Een hoortoestel via een schroefje in de schedel achter het oor, dat geluidstrillingen doorgeeft aan het binnenoor (botimplantaat), helpt velen weer horen. Myrthe Hol, KNO-arts/otoloog aan het Radboudumc, is gespecialiseerd in implantaten voor mensen met gehoorproblemen.

Wat is het verschil met cochleaire implantaten?

“Mensen met cochleaire implantaten hebben een probleem in het slakkenhuis. De groep mensen die hoort via botimplantaten hebben over het algemeen juist wel een goed werkend slakkenhuis. Bij hen is het traject vóór het slakkenhuis beschadigd, door een operatie, veelvuldige ontstekingen of omdat er überhaupt geen gehoorgang (atresie) of oor (microtie) is aangelegd. Een belangrijke indicatie is wanneer een regulier hoortoestel continu ontstekingen geeft aan de gehoorgang. Horen via een botimplantaat is dan het enige hulpmiddel dat deze mensen nog hebben. Hiermee zijn wereldwijd al zo’n 150.000 mensen geholpen. Het Radboudumc is één van de drie centra in de wereld met de langste ervaring en meeste patiënten: hier zijn circa 1.650 patiënten geopereerd.”

Hoe werkt zo’n botimplantaat?

“In feite bestaat het uit verschillende delen: een implantaat, een koppelstuk en een geluidsprocessor. Het implantaat is een schroefje dat achter het oor in het schedelbot wordt geïmplanteerd. Het koppelstuk wordt omgeven door de huid, de geluidsprocessor wordt hierop bevestigd. De geluidsprocessor zet geluidsgolven om in mechanische trillingen, die direct aan het slakkenhuis worden doorgegeven. Op die manier kan de patiënt weer horen.”

Wat betekent dat voor deze mensen?

“De kwaliteit van leven gaat enorm vooruit. Deze oplossing is vaak een redder in nood. Ze kunnen weer aan het werk. Soms hebben deze mensen lang niet gehoord. Dan gaat er letterlijk een wereld voor hen open.”

Is het een moeilijke ingreep?

“Het is niet heel ingewikkeld, maar het is wel een ingreep die met precisie moet worden uitgevoerd. Via het implantaat is er een verbinding door de huid naar buiten toe, dus het kan gevoelig zijn voor infecties. De manier waarop je de ingreep uitvoert heeft veel effect op de kans van slagen. Dat is ook een belangrijk onderwerp van het onderzoek dat we doen. De lineaire incisietechniek (een snede maken in de huid) die hier is ontwikkeld geeft minder infecties. En de nieuwe generatie botimplantaten met een grotere diameter of een coating blijven beter zitten en geven minder huidreacties door een betere vorm. Tegelijkertijd is ook de bevestiging van het beengeleidingshoortoestel via een magneet opnieuw in het leven geroepen. Voor bepaalde patiënten is dit een goede oplossing, juist omdat de huid intact blijft. Belangrijk is om in samenspraak steeds opnieuw te bekijken wat voor die specifieke patiënt de beste oplossing is.”

Welke expertise vraagt het van u?

“Ik werk als academisch KNO-arts, met als aandachtsgebied de otologie (oorspecialist), binnen het speerpunt Hearing & Implants. Onderscheidende expertise is nodig om slechthorende mensen op de juiste wijze te kunnen voorlichten over alle mogelijkheden en om de uiteindelijke ingreep nog beter te kunnen uitvoeren. Het is belangrijk op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen en een bijdrage te leveren aan de wetenschap. De samenwerking met de audiologie (meten van de gehoorfunctie) is daarbij erg belangrijk, het is echt team-werk.”

Welk onderzoek loopt op dit moment?

“Voor onderzoek naar gebruik van de magneettechniek zijn we als coördinerend centrum onderdeel van een grote klinische studie, met centra in Europa en Amerika. Daarnaast doen we onderzoek naar de verschillende typen implantaten, die de laatste jaren flink zijn doorontwikkeld. Verder kijken we naar de effecten voor mensen die aan één kant doof zijn. Ook zijn er meerdere studies gedaan naar de kwaliteit van leven. We zien daar grote verbeteringen, onder meer omdat men weer aan het werk kan. Het is onvoorstelbaar dat er nog steeds mensen zijn die niet van deze toepassing weten en er wel geholpen mee zouden kunnen zijn.”