De strafrechtelijke recidive onder ontoerekeningsvatbaren die door de strafrechter in een psychiatrisch ziekenhuis zijn geplaatst, ligt rond de veertig procent; tweemaal zo hoog als bij tbs-gestelden. Een van de oorzaken is de lage motivatie van deze cliënten. De plaatsing eindigt namelijk per definitie na maximaal een jaar. Daarnaast spelen problemen in de ketenzorg mee bij de instandhouding van deze draaideur. Het zorgaanbod is vormgegeven in ketens. Iedere speler in die zorgketen neemt een deel voor zijn rekening, wat leidt tot versnippering. Een goede overdracht lost dit probleem niet op. In de forensische psychiatrie betekent het einde van de strafrechtelijke opname in veel gevallen bovendien ook het verdwijnen van de forensische expertise. Een deel van de cliënten moet namelijk worden overgenomen door een reguliere ggz-instelling. Het komt geregeld voor dat instellingen zich, door hun ervaring met een bepaalde cliënt, onvoldoende toegerust voelen om hem goed te kunnen ondersteunen en overlast of recidive te voorkomen.

Negatieve ervaringen

Voor cliënten betekent het opknippen van de zorg dat zij steeds opnieuw moeten beginnen met het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Na de zoveelste keer raakt een cliënt ongemotiveerd om te blijven investeren in nieuwe behandelrelaties, want het is toch maar voor even, stelt forensisch psychiater Ivo van Outheusden. “Een heel begrijpelijke reactie, een vorm van zelfbescherming.” Dit bevestigt de cliënt in zijn overtuiging dat hijzelf er eigenlijk niet toe doet. Als iedereen zegt dat je ‘ziek’ bent, dat je niet deugt en als de enige boodschap die je krijgt is dat je moet veranderen, dan ervaar je dat men in je aandoening, of gebrek, geïnteresseerd is en niet in jou als mens. Deze beleving speelt bij deze doelgroep vaak al veel langer. ‘Alles is mislukt en niemand blijft bij je.’

Voortzetting contact

Vandaar dat zorginnovator Petra Schaftenaar onderzoek doet naar een nieuwe benadering waardoor de recidivekans kan worden verminderd. De sleutel van de benadering is ‘duurzame verbinding’. Persoonlijk contact wordt ook na het verblijf in de forensische kliniek voortgezet. Wie het beste contact heeft met de cliënt, zet dit voort door regelmatig even te bellen, een kaartje te sturen en af en toe langs te gaan. Ook wordt de cliënt uitgenodigd voor bijvoorbeeld een feestelijke bijeenkomst in de kliniek. “Het is voor de cliënt fijn om langs te komen. Ze lopen trots rond en zijn een voorbeeld voor de cliënten die hier nog zijn”, vertelt Schaftenaar. Voor hen is het een signaal dat de kliniekmedewerkers inderdaad geïnteresseerd blijven in hun wel en wee. En zoiets hebben ze vaak nog nooit meegemaakt. “Bovendien kunnen wij, door bij de cliënt te blijven, onze collega’s van de ggz helpen met onze forensische knowhow”, vult Van Outheusden aan.

Samenwerking ketenpartners Samenwerking met ketenpartners is voor succesvolle terugkeer namelijk van groot belang. Cliënten zijn vaak op zichzelf teruggeworpen en verleidingen als drugs en ‘verkeerde vrienden’ liggen op de loer. Dan is begeleiding door gespecialiseerde (forensische) (F) ACT teams nodig om te werken aan onder andere een sociaal vangnet. “Daarnaast is de medewerking van de gemeente essentieel voor maatschappelijk herstel”, meldt forensisch psychiater Jessica Wesselius. “Er moet een geïntegreerd pakket zijn van een woonvoorziening, inkomen, schuldsanering en een zinvolle dagbesteding.”