Jarenlang werkte de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg vanuit het ziektemodel: er is een probleem en dat moeten we oplossen. De behandeling vanuit een positief perspectief, waarbij er ook wordt gekeken naar het welbevinden en niet alleen naar de klachten, is daarom vrij nieuw. Hoogleraar Geestelijke Gezondheidsbevordering Ernst Bohlmeijer vond dat de ggz jarenlang te veel gericht was op klachten en pleit daarom voor meer balans tussen aandacht voor positief functioneren en klachtenbehandeling.

Het gaat volgens hem niet alleen om het reduceren van klachten, maar om het vergroten van mensen hun welbevinden. Wanneer je leert om moeilijke emoties en gedachten te accepteren, komt er ruimte voor aspecten van geestelijke gezondheid zoals zelfacceptatie, zinvolle doelen in het leven, energie halen uit relaties en voldoende autonomie. Dit zijn levensvaardigheden die belangrijk zijn om met omstandigheden als stress om te gaan, en dat maakt mensen weerbaarder tegen stoornissen. Bohlmeijer: “Uit een analyse van onderzoeken met patiënten met een eetstoornis door promovendus Sander de Vos blijkt bijvoorbeeld dat zij zelfacceptatie en persoonlijke ontwikkeling als essentieel onderdeel zien van hun herstel.”

Positieve preventie

Volgens Bohlmeijer heeft twintig tot dertig procent van de Nederlanders op enig moment in zijn of haar leven last van psychische klachten. Niet iedereen heeft daadwerkelijk een stoornis, maar klachten waar niet tijdig iets aan wordt gedaan kunnen daar wel toe leiden. Daarom maakt hij zich onder andere hard voor het vergroten van de algemene kennis over psychische klachten en voor preventie van stoornissen. Bohlmeijer: “Tien jaar geleden deed ik dat ook al, maar toen vanuit het perspectief van de ziekte met teksten als ‘voorkom depressie’. Dit sloeg niet goed aan en daarom ben ik het meer vanuit het positieve perspectief gaan benaderen door het om te keren zonder de klachten te bagatelliseren: ‘leef voluit’.” Dat werkte wel.

Van klacht naar kracht

Ook klinisch psycholoog Paul Rijnders pleit voor een positieve benadering. Volgens hem krijgt in Nederland slechts de helft van mensen met psychische problemen goede hulp. Mede door een gebrek aan geld. Dus kijkt hij naar hoe je met dezelfde middelen een behandeling kunt verkorten, en dus meer mensen binnen bepaalde tijd kunt behandelen, zonder de kwaliteit geweld aan te doen. Methoden waarbij niet de klacht, maar juist iemands kracht centraal staat, blijken goed te werken. Daarbij is het actief betrekken van patiënten volgens hem van enorme meerwaarde. “Gister sprak ik bijvoorbeeld een man van 52 jaar, ingenieur, met paniekklachten in de auto na een auto-ongeluk. Toen ik zijn persoonlijke eigenschappen in kaart bracht bleek dat hij graag ‘in control’ was. Dit is geen slechte eigenschap, want hierdoor liep alles bij hem altijd gesmeerd, maar na het ongeluk sloeg hij erin door.” In zo’n geval benoemt Rijnders de controle als iets teveel van het goede. Zo bagatelliseert hij de klachten niet, maar definieert hij het wel positief waardoor mensen eerder geneigd zijn te luisteren. Door gerichte oefeningen, die zijn patiënt zelf kan uitvoeren, verwacht Rijnders dat zijn patiënt snel beter om kan gaan met zijn klachten.

Digitale hulpmiddelen

Preventie van stoornissen door tijdig psychische problemen te herkennen en ermee om te leren gaan kan een hoop leed en daarmee de noodzaak van een behandeling voorkomen. Bohlmeijer pleit daarom onder andere voor online programma’s die mensen helpen.