Voor een goede gezondheid op korte en lange termijn is het belangrijk dat kinderen een gezond eetpatroon aanleren. Dit bestaat voor een groot deel uit het eten van voldoende groente en fruit. Het merendeel van de Nederlandse kinderen eet hier veel te weinig van.

Consumptie in de kinderopvang

De consumptie moet omhoog. De kinderopvang biedt daarvoor een goede omgeving. Helaas staat een gezond voedingsbeleid daar vaak wel op de agenda, maar komt het er niet van om dit in de gehele organisatie door te voeren. Wat is dat nou eigenlijk, een gezond eetpatroon voor kinderen? Marieke Battjes-Fries, onderzoeker voeding en gezondheid bij het Louis Bolk Instituut, houdt een paar gouden regels aan.

Een gezond eetpatroon kent volgens haar tenminste drie eigenschappen. Het moet natuurlijk, gevarieerd zijn en voldoende groente en fruit bevatten. Omdat kinderen nog volop in de groei zijn, is dit volgens de onderzoeker noodzakelijk voor een goede ontwikkeling: “Het is heel belangrijk om al op jonge leeftijd een gezond eetpatroon aan te leren. Het bepaalt in grote mate hoe je op latere leeftijd eet.”

Biologische oorzaken voor te weinig groente Helaas eet het merendeel van de kinderen in Nederland onvoldoende groente en fruit. Dat heeft volgens Battjes- Fries een aantal duidelijke oorzaken: mensen kennen een aangeboren voorkeur voor zoet en vet. Logisch, want dat geeft ons energie, brandstof. Helaas kennen we een afkeur voor bitter en zuur. Dat heeft tevens een biologische oorzaak.

Bittere en zure voedingsmiddelen associëren wij met mogelijk giftig en daarmee onveilig. Al onze alarmbellen gaan af. Vroeger hielp deze eigenschap ons, stelt Battjes-Fries. Het beschermde de mens. Nu een stuk minder. Ongezonde producten als friet, chips en snoep, zijn over het algemeen vet en zoet en gezonde producten, waaronder groente en fruit, vaker zuur en bitter.

Een tweede biologische oorzaak voor het te weinig eten van groente en fruit heet met een mooi woord, voedselneofobie. De angst om onbekende producten en smaken te proeven. “Veel kinderen van 1 tot 6 jaar oud kampen met dit verschijnsel. Het voorkomt dat een kind zomaar alles in zijn mond stopt wanneer hij zelf voedingsproducten kan pakken. Een biologisch afweermechanisme voor giftige producten.” Maar ook een versterker voor het niet willen proeven van groente en fruit. Want bitter, zuur en ook nog eens onbekend.

De rol van de kinderopvang

Volgens Astrid Postma-Smeets, expert voeding en gezondheid bij het Voedingscentrum, biedt de kinderopvang een goede omgeving om de groente- en fruitconsumptie bij kinderen op te schroeven. Een groot aantal kinderen in Nederland brengt hier één of meerdere dagen per week door. In de opvang eten zij een belangrijk deel van hun dagelijkse voeding. “Bied je hier voldoende groente en fruit aan, dan verspreid je de benodigde hoeveelheid over de dag.

Handig, want als kinderen dan ‘s avonds thuiskomen, hoeven hun ouders die noodzakelijke dagelijkse portie niet meer te verwerken in één warme maaltijd.” In het leren eten van groente en fruit, speelt de leidster van de kinderopvang volgens de voedingsexpert een hele krachtige rol: “De leidster kent een voorbeeldrol. Neemt zij zelf groente en fruit in de mond en reageert zij daarop heel enthousiast, dan kopiëren kinderen haar gedrag. Zien eten doet nou eenmaal eten.” Daarbij kan zij kinderen de hele dag door, het liefst op speelse wijze, in aanraking brengen met gezonde voeding.

Gezonde voeding

Een gezond voedingsbeleid biedt volgens Postma- Smeets de basis voor een gezond eetpatroon in de kinderdagopvang. Een beleid maakt voor een kinderdagverblijf heel helder wat de uitgangspunten zijn, welke afspraken er zijn gemaakt en hoe die worden ingevuld. “Schrijf met elkaar, management, medewerkers en ouders op waar je nu staat, waar je naartoe wilt en vul dat in.

Denk in haalbare stappen. Want van grote veranderingen houden mensen niet.” De schijf van vijf biedt volgens het Voedingscentrum een goede basis. Het zet uiteen welke producten echt bijdragen aan een goede ontwikkeling. Het opstellen van dit beleid ziet Postma-Smeets als belangrijkste stap; het creëren van draagvlak als succesfactor.

Om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, is het volgens Postma-Smeets belangrijk dat medewerkers en ouders begrijpen waarom bepaalde stappen genomen worden. Zo kan de opvang ouders het beste informeren tijdens een speciaal daarvoor ingerichte avond en zijn medewerkers goed geholpen met extra scholing. Maar naast theorie is praktijk ook erg belangrijk.

Daarom doet de opvang er goed aan te luisteren naar medewerkers en ouders, te observeren hoe zij bepaalde zaken aanpakken en hen laten meedenken. “Adviseer waar nodig en betrek ouders en medewerkers in het volledige proces. Deze partijen bieden soms weerstand. Alleen door ze te helpen begrijpen waarom je bepaalde keuzes maakt en ze te laten zien dat deze keuzes goed zijn en aanslaan bij kinderen, kom je samen tot een gezondere omgeving.”

Invulling van het voedingsbeleid

Stap drie is het invullen van het voedingsbeleid. Een proces waar geduld voor nodig is, legt Battjes-Fries uit: “Kinderen kun je groenten leren eten. Maar ze hebben zeker een aantal keer nodig om aan een nieuwe smaak te wennen.” Een spelelement biedt uitkomst: het is voor kinderen niet eens per se noodzakelijk om nieuwe producten te proeven om eraan te wennen, zolang ze er maar mee in aanraking komen.

Als voorbeeld noemt Battjes-Fries het zelf tuinieren in de moestuin, het laten tekenen van groente en fruit en het doen van een quiz. Volgens haar zijn kinderen dol op zulke activiteiten. Ze leren door te doen. Postma-Smeets vult dit aan met een ander voorbeeld: de proeverij. “Laat kinderen ieder dag in spelvorm iets nieuws proeven. Zij vinden dat leuk en jij maakt slim gebruik van groepsdruk. Als negen van de tien kinderen een aardbei proeven, sluit kind tien vanzelf aan. Ga creatief om met voeding. Zo gaan kinderen gezond eten echt leuk vinden. En dat heeft ook zijn weerslag op medewerkers en ouders.”