Zelfmanagement voor diabetespatiënten behelst veel; van het in de gaten houden van de bloedsuikerspiegel tot het volhouden van een dieet. Persoonlijke aandacht voor patiënten is daarom van groot belang, stelt professor Guy Rutten van het UMC Utrecht. Dat begint al in de spreekkamer.

Wanneer iemand gediagnosticeerd wordt met diabetes, komen de meest dagelijkse zaken ineens onder een vergrootglas te liggen. Behalve het regelmatig meten van de bloed-, glucose- en cholesterolwaarden, moet een patiënt meer aandacht gaan besteden aan gezond eten, bewegen en het slikken van medicijnen. Onder zelfmanagement verstaat Rutten alle dingen die een patiënt moet doen om gezond te blijven, zodra deze de spreekkamer verlaat.

Individualisering van de zorg is daarom van groot belang, meent hij. De waarden die zelf gemeten worden, kunnen allemaal wel in orde zijn, maar dat wil nog niet direct zeggen dat het ook daadwerkelijk écht goed gaat met de patiënt. “Een ingrijpende diagnose als diabetes kan zorgen voor problemen op het werk, ruzie thuis of angst over de ziekte. Ook daarover moet gesproken worden.” Zowel in de eerste- als in de tweedelijnszorg zijn patiënten daarom gebaat bij zorg op maat die gebaseerd is op gezamenlijke besluitvorming, vindt Rutten.

Overleg moet kunnen

Daar sluit Eglantine Barents van Diabetesvereniging Nederland (DVN) zich bij aan. Diabetespatiënten moeten goed nagaan wat voor hen risicovolle momenten voor hun gezondheid kunnen zijn, stelt ze. “Als je dan op een verjaardag tussen de nootjes en de zoutjes zit, moet je wel stevig in je schoenen staan.” Patiënten moeten daarom van tevoren de gelegenheid hebben om met hun praktijkondersteuner plannen op te stellen om goed te kunnen anticiperen op dergelijke situaties.

Iedere patiënt is verschillend. Zo heeft de een genoeg aan een jaarlijks contactmoment met een arts, terwijl de ander liever vier keer per jaar langsgaat, vervolgt Barents. De ene patiënt gaat het direct goed af om zelf te meten en te monitoren, maar een ander vindt het toch een geruststellender idee om wat vaker een behandelaar te bezoeken. “Diabeteszorg moet maatwerk zijn, en dat kan alleen als een arts de patiënt echt goed kent.”

Veranderde opvattingen

Rutten benadrukt dat de diabeteszorg in Nederland vanuit internationaal perspectief al van hoog niveau is. Het aantal mensen dat als gevolg van diabetes een voet heeft moeten laten amputeren of blind is geworden, is in de afgelopen twintig jaar flink gedaald.

Verdere individualisering van de zorg zal volgens de professor bijdragen aan de kwaliteit van leven. Tien jaar geleden was wereldwijd nog de opvatting dat alle diabetespatiënten vier keer per jaar gecontroleerd moesten worden op exact dezelfde streefwaarden. Zijn onderzoeksgroep kon aantonen dat patiënten bij wie de waarden van glucose, cholesterol en de bloeddruk goed zijn ingesteld, twee controles per jaar net zo goed kunnen volstaan.

Betrouwbare apparatuur

Kwalitatief goede apparatuur om het glucosegehalte te meten of thuis de bloeddruk te meten is dan ook essentieel, vult Barents aan. “Daar maakt DVN zich als patiëntenvereniging heel hard voor.”

Verkeerd weergegeven glucosewaarden terwijl de bloedsuiker eigenlijk te laag is, brengen namelijk gevaren met zich mee. Autorijden zou dan al niet meer mogen en het vermogen risico’s in te schatten is verminderd.

DVN vindt daarom dat de keuze voor betrouwbare en comfortabele apparatuur in overleg tussen patiënt en behandelaar gemaakt moet worden. “Ook dat hoort bij persoonlijke aandacht voor de patiënt: ruimte voor eigen inbreng. Het belang van de patiënt moet altijd voorop staan, zowel binnen als buiten de spreekkamer.”