Joyce gaat door het leven met een bipolaire stoornis. Ze legt uit wat voor invloed dit heeft op haar dagelijkse bestaan.

Wat waren je eerste klachten?

“Ik heb geen “klachten” gehad. Integendeel, toen ik 35 jaar was, had ik mijn eerste manische periode. Ik sliep maar 3 uur per nacht en de overige uren was ik heel druk: verven, behangen, de kinderen overal mee naar toe nemen, en zo verder. Kortom, het was geweldig. Alleen mijn omgeving werd doodmoe van mij.”

Hoe kwam je erachter dat je een bipolaire stoornis had?

“Een paar jaar geleden zijn mijn vader en zusje met bipolaire stoornis gediagnosticeerd. Doordat zij deze ziekte hadden/hebben, werd snel duidelijk waar ik mijn tomeloze energie vandaan haalde!”

Zijn er mogelijkheden om de klachten te verminderen?

“De klachten kan je nooit verminderen, wel kan je een zekere stabiliteit ontwikkelen. Dit kan echter nooit zonder medicijnen en regelmatige controles. Ondanks al deze maatregelen, kan ik er niet aan ontkomen, dat ik in een gigantische depressie raak. De manie wordt altijd door de medicatie afgeremd maar een depressie loert altijd om de hoek.”

Hoe ziet een gemiddelde dag er voor je uit?

“Een dag ziet er bij mij een beetje saai uit. Sinds ik niet meer werk (dat ging niet meer, ik ben ook afgekeurd) woon ik kleiner, gelijkvloers en heel rustig. Wel ga ik een paar keer per jaar op vakantie, maar dan moet ik me wel ‘in’ houden en niet te druk zijn.”

Hoe gaat het nu met je en hoe zie je de toekomst?

“Ik ben nu redelijk stabiel, maar toch zit altijd in mijn achterhoofd dat ik zo weer depressief kan worden. En dan is het ook meteen goed mis.”

Wat wil je lotgenoten meegeven?

“Ik kan alleen maar zeggen (dat is mijn eigen ervaring): zorg dat je goed slaapt en kijk goed naar je kinderen. Het is erfelijk en daar kan ik over meepraten.”