Ruim een miljoen oudere Nederlanders mist verbondenheid en dreigt vergeten te worden. Dit heeft negatieve gevolgen op het fysiek en geestelijk welbevinden. Hoe kan de overheid participatie en zelfredzaamheid bevorderen? En wat kunnen mensen zelf doen om het tij te keren?

Gezondheidsrisico’s bij eenzaamheid

Eenzaamheid leidt, wanneer het lang aanhoudt, tot gezondheidsrisico’s, minder betrokkenheid in de samenleving en het gevoel dat welzijn of geluk tekortschiet. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid zelfs de kans op voortijdig overlijden verhoogt. Bovendien kan een vicieuze cirkel ontstaan die de gevolgen van de eenzaamheid versterkt. “Eenzaamheid leidt tot stress”, zegt Erik Scherder, professor klinische neuropsychologie en hoofd van de afdeling klinische neuropsychologie van de VU in Amsterdam. “En dat heeft weer effect op de fysieke gesteldheid. Het gevoel alleen te zijn beïnvloedt de bloeddruk en kan leiden tot hart- en vaatziekten.” Eenzaamheid heeft ook een negatieve werking op het immuunsysteem van de mens, waardoor vatbaarheid voor infecties toeneemt. Daarnaast een solitair bestaan leiden tot de ziekte van Alzheimer en depressie. In verschillende onderzoeken zijn verbanden gevonden tussen eenzaamheid en zelfmoordgedachten.

Ongezond gedrag

Naast deze fysieke problemen kan eenzaamheid leiden tot ongezond gedrag, want het veroorzaakt het inactiviteit, voegt Scherder toe. Dat betekent weinig beweging, een afnemende eetlust, ongezonder eten en toenemend gebruik van verslavende middelen. Dit zorgt weer voor een hoger risico op overgewicht waardoor andere gezondheidsproblemen kunnen ontstaan. Onderzoek van professor Cacioppo van de Universiteit van Chicago toont aan dat dit vooral voor ouderen gevaarlijk is. Eenzame senioren blijken 14 procent meer kans te hebben op een vroege dood. Daarmee is de kans op vroeg overlijden bij eenzaamheid twee keer zo groot als bij overgewicht. Met het ouder worden neemt het risico op extreme eenzaamheid toe. Van de mensen tussen de 65 en 75 jaar oud voelt ruim 7 procent zich in ernstige mate eenzaam. Onder 85-plussers is dat bijna 14 procent, blijkt uit gegevens van het RIVM. Uit dezelfde gegevens wordt duidelijk dat 75-plussers zich sneller eenzaam voelen na een opeenvolging van ingrijpende gebeurtenissen, zoals het overlijden van een partner en leeftijdsgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid.

Gevoel van leegte

Als sociale wezens hebben mensen elkaar praktisch en emotioneel nodig. Ontbreekt die verbondenheid dan ligt eenzaamheid op de loer. Dat maakt ongelukkig en bedreigt de kwaliteit van leven, tonen verschillende onderzoeken aan. Scherder: “Mensen kunnen niet zonder elkaar. Om steun te bieden als het even wat minder gaat, om gevoelens te delen, om inhoudelijke gesprekken te voeren. Eenzaamheid geeft een gevoel van leegte en algemene ontevredenheid over het leven. Dan bestaat het gevaar dat iemand minder goed voor zichzelf gaat zorgen.” Daarom is het zo belangrijk dat mensen af en toe te horen krijgen: ‘ik geef om je’. In verzorgingstehuizen ontbreekt steeds vaker de tijd voor de noodzakelijke persoonlijke aandacht, meent Scherder. Tegelijk worden mensen gestimuleerd om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. “Dat lijkt een mooi uitgangspunt, maar het is vooral ingegeven door financiële besparingen.”

Thuis wachten tot het niet meer gaat. ‘Triest; , noemt Scherder het. Zolang mensen samen zijn, lukt het nog wel, maar zodra een van de twee partners wegvalt, slaat vaak de eenzaamheid toe. Er gebeurt niets, er worden geen gesprekken meer gevoerd en er is gebrek aan prikkels. In een dergelijke omgeving neemt het risico op dementie toe. “Mensen blijven noodgedwongen maar doormodderen in een sociaal verarmde omgeving tot ze uiteindelijk in een verzorgingstehuis terecht komen en verder vereenzamen.”

Eenzaam | Mijn Gezondheidsgids

Kwetsbare ouderen

Uit het onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat eenzaamheid en de mate van sociale contacten samenhangen. Eenzame mensen hebben minder vaak dagelijks contact met familie, vrienden of buren. Ook participeren ze nauwelijks in de samenleving, verrichten ze bijvoorbeeld nauwelijks vrijwilligerswerk en doen ze minder vaak mee aan activiteiten van verenigingen. Vooral eenzame kwetsbare ouderen, mensen van 65 jaar en ouder, lopen door vereenzaming extra kans op gezondheidsproblemen of opname in een tehuis.

Het Centraal Planbureau (CPB) stelde vast dat deze groep de komende jaren toeneemt van 750 duizend tot een miljoen in 2025. Daarnaast is de kans dat zij binnen drie jaar overlijden twee tot drie keer zo groot als bij leeftijdsgenoten met een intensiever sociaal netwerk. Van degenen die al in een zorginstelling verblijven krijgen bijna tienduizend ouderen nooit bezoek, wijst onderzoek van het Leger des Heils uit. Hoewel dit onderzoek dateert uit 2012 blijkt het aantal niet af te nemen.

