Ondanks een aangetast of zelfs volledig kwijtgeraakt reukvermogen blijven de hersenen reageren op aangeboden geuren. Dit blijkt uit een onderzoek van het Reuk- en smaakcentrum onder 48 patiënten met een aangetast reukvermogen. Uit de studie komt naar voren dat meerdere hersennetwerken reageren op geuren en niet alleen de geurgebieden van het brein. De bevindingen van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het vaktijdschrift Human Brain Mapping.

Hersenactiviteit in de geurgebieden

De onderzoeksresultaten laten zien dat verschillende hersengebieden als een netwerk samenwerken om geurstoffen waar te nemen. Wanneer geuren aanwezig zijn in de neus blijken naast de geurnetwerken ook de hersengebieden die betrokken zijn bij zien en bij het opsnuiven van lucht actief. Bij het opsnuiven van zuivere lucht ontstaat hersenactiviteit in de geurgebieden, zonder dat er een geur aanwezig was in de neus.

Deze resultaten suggereren dat de zenuwbanen, die de aanwezigheid van geuren in de neus melden aan het brein, nog werken bij patiënten met een aangetast reukvermogen. Het samenwerken van verschillende hersengebieden en het opwekken van hersenactiviteit met geurloze lucht kan mogelijk de opmaat vormen voor een behandeling van aangetast reukvermogen.

Effectievere reuktraining

De conclusies van dit onderzoek zijn relevant voor de patiënten met een aangetast reukvermogen. In verschillende bevolkingsgroepen is 5 tot 20% het reukvermogen kwijtgeraakt en dit percentage neemt toe met het stijgen van de leeftijd. Mogelijk kan in de toekomst het verloren reukvermogen (gedeeltelijk) herstellen door een betere behandeling met bijvoorbeeld effectievere reuktrainingen. Het Reuk- en smaakcentrum, ontstaan vanuit de samenwerking van Ziekenhuis Gelderse Vallei en Wageningen University & Research in de Alliantie Voeding in de Zorg, adviseert om toekomstig onderzoek te richten op de behandelmogelijkheden van patiënten met een aangetast reukvermogen.

Patiënten met reukverlies

De 48 deelnemers aan het onderzoek zijn zorgvuldig geselecteerd uit een groep van 124 patiënten met reukverlies. Dit om mogelijke verstorende factoren uit te sluiten. Hiervoor zijn verschillende selectiecriteria gebruikt waaronder het ontbreken van een neurologische aandoening zoals Alzheimer of hoofdtrauma.

Het reukvermogen van de proefpersonen is vastgesteld op basis van een drietal testen: geuren waarnemen (drempelwaarde), geuren van elkaar onderscheiden en specifieke geuren herkennen. Door de resultaten van deze gevalideerde testen te combineren ontstaat een totaalscore van het reukvermogen. De testmethode leverde 29 proefpersonen op die niet meer konden ruiken. De overige proefpersonen hadden een verminderd reukvermogen. Het is voor het eerst dat een onderzoek naar de activiteit van hersennetwerken van het gehele brein is uitgevoerd bij proefpersonen zonder reukvermogen.

De hersenactiviteit is vastgesteld met behulp van functionele Magnetic Resonance Image (fMRI) waarmee een driedimensionaal beeld van de doorbloeding in de hersenen ontstaat.

Bron: WUR