Om patiënten voor te bereiden op een gesprek met een dokter, lijken fotostrips goed te werken. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Ruth Koops van ’t Jagt. Vooral ouderen en anderen die moeite hebben met een huisarts te communiceren kunnen er veel baat bij hebben. Verhalende strips, met foto’s in plaats van tekeningen, vallen meer op en helpen patiënten om een gesprek met de dokter anders te voeren.

Iedereen kent ze wel, de folders in het rekje of op tafel in de wachtkamer bij de huisarts. Belangrijke informatie, maar wie ze echt nodig heeft, leest of begrijpt ze niet goed. Bovendien is een bezoek aan de huisarts soms al ingewikkeld genoeg. Delicate onderwerpen, spanning, veel informatie van de dokter, onbekende termen. Het zorgt ervoor dat een patiënt na een gesprek met een huisarts soms met vragen blijft zitten. ‘Heb ik alles wel verteld?’ ‘Wat zei de dokter daar nou over?’ Koops van ‘t Jagt ziet kansen op verbetering van gezondheidscommunicatie en stelt dat fotostrips daarbij een veelbelovend middel zijn.

Moeite met informatieverwerking

Een op de drie Nederlanders, waaronder vooral veel ouderen, heeft beperkte gezondheidsvaardigheden en ervaart daardoor problemen tijdens de communicatie met de huisarts, aldus Koops van ’t Jagt. ‘Zij hebben moeite met het begrijpen van informatie in bijsluiters en folders, en met gesprekken met zorgverleners. Ik heb onderzocht hoe we folders kunnen maken waar zij iets aan hebben.’

Meer waardering voor fotostrips

Centraal in het onderzoek van Koops van ’t Jagt staat het gebruik van zogenaamde fotostrips bij huisartsen: beeldende verhalen met foto’s en bijschriften over onderwerpen die spelen bij een bezoek aan de dokter. Koops van ’t Jagt ontwikkelde zeven fotostrips, die elk in één pagina een onderwerp behandelen, zoals de dokter vragen om begrijpelijke taal te hanteren, iemand meenemen naar de dokter, medicijnen gebruiken en het toepassen van adviezen. Ze keek wat het beste ontwerp voor fotostrips zou kunnen zijn, onderzocht de mate waarin de strips werden opgemerkt in wachtkamers en de waardering ervan door de doelgroep. ‘Ouderen gaven aan deze vorm van communicatie te verkiezen boven een traditionele folder, die vooral uit tekst bestaat. Mensen in wachtkamers gaven ook aan dat ze de strips vaker opmerkten dan folders.‘

Koops van ’t Jagt ontwikkelde de strip samen met ouderen zelf, onder andere op basis van rollenspelen met een gepensioneerd arts. ‘Dat was echt heel waardevol, zij brachten de thema’s en problemen in. En de personen in de strips zijn geen ‘helden’ die alles goed doen, maar hebben net als ouderen twijfels, onzekerheden en vragen. De strips tonen echt wat je concreet kunt zeggen tegen de dokter, daar blijken ouderen behoefte aan te hebben. Vandaar ook de titel van het proefschrift: ‘Van vertellen naar vertonen’.

Oplossing zoeken voor digibeten

Opvallend is dat folders juist uit de wachtkamer dreigen te verdwijnen. Volgens het Nederlands Huisartsen Genootschap gebruiken patiënten de folders steeds minder en is een website beter. Koops van ’t Jagt: ‘Ik denk ook dat er iets moet gebeuren aan de huidige folders, maar ik vind een website niet direct de beste oplossing. De mensen waar het om gaat en die je wilt bereiken, hebben vaak ook beperkte digitale vaardigheden. Een kwetsbare groep wordt dan extra benadeeld.’

Bijvangst: Nederlands leren

Van de strips zijn ook digitale, interactieve versies ontwikkeld. ‘Sommige organisaties gebruiken de strips al. Onbedoeld blijken ze ook goed om bijvoorbeeld Nederlands te leren bij inburgering,’ vertelt Koops van ’t Jagt.

Bron: RUG