Harm Kuipers was 62 toen min of meer bij toeval prostaatkanker werd ontdekt. “Ik was geopereerd aan plasklachten”, vertelt hij. “Bij die ingreep is het routine om ook wat weefsel te onderzoeken op tumoren. Uit dat onderzoek bleek dat het mis was.”

Harm, die zelf geneeskunde heeft gestudeerd, wist dat mannen met prostaatkanker vaak mét, maar niet áán de ziekte overlijden. “Ik dacht dus: ‘Het zal wel meevallen’, maar het viel niet mee. Uit de MRI bleek dat ik een agressieve vorm had die al was uitgezaaid naar onder meer mijn lymfeklieren.”

De behandeling van Harms prostaatkanker

Onmiddellijk begon Harm aan de behandeling van zijn prostaatkanker. Eerst met hormoontherapie, daarna volgde bestraling. “Voor een operatie was het al te ver”, blikt hij terug. “Hormoontherapie is erop gericht om de tumor te downsizen, zodat de bestraling effectiever is. De behandeling bleek effectief en gelukkig had ik weinig last van bijwerkingen. De meeste hinder had ik van opvliegers; zweetaanvallen die op de meest ongelukkige momenten komen opzetten. Maar verder viel het mee.”

Volgens Harm heeft dat waarschijnlijk veel te maken met het feit dat hij als oud wereldkampioen schaatsen nog redelijk veel sport. “Andere bekende bijwerkingen zijn bijvoorbeeld verlies aan spierkracht, botontkalking en een hoger risico op hart- en vaatziekten”, somt hij op. “Van al deze aspecten is bekend dat voldoende beweging hierbij een preventieve werking heeft.”

Een andere veelgehoorde bijwerking van hormoontherapie is verminderd libido en afgenomen potentie. “Veel mannen hebben daar moeite mee. Bij mij was de drang weliswaar veel minder, maar ik vond dat niet zo’n probleem; ik vind dat een relatie meer is dan alleen seks. Maar dat is uiteraard heel persoonlijk.”

Kwaliteit van leven na de hormoontherapie

Hoewel de hormoontherapie bij Kuipers het beoogde effect had, is de kans dat de tumor weer de kop opsteekt altijd aanwezig. “De vraag is dan hoe lang je doorgaat met behandelen, inclusief vervelende bijwerkingen”, stelt hij. “Op dit moment gebruik ik geen hormonen meer. Mijn situatie is stabiel, maar ik houd hem nauwkeurig in de gaten; iedere paar maanden laat ik bloed prikken om mijn PSA-waarde te laten meten. Op het moment dat die afwijkt, ga ik weer over op hormonen. Ik speel op die manier een soort kat-en-muisspel met de tumor, maar verhoog hiermee wel mijn kwaliteit van leven: ik vind het met dit warme weer een zegen dat ik die opvliegers niet meer heb.”

Wat is jouw ervaring met prostaatkanker?