Screenen op baarmoederhalskanker wordt gedaan om het aantal gevallen van de ziekte en sterfte erdoor te voorkomen. Door middel van screening proberen artsen potentiele voorstadia van kanker te ontdekken, die zich mogelijk doorontwikkelen tot baarmoederhalskanker. In Nederland ontvangen vrouwen van 30 jaar en ouder elke vijf jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. Het huidige onderzoek gebruikt de HPV-test als primaire screeningstest om hoog-risico HPV-infecties (hrHPV) vast te stellen. Deze test zou een hogere sensitiviteit hebben dan de cytologietest die voorheen primair werd gebruikt. De specificiteit van de cytologietest is echter veel hoger dan de HPV-test. Daarnaast bestaat grote kans dat vergevorderde voorstadia en niet-invasieve baarmoederhalskanker niet worden gevonden met behulp van deze methode. Dat vertelt gynaecoloog-patholoog Marshall Austin van de University of Pittsburgh Medical Center. Volgens Austin heeft dit te maken met de te lage hoeveelheid virus om tot een positieve HPV-test te komen.

Om die reden geeft hij de voorkeur aan het principe van co-testing. Co-testing is het testen van zowel het opsporen van het HPV virus als ook het microscopisch beoordelen van de cellen (cytologie). Deze methode kan bijdragen aan het ontdekken van chronische hrHPV-infecties die kunnen leiden tot vergevorderde voorstadia en niet-invasieve baarmoederhalskanker.

“Uiteindelijk ontwikkelt circa de helft van alle onbehandelde CIN-laesies zich tot baarmoederhalskanker.”

Baarmoederhalskankervoorstadia en risico’s

Een van die voorstadia is cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN). Een CIN-laesie houdt in dat er een voorstadium van baarmoederhalskanker is gevonden. Er zitten dan afwijkende cellen in de baarmoederhals. De afwijking (dysplasie) varieert van mild (CIN1) tot zeer ernstig (CIN3). “Uiteindelijk ontwikkelt circa de helft van alle onbehandelde CIN-laesies zich tot baarmoederhalskanker.” Naast CIN is er ook het voorstadium adenocarcinoma in situ (AIS). Met AIS wordt de ontwikkeling van adenocarcinomen (klierkanker) in de buitenste huidlaag van de baarmoederhals bedoeld. Dit voorstadium kan zich ontwikkelen tot een zeer agressief type kanker als het niet tijdig wordt gediagnosticeerd en behandeld.

Hoe kan een co-test bijdragen aan het opsporen van voorstadia?

Austin legt uit dat een co-test zowel de resultaten geeft van de HPV-test als die van de cytologietest. Dit is belangrijk omdat niet alle kankers vooraf worden gegaan door een positieve HPV-test. Het kan namelijk zo zijn dat negatief wordt getest op HPV, terwijl de uitkomst van cytologie wijst op een voorstadium of kanker. Als er geen cytologietest wordt afgenomen, kan dit niet achterhaald worden en bestaat de kans dat kankerdiagnoses worden gemist.

“Vrouwen die rond hun 14e-15e besmet raken met het HPV-virus worden bij deze startleeftijd uitgesloten, terwijl ze in theorie dan voor hun 30ste al baarmoederhalskanker kunnen ontwikkelen.”

Recente resultaten uit een studie van Austin en collega’s ondersteunen dit argument. De uitkomsten bevestigen dat met primaire HPV-screening 13,1% van alle baarmoederhalskankerdiagnoses werd gemist. In het geval van CIN3/AIS diagnoses lag dit percentage op 7,2%. Daarentegen werden meer diagnoses vastgesteld dankzij co-testing op basis van liquid-based cytology (LBC).

Cytologie voor vrouwen onder de 30 jaar

Zoals gezegd worden alleen vrouwen van 30 jaar en ouder meegenomen in het bevolkingsonderzoek, terwijl in veel overige landen de screening start vanaf 21-25 jaar. Austin vindt het opvallend dat voor deze startleeftijd is gekozen en is benieuwd naar de gegevens die het komende decennium zullen verschijnen over het gebruik van HPV-testen als primair screeningsinstrument en het vermogen ervan om baarmoederhalskanker bij de Nederlandse bevolking verder te voorkomen. “Vrouwen die rond hun 14e-15e besmet raken met het HPV-virus worden bij deze startleeftijd uitgesloten, terwijl ze in theorie dan voor hun 30ste al baarmoederhalskanker kunnen ontwikkelen.”

Hij benadrukt nogmaals dat het onjuist is om te geloven dat alle baarmoederhalskankers worden voorafgegaan door een HPV-positief testresultaat. Uit diverse wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat van alle cervixcarcinomen die pas 12 maanden na ontstaan worden gediagnosticeerd, 33% vooraf wordt gegaan door een misleidend HPV-negatief resultaat. Voor Austin wijst dit op de noodzaak om cytologie en HPV co-testing van vrouwen van 30 jaar en ouder en cytologische screening van jongere vrouwen te heroverwegen.

Wil je uitsluiten dat je baarmoederhalskanker hebt, vraag dan een cytologietest aan bij je huisarts.