Dat wij elkaar, in eerste instantie, beoordelen op het uiterlijk is een heel natuurlijke reactie. Het zit in onze genen. Iemand in een oogopslag herkennen als ‘gezond, vertrouwenwekkend, sterk en sympathiek’ was vroeger vaak van levensbelang. En nog steeds geven wij de voorkeur aan aantrekkelijke mensen. Dat iemand soms niet zo gezond, vertrouwenwekkend, sterk en sympathiek is, blijkt pas later. Maar totdat wij die conclusie trekken, hebben fysiek aantrekkelijke mensen wel een voorsprong en blijven minder aantrekkelijke mensen soms zelfs letterlijk buiten beeld. Vaak realiseren wij ons niet dat wij die selectie ‘aantrekkelijk en geschikt’ en ‘niet aantrekkelijk en dus niet geschikt’ zo automatisch en zo snel maken. Het fenomeen staat bekend als het halo-effect. De aantrekkelijkheid van een persoon maakt dat wij diegene intelligenter, betrouwbaarder, gezonder, succesvoller en rijker inschatten. De lat ligt dan ook hoog. Wij moeten er goed uitzien als wij gezien willen worden en iets willen bereiken. Voor representatieve functies is het zelfs een eis. Mensen moeten het prettig vinden om je te zien, naar je te luisteren en met je te praten.

Als je er goed uitziet, voel je je zekerder

Maar het zijn niet alleen de anderen die eisen stellen aan ons uiterlijk. Wij willen er ook goed uitzien voor onze partner en vooral ook voor onszelf. “Als je weet dat je er goed uitziet, voel je je zekerder, gedraag je je vrijer en kom je spontaner over. En dat is heel aantrekkelijk voor anderen”, legt psycholoog Marcelino Lopez uit. Daarom maken wij ook werk van ons uiterlijk als wij een bespreking of presentatie hebben of naar een feestje gaan. Wij voelen ons dan prettiger. Omgekeerd werkt het ook. Als je onzeker bent over je uiterlijk dan gedraag je je minder vrij en kom je minder spontaan en dus minder aantrekkelijk over.

Positievere uitstraling

Annette Frans heeft een representatief beroep en voelde zich onzeker over haar uiterlijk. “Hangende mondhoeken, een wat negatieve uitstraling, dat was helemaal niet hoe ik me voelde. Maar zo zag ik er wel uit. Ik was ontevreden met de Annette die ik in de spiegel zag.” Annette koos, na een uitgebreide zoektocht op internet en gesprekken met een cosmetisch medisch arts voor een niet-invasieve behandeling met fillers en botulinetoxine. “Ik ben 49 jaar. Ik wilde er niet uitzien als iemand van 25 of 35, maar ik wilde wel weer de energieke uitstraling hebben die ik in de loop der jaren was kwijtgeraakt. Als ik nu in de spiegel kijk, herken ik mezelf weer.”

Niet jong, rimpelloos en strak

De meeste mensen die zich laten behandelen, willen er vooral gewoon goed uitzien voor hun leeftijd. Hun wens is niet een zo jong, rimpelloos en strak mogelijk gezicht. Ze willen alleen die dingen veranderen die hen storen zoals dat vermoeide uiterlijk, die fronsrimpel of die diepe neus-lippen-plooi. Het draait volgens Lopez dan ook niet om ‘mooi’ of om ‘schoonheid’, maar om de uitstraling die iemand heeft. “Het is, ook vanuit evolutionair oogpunt, veel begerenswaardiger om er aardig, sympathiek en stralend uit te zien. Dat geeft je bovendien op de lange duur ook meer zelfvertrouwen dan alleen een mooi koppie.”