Elk jaar begint op het noordelijk halfrond, waar ook Nederland deel van uitmaakt, op 1 december de meteorologische winter. De start van een koude en donkere periode die vaak gepaard gaat met somberheid. Meer dan 1,2 miljoen Nederlanders hebben niet alleen in het begin van de winter, maar ook in het vroege voorjaar en najaar (herfstdepressie) te maken met depressieve klachten. Voor ongeveer 450.000 van hen valt er te spreken van een échte winterdepressie of seizoensgebondendepressie. Naast somberheid zijn andere kenmerken die jaarlijks vaak terugkeren vermoeidheid, gebrek aan energie en een onverzadigbaar hongergevoel.

Wat is een (seizoensgebonden) depressie?

Volgens de norm is een depressie een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door verlies van levenslust of een zwaar terneergeslagen stemming. Als deze klachten en sombere gevoelens voor een periode van twee weken of langer aanhouden, kun je spreken van een echte depressie. Waarin verschilt dit nou van een seizoensgebonden-depressie? Hiervan is sprake als de klachten zich alleen voordoen in een specifiek seizoen. Bij een seizoensgebonden-depressie moeten deze minimaal twee jaar achter elkaar in hetzelfde seizoen voorkomen. De klachten houden dan ieder jaar opnieuw minimaal 2 weken aan. In de psychiatrie hanteert men een viertal criteria waaraan een persoon moet voldoen om een seizoensgebonden-depressie diagnose te krijgen. Deze staan beschreven in de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Zie figuur 1.
Er zijn twee varianten van een winterdepressie:

  • Winterblues of S-SAD (reactieve seizoensgebonden affectieve stoornis): milde variant
  • Winterdepressie of SAD (seizoensgebonden affectieve stoornis): ernstige variant

De oorzaak van een winterdepressie

Het is niet met volledige zekerheid te zeggen wat de oorzaak is van een winterdepressie. De meest genoemde reden is het gebrek aan zonlicht in de herfst- en winterperiode. Dit kan zorgen voor:

  • Een ontregelde biologische klok. Deze regelt je slaap-waakritme of dag-nachtritme, dat van invloed is op de slaap. Het lichaamseigen hormoon ‘melatonine’ speelt hierin mogelijk een grote rol. Dit hormoon wordt door de pijnappelklier ’s nachts aangemaakt en tijdens de ochtend wordt de aanmaak onder invloed van licht onderdrukt
  • Schommelingen in het serotonine-gehalte. Deze stof die in de hersenen wordt aangemaakt, beïnvloedt het humeur

Wat kun je doen bij een winterdepressie?

Het algemene advies bij een ‘normale’ depressie is zorgen voor regelmaat. Dat wil zeggen: vroeg opstaan, vaste etenstijden en contact met een vertrouwd iemand. Daarnaast helpt regelmatig intensief sporten/bewegen. Bij een winterdepressie geldt in zekere zin hetzelfde. Om het gebrek aan zonlicht te compenseren kunnen mensen baat hebben bij lichttherapie. Vanuit psychologisch perspectief draagt cognitieve gedragstherapie (CGT) bij aan het veranderen van de stemming.

Licht tegen winterdepressie
Lichttherapie is een kuur die bestaat uit het toedienen van een specifiek soort sterk licht, zonder UV-straling via de ogen. Dat kan in het meest eenvoudige geval gewoon met een lamp thuis. Die reguleert op kunstmatige wijze de natuurlijke aanmaak van melatonine en herstelt daarmee het dag-nachtritme en dus de verstoorde stemming.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)
CGT pakt de ontregeling van een winterdepressie aan door middel van:

  • Psycho-educatie. Hierbij wordt men voorgelicht, hoe om te gaan met psychische problemen
  • Cognitieve herstructurering. Het leren omgaan met stressvolle situaties en helpen controle te krijgen over emoties
  • Gedragsactivatie. Voorkomen van (vermijdings)gedrag en veranderen van de (negatieve) houding

Amerikaanse onderzoekers suggereren dat CGT op lange termijn effectiever is dan lichttherapie bij een seizoensgebonden depressie, omdat CGT dus het psychologische aspect van de ontregeling aanpakt, terwijl dit bij lichttherapie het chronobiologische aspect is.

Vitamine D in relatie tot (winter)depressie

Tijdens de herfst en winter hebben veel mensen een tekort aan vitamine D. In veel gevallen hebben ze hier geen weet van. Uit onderzoek van het VUmc is gebleken dat met name bij ouderen er een verband bestaat tussen depressie en het vitamine D-gehalte in het bloed. Bij ouderen met depressie is dit veel lager dan bij ouderen zonder depressie. In het najaar en de winter zal een eventueel tekort met vitamine D-rijke voeding moeten worden aangevuld. Of door het innemen van supplementen. Vitamine D zit in vette vis, zoals haring, zalm en makreel, en in mindere mate in vlees en eieren. Voor iedereen geldt een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van 10 microgram vitamine D. Alleen volwassenen boven de 70 moeten 20 microgram per dag binnen krijgen.

Figuur 1. DSM-5 criteria voor SAD diagnose
  • A – Er is geregeld een verband in de tijd tussen enerzijds het begin van een depressieve episode en anderzijds een bepaalde periode in het jaar (bijvoorbeeld het geregeld ontstaan van een depressieve episode in de herfst of winter)
  • B – Wisselingen van een depressie van mild tot ernstig komen ook voor in een karakteristieke periode van het jaar (bijvoorbeeld depressie verdwijnt in de lente)
  • C – Gedurende de laatste twee jaar zijn er twee depressieve episodes voorgekomen die een seizoensgebonden relatie laten zien zoals gedefinieerd in de criteria A en B en in diezelfde periode zijn er geen seizoensgebonden depressieve episodes geweest
  • D – De seizoensgebonden depressieve episodes (zoals hierboven beschreven) waren aanzienlijk meer dan het aantal niet-seizoensgebonden depressieve episodes die in het leven van een persoon zijn voorgekomen