnen er niet bij. Het vermogen bevindt zich dus bij de groep die het voor de zorg nodig heeft, stelt hij. Bovendien hebben de meesten geen doel voor ogen met dit geld: het is een mooi extraatje dat tijdens het leven veelal niet aangesproken kan worden. Een deel van dit extraatje zou al voldoende zijn om de huidige middelen aan te vullen: volledig afromen is niet nodig, zegt Koolman.

Verschillende opties

Men moet het geld natuurlijk wel uit de stenen kunnen halen. Een optie is de zogeheten omkeerhypotheek. Hiermee betaalt de bank een maandelijks bedrag aan de huizenbezitter, in ruil voor een aandeel van het huis. Na verloop van tijd is het huis dus volledig van de bank, en heeft de bewoner het vermogen van het huis ‘vrijgespeeld’. Nu is het niet zo dat men een huis van drie ton voor het volledige bedrag kan belenen. Vaak blijft er slechts een ton over, vanwege de hoge risicopremies die de banken hierop moeten berekenen. Koolman stelt iets anders voor. Wanneer de langstlevende het pand verlaat, door verhuizing of overlijden, gaat een percentage van de windfall profits in een solidariteitsfonds. “Denk bijvoorbeeld aan een kwart van de toegevallen winst. Dus niet het deel dat je hebt afgelost, of waar je hard voor hebt gewerkt door bijvoorbeeld het huis te verbouwen.” Het is een soort van erfbelasting, dat volgens hem enkele voordelen oplevert. “Zo hoef je jongeren niet steeds zwaarder te belasten om de ouderenzorg te betalen. Daarnaast speel je het geld pas vrij wanneer er niemand meer in het huis hoeft te wonen. Bovendien lost het een ander probleem op. Niet iedereen zal evenveel overwaarde op het huis hebben. Er zijn grote regionale verschillen in toegevallen waardevermeerdering. Denk aan de grote groei rond Amsterdam, en de slechte huizenmarkt in het aardbevingsgebied van Groningen. Door het in een dergelijk fonds te plaatsen, worden de windfall profits gelijkmatig ingezet.

Voorbereiden op de magere jaren

Het is makkelijker gezegd dan gedaan. “Dit nu voorstellen is volgens politici die ik hierover sprak politieke zelfmoord. Maar de alternatieven zijn slechter.” Men kan bijvoorbeeld het voorstel doen dat mensen met meer vermogen meer gaan bijdragen, stelt Koolman. Dan is het onvermijdelijk dat er verschillen in de zorg ontstaan. Iemand die meer betaalt, wil er immers iets tegenover hebben staan, zoals kortere wachttijden. We moeten ons afvragen of we dat wel willen.” En moet men zich er nu zorgen over maken? Hij vraagt het zich hardop af. “Economisch gaat het nu goed, en het duurt
nog een aantal jaren voordat deze mensen de kwetsbare 75-jaar bereiken. We zitten nu in de zeven vette jaren.” Toch is de tijd die we hebben niet oneindig, vertelt hij: er zit wel degelijk een houdbaarheidsdatum aan de huidige ouderenzorg. Het is dus zaak om binnen deze periode maatregelen te treffen. “We moeten ons nu vast gaan voorbereiden op ten minste zeven magere jaren.”