Zorg in de laatste levensfase is niet alleen afhankelijk van de voorkeuren van de patiënt, maar ook van de rol die artsen willen en kunnen spelen. “Ik zou patiënten dan ook aanraden tijdig in gesprek te gaan met hun arts over hun levenseinde”, aldus promovenda/huisarts in opleiding Eva Bolt van het VUmc. Zij onderzocht wat passende zorg in de laatste levensfase inhoudt en wat de rol van mogelijk levensverlengende behandelingen hierin is. Daarnaast onderzocht zij welke rol artsen willen en kunnen spelen wanneer patiënten een wens hebben tot bespoediging van het levenseinde.

Passende zorg

Bolt maakte gebruik van een vrij toegankelijke internetvragenlijst waarin mensen hun ervaringen met zorg in de laatste levensfase konden delen. Mensen hebben verschillende ideeën over passende zorg in de laatste levensfase. Bolt: “Patiënten en hun naasten zien passende zorg als een heel breed begrip, waarbij behandelbeslissingen, ondersteunende zorg, locatie, communicatie met de arts en autonomie belangrijk zijn.” De meest voorkomende vorm van niet-passende zorg is overbehandeling, wat niet alleen lichamelijke problemen kan geven maar ook psychosociale gevolgen heeft, zoals angst, problemen bij de acceptatie van de dood en sociale isolatie.

Bereidbaarheid onder artsen

Uit een steekproef onder 1456 artsen in Nederland blijkt dat zij eerder bereid zijn om euthanasie uit te voeren wanneer er sprake is van een ernstige lichamelijke aandoening dan wanneer iemand lijdt aan een psychische aandoening, dementie of lijden aan het leven. De meeste kinderartsen zijn bereid om levensbeëindigend te handelen bij kinderen die ondraaglijk lijden, op verzoek van het kind of diens ouders. Bolt: “Dit onderzoek laat zien dat elke arts zelf moet bepalen waar zijn grenzen liggen bij beslissingen over euthanasie. Deze grenzen zijn zowel gebaseerd op wettelijke als persoonlijke argumenten. Daarom is het belangrijk dat mensen met een voorkeur voor euthanasie dit tijdig bespreken met hun arts. Op die manier kunnen artsen tijdig een mening vormen en deze bespreken, om teleurstelling of conflicten te voorkomen.”

Bron: VUmc.