De zomervakantie staat bijna voor de deur. Een tijd voor de meesten onder ons om naar uit te kijken. Een paar weken onbezorgd genieten. Heerlijk ontstressen en plezier hebben, vrij! Om daarna bijna vanzelfsprekend weer in het oude ritme terug te keren.

Bij de vele honderdduizenden kankerpatiënten in Nederland kan in deze periode ook een gevoel van gezonde ‘jaloezie’ aanwezig zijn. Je gaat misschien wel op vakantie, maar van kanker heb je nooit vakantie.
Bijna oneerlijk die onbekommerdheid om je heen; wetend dat het genieten niet onbezorgd kan zijn, maar met een grote onzekere wolk aan de lucht. De diagnose kanker, in welke vorm of welk stadium dan ook, haalt veel onderuit waar men altijd in heeft geloofd. Namelijk het leven zelf. Het bezorgt veel verdriet, voor de patiënt en de naasten. Toch geeft het ook een bepaalde vorm van verrijking. Het is een bijna oneerbiedig cliché, dat bij veel mensen opgaat die kanker hebben of hebben gehad.

Het gaat er niet om dat de blaadjes groener kleuren, maar dat het leven in al haar kleuren soms intenser lijkt dan al die van de regenboog bij elkaar. En toch kan het iemands hele bestaan onderuithalen. En is het aan de patiënt en diens naasten om de kracht te vinden om daaruit te komen. Iets wat je als patiënt eigenlijk niet alleen kunt of zou moeten doen. En waarbij juist die ene omhelzing van een dierbare zo belangrijk is. Die omhelzing die een patiënt, al is het maar voor even, een beetje dat vakantiegevoel van de vrijheid kan geven.

Gastbijdrage van Anne Marie van Veen van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK).