“Brandwonden in het gezicht hebben een enorme impact. Het eerste wat mensen van elkaar zien is het gezicht”, zegt professor Paul van Zuijlen, plastisch chirurg en hoofd van het Brandwondencentrum van het Rode Kruis Ziekenhuis.

Bij ernstige brandwonden draait het eerst om overleven; daarna moeten de wonden zo goed mogelijk genezen. Er spelen veel ontwikkelingen, zowel op het gebied van transplantatietechnieken als het gebruik van kunsthuid.

Kunsthuid en 3D-geprint kraakbeen

Transplantatie heeft zijn beperkingen: meestal kan alleen een oppervlakkige, dunne huidlaag getransplanteerd worden. Deze getransplanteerde dunne huid wordt vrijwel altijd een litteken. Voor een perfect litteken zou je de volledige dikke huid, inclusief vetweefsel, aanbrengen op een wond.

Maar als iemands hele gezicht verband is (en vaak nog andere delen van het lichaam), heeft het slachtoffer nooit voldoende gezonde huid om te transplanteren; je kunt dan alleen de dunne opperlaag van de huid transplanteren. Daarom wordt veel onderzoek gedaan naar het creëren van kunsthuid. Dit heet tissue engineering: je creëert weefsel in een lab. Hierbij wordt – kortgezegd – kunsthuid gemaakt door dierenhuid (rundercollageen) compleet te bewerken tot nieuwe huid.

De kunsthuid kan samen met het dunne huidtransplantaat als het ware een volledige huid vormen; je hebt dan minder huid van de patiënt nodig en littekens genezen beter. Een verbrand gezicht is meer dan beschadigde huid. Ook oren, neus en ogen zijn vaak verminkt. Een innovatie is daarom het 3D-printen van kraakbeen, waarmee verbrand oor- en neuskraakbeen in de toekomst hersteld kan worden.

Bij tissue engineering wordt niet alleen kunsthuid, maar ook kraakbeen en vetweefsel gecreëerd. Dit alles is volop in ontwikkeling, vertelt Van Zuijlen, en dat merk je in de behandeling.

“We hebben samengewerkt met de TU Delft om de vorm van het oor in beeld te brengen. Daardoor begrijpen we ineens veel beter hoe het oor in elkaar steekt.” Samenwerking en wetenschappelijk onderzoek zijn volgens hem essentieel in de ontwikkeling van behandelingen.

Optimaliseren van huidige behandelmethoden

Tot de innovatieve mogelijkheden behoort ook een complete gelaatstransplantatie. “Fascinerend, maar als zo’n transplantatie mislukt, is het drama niet te overzien.”

Een gelaatstransplantatie brengt veel risico’s met zich mee; de kans op afstoting is groot en langdurig medicijngebruik moet dit voorkomen. Die medicatie is zo sterk dat het weer andere ernstige problemen oplevert. Te grote risico’s, vindt Van Zuijlen, waardoor dit niet de oplossing is. Beter is het optimaliseren van littekenweefsel en de huidige behandelmethodes.

“We willen al in de wondfase zorgen dat littekens zo mooi mogelijk genezen.” Voor een brandwondenslachtoffer betekent verlittekening van de wonden in de praktijk vaak jarenlang bezoek aan ziekenhuis en brandwondencentrum. Jeroen Bosch (26) kan hierover meepraten. Hij is ambassadeur van de Brandwondenstichting en overleefde op zijn twaalfde een ongeluk met wasbenzine.

Hij verbleef toen zes weken in het ziekenhuis en hield ernstige brandwonden aan gezicht en handen over. Nu is hij ruim twintig operaties verder. Na zijn ziekenhuistijd werd een drukmasker aangemeten met daarbij littekenmassage, die hij lange tijd meermaals per week kreeg. Het littekenweefsel gaat bij elke operatie achteruit, stelt Jeroen.

Steeds opnieuw opereren zorgt telkens voor nieuw littekenweefsel. “Ik heb me soms afgevraagd of weer een nieuwe operatie wel zin had.” Belangrijk tijdens de behandeling vond Jeroen de eigen inspraak en het overleg met de artsen. Elke keuze heeft voor- en nadelen, die de patiënt – vaak samen met de ouders – moet kunnen overwegen. Weer een operatie, weer onder narcose, niet iedereen houdt dat vol.

Jeroen had in die periode veel contact met een psycholoog, wat hem geholpen heeft. “Dat heeft veel angst bij mij weggenomen.” Volgens Jeroen is psychologische hulp een vast onderdeel van de behandeling vanuit brandwondencentra, maar verschilt het per persoon hoe goed dat helpt. Omdat vaak kinderen en jongeren slachtoffers zijn, is het cruciaal dat de ouders overal bij betrokken worden.

Jeroen heeft bepaalde operaties afgehouden, omdat de te behalen winst niet op zou wegen tegen de ongemakken van weer een ziekenhuisopname.

Voorbij de brandwonden

Jeroen vindt het belangrijk een positief verhaal te vertellen. “Mijn leven staat niet in teken van de brandwonden. Er zijn altijd mensen die mij nakijken, daar ben ik inmiddels aan gewend.” Hij werkt in een winkel, dus aanspreken van mensen is voor hem dagelijkse kost. “Je moet er juist geen taboe van maken.”