Emotionele band missen

Nu voelt iedereen zich weleens eenzaam, maar wanneer wordt deze gemoedstoestand zorgelijk? Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn, hoewel het wel kan samenvallen, stelt Scherder, want ook in een groep kun je eenzaam zijn. Deskundigen betitelen eenzaamheid als ‘je niet verbonden voelen en een hechte, emotionele band met anderen missen’. Ook als er sprake is van minder contact met anderen kan een gevoel van leegte, verdriet, angst en zinloosheid ontstaan. Met lichamelijke of psychische klachten tot gevolg. Sociale relaties met familieleden, vrienden en kennissen zijn belangrijke ‘hulpbronnen’ in het dagelijks leven. Ze vormen de sociale basis van elk mens en dragen bij aan het gevoel van een zinvol leven.

Eenzaamheid is een persoonlijke ervaring en het is vooral een probleem voor mensen die deze gemoedstoestand sterk of langdurig voelen. In dat geval kan een negatieve spiraal ontstaan. Professor De Jong Gierveld van de Amsterdam VU, vaak aangeduid als de pionier van het eenzaamheidsonderzoek in Nederland, definieert het als volgt: “Eenzaamheid is het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan kwaliteit van bepaalde sociale relaties. Het kan zijn dat het aantal contacten dat men heeft met andere mensen geringer is dan men wenst. Het kan ook zijn dat de kwaliteit van de gerealiseerde relaties achterblijft bij de wensen.”

Krimpende verzorgingsstaat

Gemeenten zien de problemen rond eenzaamheid, sociaal isolement en de negatieve effecten daarvan op de gezondheid. Ook daarom zetten zij fors in op wat wordt aangeduid als participatie, verbinding en zelfredzaamheid. Op die manier kan het gevaar worden verminderd dat iemand wordt vergeten, niet meer meedoet en vereenzaamt.

Saskia Keuzenkamp stelt vast dat met het krimpen van de verzorgingsstaat meer nadruk is komen te liggen op de eigen verantwoordelijkheid en inzet van burgers. Zij is directeur Kennis en Innovatie bij Movisie, het landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociaal domein. Sinds vorig jaar is zij bijzonder hoogleraar Participatie en Effectiviteit aan de VU in Amsterdam en houdt ze zich vooral bezig met het beantwoorden van de vraag voor welke mensen participatie reëel is, hoe dat kan worden aangepakt en welke hindernissen moeten worden genomen.

Stimuleren van de participatie wordt voortdurend belangrijker, mensen moeten meer voor elkaar gaan zorgen en kunnen minder een beroep doen op collectieve voorzieningen. Dat past in het beeld van een terugtredende overheid, vindt Keuzenkamp. Wel heeft deze ontwikkeling volgens haar gevolgen voor bijvoorbeeld de rol van de gemeenten bij het bevorderen van verbinding en zelfredzaamheid. Nu het transitietraject, waarbij tal van zorgtaken van de rijksoverheid zijn overgeheveld naar het gemeentelijk niveau, vrijwel is afgerond, is ook de rol van de plaatselijke overheid gewijzigd van een uitvoerende naar een meer faciliterende en initiërende.

Handen | Zelfredzaamheid | Mijn Gezondheidsgids

Faciliteren en stimuleren

Verbindingen in de wijk zijn belangrijk, benadrukt Keuzenkamp. “Daarbij gaat het eigenlijk om drie aspecten: willen, kunnen en gevraagd worden. Dat eerste is duidelijk. Bij het tweede gaat het vooral om de motivatie en de vraag wat het voor de betrokkene oplevert. Het derde element heeft betrekking op de prikkeling die nodig is om mensen in beweging te krijgen.” Gemeenten zullen daarbij vooral burgerinitiatieven moeten ondersteunen en bevorderen, vindt zij.

Als voorbeeld noemt zij een project in Amsterdam waarbij rond afvalcontainers voortdurend ernstige vervuiling optrad. De gemeente vroeg toen aan bewoners hoe zij dat probleem kon oplossen. Spontaan ontstond het idee om een container te adopteren en zo te zorgen dat de boel schoon en opgeruimd bleef. “Dat is een mooie manier waarop buurtbewoners worden betrokken bij de oplossing van een probleem.” Niet alleen blijft nu de straat schoon, het project laat ook de kracht van participatie zien. Inwoners die er samen de schouders onder zetten voelen zich verbonden. In dit verband wijst Keuzenkamp ook op de zogeheten postzegelparkjes, de Amsterdamse miniparkjes die een aantrekkelijke ontmoetingsplek bieden en door buurtbewoners zelf worden onderhouden.

Hoewel gemeenten zich inzetten om de participatie en zelfredzaamheid van de inwoners te bevorderen en daarmee ook ten strijde trekken tegen eenzaamheid, zijn volgens Keuzenkamp veel gemeentelijke apparaten hier nog niet op ingericht. De intentie is er zonder meer, maar juist het ‘loslaten’ is volgens haar voor veel medewerkers bij een gemeente nog niet vanzelfsprekend. Daartoe moet iets worden gedaan aan de verkokering in de organisatie. Dat is nodig om participatie en zelfredzaamheid te bevorderen en eenzaamheid te bestrijden.