IQ-tests zijn niet ontwikkeld op basis van theorieën over intelligent gedrag, maar met behulp van waarnemingen en wiskundige statistiek. Toch worden de tests dagelijks gebruikt in neuropsychologisch onderzoek bij patiënten met bijvoorbeeld een depressie. Psycholoog Loes van Aken pleit voor hernieuwde aandacht voor theorievorming over intelligentie, waarmee betere tests voor de patiëntenzorg ontwikkeld kunnen worden. Op 12 mei promoveert ze aan de Radboud Universiteit.

‘In mijn dagelijkse werk gebruik ik bijvoorbeeld een test waarbij patiënten problemen moeten oplossen’, vertelt Loes van Aken, psycholoog bij het Vincent van Gogh Instituut en onderzoeker aan de Radboud Universiteit. ‘Ik zie regelmatig dat mensen die nogal impulsief zijn, snel aan zo’n taak beginnen. Vervolgens merken ze dat hun aanpak niet werkt, beginnen ze opnieuw, en lossen de taak dan foutloos op.’

Focus op proces in plaats van uitkomst

Toch scoren deze patiënten laag op de test, omdat ze in het begin veel tijd hebben verloren. Maar een patiënt die helemáál niet kan plannen, scoort ook laag. Van Aken: ‘Deze twee patiënten worden dus in dezelfde categorie ingedeeld, terwijl de eerste wel degelijk kan plannen.’ En dat is wat Van Aken graag inzichtelijk wil krijgen in intelligentietests: het proces waarmee iemand tot een resultaat komt, in plaats van de focus op de uitkomst.

IQ is wat de IQ-test meet

Voorbeeldopgave IQ-test: op basis van de acht ingevulde patronen moet het negende patroon (rechtsonder) ingevuld worden (bron: Wikimedia)Omdat IQ-tests niet gebaseerd zijn op hoe ons brein informatie verwerkt, zegt een IQ-score bovendien niets over het leervermogen van een patiënt of leerling. Terwijl juist dat vermogen veel vertelt over hoe een behandeling of lesmethode aan zal slaan. ‘De nu beschikbare IQ-tests zeggen weinig tot niets over het leervermogen. Daarom is het op dit moment vooral IQ wat de IQ-test meet’, aldus Van Aken.

Onderzoek

Doel van haar onderzoek – waarin ze theorieën en eerdere studies over intelligentie bestudeerde – is betere diagnostiek. ‘Allereerst moeten wij als psychologen goed nadenken over wat we precies te weten willen komen met onze diagnostiek. IQ-tests geven een indicatie over het niveau van presteren, maar geven geen informatie over het achterliggende denkproces. Uitgebreider neuropsychologisch onderzoek, dat verder ingaat op dat proces, gebruiken we nu vooral voor patiënten met ingewikkelde en zeldzame problematiek. Die onderzoeken zijn vaak arbeidsintensief en daarom relatief duur, waardoor er in eerste instantie gemakkelijk van wordt afgezien. Gevolg is dat mogelijke contra-indicaties voor behandeling, redenen waarom iemand juist niet geschikt zou zijn voor behandeling, over het hoofd worden gezien.’

Van Aken pleit dan ook ten eerste voor meer onderzoek naar theorievorming over intelligentie, en bovendien voor uitgebreidere diagnostiek aan de start van een hulpverleningstraject. ‘En dus voor iedere patiënt een functionele blik op het denkproces, in plaats van het probleem puur kwantificerend bekijken.’

Bron: Radboud Universiteit