Mannen en vrouwen met een milde vorm van astma hebben duidelijke verschillen in hun longen. Dat blijkt uit onderzoek van Groningse immunologen. Wanneer de onderzoekers weefsel uit de luchtwegen van mannen of vrouwen met astma bekeken, vonden ze met name verschillen in een bepaald type ontstekingscellen. ‘Dit onderzoek laat zien dat we bij het zoeken naar andere of betere medicijnen tegen astma veel meer rekening moeten houden met de verschillen tussen mannen en vrouwen’, zegt professor Barbro Melgert, hoogleraar Farmaceutische immunologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Waar zitten de verschillen?

Voor het onderzoek werden monsters verzameld van 138 astmapatiënten en 50 gezonde controle personen. De verschillen tussen mannen en vrouwen met milde astma zaten met name in de zogeheten macrofagen. Dat zijn afweercellen die resten van vreemde, of eigen dode cellen kunnen opruimen.

Wat zijn de gevolgen?

Eerder lieten de Groningse onderzoekers al zien dat mannen en vrouwen met astma anders reageren op ontstekingsremmers (inhalatie-corticosteroïden). Waar de achteruitgang in longfunctie bij mannen werd gestopt door gebruik van de ontstekingsremmers, was dit bij vrouwen niet het geval. ‘We kunnen deze twee onderzoeken niet één-op-één aan elkaar koppelen’, erkent Melgert. ‘Maar het is wel goed voor te stellen dat het verschil in ontstekingscellen tussen mannen en vrouwen met astma ook gevolgen kan hebben voor de behandeling.’

Weinig middelen beschikbaar

‘Tot nu toe zijn er nog niet veel verschillende mogelijkheden om astma goed te behandelen’, stelt Melgert. ‘We hebben de ontstekingsremmers en luchtwegverwijders. Daar komen de laatste tijd heel specifieke geneesmiddelen bij, de zogeheten biologicals, die gericht bepaalde ontstekingsfactoren kunnen uitschakelen. Maar met ons onderzoek laten we zien dat er bij de verdere zoektocht naar andere medicijnen ook goed rekening moet worden gehouden met de verschillen tussen mannen en vrouwen.’

Bron: RuG.