Zowel personen boven en onder de vier jaar zitten gemiddeld 8,7 uur per dag. Dit blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Deze sedentaire levensstijl wordt steeds meer gemeengoed in Nederland. Een opmerkelijke bevinding, gezien de bewegingsdrang die de meeste kinderen van nature hebben. Volgens Ludo Stroobants, directeur van uitgeverij Zwijsen, is het een welbekend feit dat lichaamsbeweging erg belangrijk is voor de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Samen met Jan-Paul de Beer, directeur van Springlab, werpt hij zijn licht op deze trend.

Is er voldoende bewustzijn van deze trend en de nadelige effecten?

Stroobants: “Een aantal partijen is zich wel degelijk bewust van het belang van lichaamsbeweging. Eerder deze maand brachten de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving een advies uit over bewegen op school. De partijen pleitten ervoor om scholen wettelijk te verplichten kinderen minstens twee keer per dag een half uur te laten sporten en bewegen. Hoe scholen dat invullen, mogen ze zelf weten, maar de partijen stellen voor dat kinderen ook buiten de gymles om gestimuleerd worden om in beweging te komen.”
 

“Ook de kinderopvang kan een waardevolle bijdrage leveren door het van nature al bewegelijke spel bij peuters verder te stimuleren.”

 

Het advies focust zich specifiek op onderwijsinstellingen. Valt daar de meeste winst te behalen?

De Beer: “Voor kinderen wel. Van de drieduizend uren die ze gemiddeld wakker zijn per jaar, brengen ze er 1000 zittend op school door. Als je die uren beweeglijker weet te maken, boek je heel veel vooruitgang. Bovendien kun je op scholen die beweging gebruiken om het leerproces te versterken. In een artikel uit 2016 over buitenlessen schreef theoretisch natuurkundige en wetenschapsjournalist Mark Mieras: ‘Met meer sport en spel, met meer beweging, een beter lichaamsbesef en meer scharreltijd kunnen leerlingen ook cognitief beter presteren.’ Dat wil niet zeggen dat het onderwijs de enige plek is waar ruimte is voor meer beweging. Ook de kinderopvang kan een waardevolle bijdrage leveren door het van nature al bewegelijke spel bij peuters verder te stimuleren. Je kunt wat dat betreft niet vroeg genoeg beginnen. Echter, ook op latere leeftijd kan men nog waardevolle beweging introduceren, bijvoorbeeld door mensen met dementie in verzorgingstehuizen aan tafel te laten spelen met licht en geluid.”

Ludo Stroobants

Waar ligt de grootste uitdaging rondom het introduceren van meer lichaamsbeweging?

Stroobants: “Het onderwijs vernieuwen is niet makkelijk. Zeker niet als men (ten onrechte) denkt dat de vernieuwing ten koste gaat van instructie- en oefentijd die leerlingen nodig hebben om goed te presteren. Beweging hoeft echter niet naast of in plaats van leren te komen, juist de combinatie is essentieel en waardevol! Dat gebeurt ook wel al, met name met jongere kinderen op de kinderdagopvang of scholen waar ze zich al spelend en bewegend ontwikkelen. Er is echter ruimte voor veel meer.”

Meer informatie
www.zwijsen.nl
www.kinderopvanghumanitas.nl