Patiënten die na traumatisch hersenletsel een schedeloperatie moeten ondergaan, hebben een grotere overlevingskans, maar houden in veel gevallen een permanente beperking over.

Druk in de schedel

Na traumatisch hersenletsel kan er bij patiënten hersenzwelling optreden. Wanneer de hersenen oncontroleerbaar zwellen, stijgt de druk in de schedel waardoor de bloedtoevoer vanuit het hart beperkt wordt. Vervolgens ontstaat er een zuurstofgebrek in de hersenen die dan progressief afsterven. Om dit te verhelpen kiezen artsen er vaak voor om een decompressieve craniëctomie uit te voeren. Met deze operatie wordt een groot deel van de schedel aan één of beide zijden van het hoofd verwijderd zodat de druk, die door zwelling van de hersenen en/of bloedingen is opgelopen, terug kan dalen en de zuurstoftoevoer in de hersenen niet meer bedreigd is.

Blijvende gevolgen

Volgens de onderzoekers is er nog weinig bekend over de hersenschade die een dergelijke schedeloperatie op lange termijn oplevert. Op basis van hun onderzoek onder 406 patiënten tussen de 10 en 65 jaar, blijkt dat de overlevingskans groter is dan wanneer er geen ingreep wordt ondergaan. Van de patiënten die een operatie ondergingen kwam 30% te overlijden. Van patiënten die geen operatie ondergingen lag dit percentage met 52% veel hoger.

Aan de andere kant leidde een operatie bij 6% tot een staat van niet-responsief waaksyndroom. Een zware vorm van bewustzijnsverlies, waarbij de ogen wel open zijn.
Daarnaast blijkt dat patiënten vaker kampen met een permanente beperking in vergelijking met patiënten die geen operatie ondergingen:

  • Ongeveer 18% blijkt volledig afhankelijk van zorg, één jaar na operatie in vergelijking tot 14%.
  • Circa 13% houdt een zware beperking over maar is nog in staat om onafhankelijk te wonen voor een langere periode in vergelijking tot 4%.

Kwaliteit van leven

Onderzoeker Peter Hutchinson van The University of Cambridge zegt dat de resultaten van belang zijn, omdat er goed moet worden gekeken naar wat de impact op de kwaliteit van leven kan zijn, na een operatie.
Artsen en familieleden kunnen de mogelijke lange termijn uitkomsten dan meenemen in hun beslissing om wel of niet te kiezen voor een zware operatie als een decompressieve craniëctomie.

Wat volgens Hutchinson wel opgemerkt kon worden, is dat uit een vervolgonderzoek van patiënten één jaar na operatie bleek, dat 45% in staat was om zelfstandig te wonen. Dit in tegenstelling tot 32% die geen ingreep hadden ondergaan.

Bron: New England Journal of Medicine