Marlies (41) heeft een posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Na exposure therapie kan ze er inmiddels goed mee leven. Echter heeft ze lange tijd in een staat van hyperalertheid, vermoeidheid en onrust geleefd. Marlies: “Ik had constant het idee alsof ik ieder moment aangevallen kon worden.”

Hoe komt het dat je PTSS hebt?

“Ik ben op mijn werk door een patiënt in elkaar geslagen, mijn PTSS komt dus door een mishandeling. Ik lette daarna daardoor erg op boze mensen. Ook bijvoorbeeld als mijn dochters boos waren, dan vond ik dit erg vervelend.”

Wat waren je eerste klachten?

“Ik heb erge last gehad van hyperalertheid, nachtmerries, flashbacks en ik was altijd heel moe. Ik sliep nauwelijks want zodra ik in slaap viel kreeg ik nachtmerries. Ik deed er alles aan om niet in slaap te vallen. Gedurende de dag functioneerde ik op 3 a 4 uur slaap. De vermoeidheid kwam ook omdat ik de hele dag heel alert was op gevaar. Ik keek altijd goed voor me en achter me. Als ik een openbare ruimte instapte ging ik altijd zo staan of zitten dat ik zag waar de uitgang was. Dan wist ik dat ik snel weg kon. Thuis hoefde ik nooit iemand in de gaten te houden maar dan was ik constant onrustig. Ik voelde me 24 uur per dag alsof ik zes blikjes energy drink op had. Ik had constant het idee alsof ik ieder moment aangevallen kon worden en ik durfde bijvoorbeeld niet met m’n rug naar iemand toe te gaan staan.

Doordat ik de hele tijd moe was kon ik dingen gedurende de dag wat minder goed relativeren, mijn weerbaarheid was laag. Waarbij je in een ‘normale’ situatie bij een geïrriteerde klant kunt denken: ‘Die heeft gewoon een slechte dag’, dacht ik: ‘Ojee er is iemand boos ik moet bukken want zo direct word ik aangevallen.’ Ook had ik last van flashbacks overdag. Als er bijvoorbeeld iemand een hand omhoog gooide om mij bij wijze van spreken te begroeten, dan schoot de angst er bij mij in.
Ik ben niet iemand geweest die situaties door PTSS ging vermijden. Vermijding is niet ongebruikelijk voor mensen met PTSS. Deze mensen gaan dan bijvoorbeeld niet meer naar winkels of concerten, daar is het dan te druk. Als je twee mensen in de gaten moet houden dan gaat het wel maar als dit er een heleboel zijn dan wordt het lastig.”

Heeft het lang geduurd voordat je op het juiste pad naar hulp was?

“Het is een ‘normale’ reactie op een abnormale situatie dat je de eerste nachten niet lekker slaapt en bijvoorbeeld wat naar droomt. Dit accepteerde ik dan ook want het ‘hoort’ erbij. Maar de klachten bouwden zich op en gingen niet meer weg. Helaas heb ik na de mishandeling niet de juiste opvang en nazorg gehad om het trauma op een goede manier te verwerken. Daarbij zit het in mijn aard om door te gaan met mijn bezigheden. Ik schakelde mijn gevoel uit en ging door, dit kost heel veel energie. Ik vond dat ik het goed deed maar voor het verwerken van het trauma was het allesbehalve handig. Ik heb zelf vrij snel hulp geprobeerd te zoeken maar ik liep overal tegen dingen, bijvoorbeeld regeltjes, aan. Uiteindelijk ben ik, na anderhalf jaar, op het internet bij een stichting terechtgekomen, zij hebben eigenlijk mijn leven gered. Ik zat er toen dusdanig doorheen dat ik dacht: ‘Van mij hoeft het niet meer.’”

Hoe ging de behandeling verder?

“Vanuit de stichting ben ik bij een kliniek terecht gekomen, daar heb ik een exposure therapie gekregen voor de PTSS. Ik moest in gedachten terug naar dat moeilijke moment, het voor ogen nemen en ernaar kijken. Het geluid van het alarm werd erbij gehaald en ook de voorwerpen waarmee ik in elkaar geslagen ben. Dit alles om de herinnering zo echt en levendig mogelijk voor het geestesoog te laten verschijnen. Het riep van alles bij me op, in het begin dook ik weg. Langzaamaan realiseerde ik me dat, hoewel je lichaam allerlei alarmbellen af laat gaan, er niet zoveel gaat gebeuren. Ik dacht: ‘He ik zit er nog.’” De exposure therapie deed ik in combinatie met sport want mijn lijf gierde van de adrenaline. Door te gaan bewegen kon ik dat weer een beetje kwijtraken.”

Hoe gaat het nu met je?

“Het gaat nu wel goed. Aankomende 28 februari is het vier jaar geleden sinds het voorval. Momenteel heb ik geen nachtmerries meer, hierdoor slaap ik weer normaal. De alertheid is ook weg. Ik kan niet zeggen dat ik helemaal PTSS-vrij ben want er zijn nog wel dingen waar ik last van heb. Het adrenalineniveau schiet bij mij wat sneller omhoog dan bij de gemiddelde mens. Als mijn dochter bijvoorbeeld besluit om toch naar een ander vriendje te gaan dan zit mijn hart in m’n keel. Ik breng m’n lichaam dan weer tot rust door me te realiseren dat wat ik dan voel, niet klopt met wat er daadwerkelijk aan de hand is. Het is een onnodig waarschuwingssignaal van m’n lichaam, het moet langzaamaan uitdoven.

Ik gebruik nog steeds meer energie om een dag door te komen dan de gemiddelde persoon. Vandaar dat ik momenteel rekening moet houden met mijn energieniveau. Bijvoorbeeld bij het maken van sociale afspraken en met werk. Een keer in de 14 dagen heb ik psychotherapie om te leren omgaan met een lijf dat niet in de PTSS-stand staat.”

Hoe gaat jouw omgeving om met je situatie?

“Mijn omgeving zag eerder dan ik dat het zonder behandeling niet langer door kon. Voor hen was het, vooral in het begin, heel erg wennen. Ook is het zoeken naar een juiste manier om met de situatie om te gaan. Mijn omgeving wilde mij beschermen dus ze gingen mee in wat ik deed. Wat dus eigenlijk niet goed is, maar dat moet je ook maar weten. Dan kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘Leuk dat je daar niet heen wilt maar we gaan toch’.”

Heb je een tip voor lotgenoten?

“Ik hoop aan lotgenoten mee te geven dat PTSS niet het einde is. Het is zeker niet zo dat als je eenmaal PTSS hebt, je niks meer kunt. Uit mijn ervaring kan ik zeggen dat het iets is waar je mee kunt leven. Ik weet dat het een gevaarlijke uitspraak is maar: slachtoffergedrag helpt niet. Daar wordt je niet beter van.”

Kijk voor meer informatie over PTSS en de PTSS Challenge op www.ptss-challenge.nl. De PTSS Challenge werkt samen met Korrelatie en 113 Online om mensen met hulpvragen over PTSS, zelfdoding en andere onderwerpen te helpen.