Cardiovasculaire zorg wordt, wanneer patiënten eenmaal stabiel zijn, in steeds meer gevallen overgedragen van de cardioloog naar de huisarts. Vanzelfsprekend kan de huisarts bij twijfel altijd terugvallen op overleg met de cardioloog en is het mogelijk bij veranderingen in de gezondheidssituatie terug te verwijzen naar de specialist. Groot voordeel voor de patiënt is dat de zorg op deze wijze dichter bij huis kan worden gegeven. Voor de gezondheidszorg is daarnaast van belang dat de cardioloog meer tijd kan besteden aan patiënten met ernstige of urgente hart- en vaatklachten.

Impact van NOAC

De ontwikkeling van de tweede naar de eerste lijn is afgelopen jaar versneld doordat huisartsen voortaan zelf NOAC, een nieuw antistollingsmiddel, kunnen voorschrijven. Deze middelen worden in de nieuwe richtlijn die cardiologen gebruiken nu als voorkeursbehandeling genoemd voor de behandeling van boezemfibrilleren. Naar verwachting zullen ook de NHG-richtlijnen zoals die voor huisartsen gelden worden aangepast. De nieuwe middelen hebben grote gevolgen voor de cardiovasculaire gezondheidszorg. Het middel heeft een ander werkingsmechanisme dan de traditionele antistollingsmiddelen (vitamine K-antagonisten ofwel VKA) en een vaste dosering waardoor bloedprikken niet meer nodig is.

Nieuwe rol trombosedienst

Dit betekent dat niet alleen de rol van de cardioloog en de huisarts verandert maar ook die van de trombosedienst. De traditionele trombosedienst prikt en begeleidt VKA-patiënten tijdens de antistollingsbehandeling. Met de komst van de NOAC krijgt de huisarts een centralere rol. Daarnaast zullen patiënten overgaan van VKA naar NOAC, en dus van specialist naar huisarts, en omgekeerd. “Het is belangrijk dat de afstemming tussen alle zorgverleners in de keten van antistolling optimaal is georganiseerd”, stelt dr. Laura Faber, internist-hematoloog bij het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk. In Noordwest Nederland gaan de trombosediensten samenwerken om de continuïteit van zorg te garanderen en de kwaliteit op een hoog peil te houden. “Met hun kennis kunnen zij de voorschrijvers van antistollingsmiddelen ondersteunen.”

Intensieve samenwerking

Om de overdracht van specialist naar huisarts goed te laten verlopen, zijn goede afspraken nodig. Protocollen hoe om te gaan met doorverwijzing, geplande en ongeplande operaties en het voorkomen van bloedingen zijn momenteel in ontwikkeling. Ook worden bijscholingen georganiseerd voor huisartsen om hen voor te bereiden op deze taak. De samenwerking tussen cardiologen en huisartsen zal, zo verwacht cardioloog Giovanni Tahapary, bestuurslid commissie kwaliteit van de Nederlandse Vereniging Voor Cardiologie, verder geïntensiveerd worden. “Er zijn huisartsenpraktijken waar de cardioloog regelmatig spreekuur houdt. En in regio Alkmaar heeft het ziekenhuis een speciale contactpersoon aangesteld voor de praktijkondersteuner huisartsen. Op die manier is er altijd direct de mogelijkheid voor intercollegiaal overleg.”

Patiëntveiligheid

De patiëntveiligheid staat bij deze ontwikkeling voorop. Die is dankzij de beschikbaarheid van de NOAC zelfs verbeterd. De medicijnen zijn veiliger dan andere antistollingsmiddelen. Dat is ook de reden dat de Europese Richtlijn voor cardiologen deze medicijnen als voorkeursbehandeling noemt. Voor een optimale cardiovasculaire zorg is het tevens van belang dat huisartsen en specialisten door de keten heen met elkaar samenwerken. Het verschil tussen de eerste en de tweede lijn verschuift en zo ontstaat een gezamenlijke taakverantwoordelijkheid. In de ene regio zal de nieuwe werkwijze sneller worden doorgevoerd dan in de andere. “Groot voordeel in onze regio is dat alle huisartsen zijn aangesloten bij twee verenigingen”, vertelt Tahapary. “Dat maakt dat overleg en kennisoverdracht snel en goed kan plaatsvinden.” De patiëntveiligheid is dankzij die onderlinge afspraken en intensieve samenwerking zoveel mogelijk geborgd.